De Rotterdamse School

rotterdam HAL 1946

Wat een trotse traditie van oneliners en bonmots! Stapeltjes uit de pre-fab blokkendoos: de Rotterdamse School: Wat een diepte hè / als je omhoog kijkt. Hij reikt, bekijkt uit grote hoogte. Tweeëntwintig hemeltrappen van ivoren stapeltorens. Een regeltje uit het spät-oeuvre van de fladderende flapuit. “Een pond veren” – en meteen raak! Met gesloten ogen en een zen-boog geschoten. Dat verruimt geestig de blik. Kwam de schrijver bij leven nooit veel verder dan de Oude Binnenweg, kijkt hij nu, vanaf de Kop van Zuid, over de hele stad uit.

Ach paljas! Dichter van staat, van stad, van straat. Dronkenlapdanser, onelinesnuiver, blowjobber. Deed z’n plas / in de damestas. Drinkt z’n flesje, likt haar hesje, sleutelt ’n tekstje. Woordkapper: kort geknipt graag! Makkelijk weg te happen, snel in te trappen. Eet één zo’n vogel uit de hand, laten allen ras hetzelfde poepie ruiken.

Vorm of event. Is dat poëzie of kan dat weg? Dichters naar de vuilverbranding. Lijden? Zou kunnen. Ken jij Frans? Nee, maar hij kan mij ook niet.

De copywriter is met vereende kracht de Himmelsleiter op geschoven. Als dichter de hemel in geschreven. Opgedrongen, opgedronken. Met de oneline-likes van al z’n vers- en kroegmaten: aanbevelingsbrieven voor Petrus’ hemelse bewakingsdienst.

Al in 1970 (!) stencilden Smit & Ik samen een kritische bundel met een keuze uit reclame-versjes: De copy-writer is een dichter. Uitgeknipt, opgekrikt. Typisch Rotterdams peil. Petrus, beste vriend! Zo hebben deze twee hun Passierschein wel verdiend!

*

blokkendoos Rotterdam, beroemd voor z’n gedurfde architectuur, mijn geboortestad. Nog zo’n traditie die al vroeg begon in de havenstad. Dat hebben we aan de mof te danken: Tering, die teerling na de oorlog nog altijd geworpen! De uitgestorven vlaktes, de lege Lijnbaan, het metrozand langs de havenkant, Calimero’s Manhatten-Klein.

wat een diepte hè de diepte-regel van Frans Vogel werd op de pui van De Rotterdam aangebracht door de gemeente, die daar kantoor houdt op de 22ste verdieping.

stapeltorens De Rotterdam, de laatste architectonische ‘aanwinst’ op de Kop van Zuid. De wankel gestapelde skyscrapers van Rem Koolhaas. De kolosklos.

een pond veren – deze regel voegde ooit Vijftigers-dichter Bert Schierbeek de dichter-querulant Frans Vogel (overleden 19 februari 2016) toe, toen die zoals gebruikelijk een avond op het Rotterdamse Poetry International met zijn kreten dreigde te verstoren. Schierbeek, de schrijver van De tuinen van Zen (Bezige Bij, 1959) greep Vogel bij de kraag en sprak, onverstoorbaar boeddhistisch, de spontane haiku: ‘Een pond veren/ vliegt niet/ als er geen Vogel/ in zit!’

Deed z’n plasvolgens barjuffrouw Vingerhoets deed het ‘enfant terrible’ dat geregeld bij voorkeur in damestasjes. Zoals hij volgens haar ook altijd Café Timmer betrad met de kreet van verlangen naar ‘kut en neuken‘. In dit café werd op 25 februari 2016, aansluitend op Vogels begrafenis, een slok op de dichter gedronken.

Oude Binnenweg – een van de weinige beroemde (nouja, bekende) straten in het centrum van Rotterdam die het Duitse bombardement (meer min dan meer) ongeschonden overleefde. Mijn opa woonde om de hoek en ook hij frequenteerde café’s als Melief Bender (Vogel: Melief ik ben er).

vuilverbrandingde Roteb, de Rotterdamse vuilophaaldienst, rijdt met z’n vuilniswagens al sinds 1988 poëtische regeltjes door de stad: Vegter, Vaandrager, Vogel…wie nog niet?

Himmelsleiter – ook wel de Jakobsleiter (jacobsladder), naar de bijbelse aartsvader Jacob die in een visioen een trap tot in de hemel zag (Gen. 28,12). Onder die naam ook een – zo te zien nogal esoterische – begrafenisondernemer in Berlijn-Zehlendorf.

Copy-writer – In 1970 stelden Han Smit & ik de gestencilde bundel “De copy-writer is een dichter” samen, ironisch-kritische, geniete A4-velletjes, die op 1 oktober 1970 bij de opening van het Reclame-Efficiency Kongres in Amsterdam aan alle deelnemers werd aangeboden. In de verzamelbundel maakten wij ons druk over de schandelijk poëtische schijn van de reclame-lyriek.

*

Advertenties

Poëzieweek 02

MH17

Een Russisch woord voor schuld: misdaad
En het Nederlands voor straf: boete

Op zoek naar het juiste woord, tastend, wankelend. In de dichterswandelgang. Hun vertalers. Blik maar in die diepe bron vol luid en louter geklater. Je zou zeggen dat inmiddels alles wel gezegd is. Over Raskolnikov. Zou ik zeggen. En toch, het blijft rond Russische gekken maar schiften. Muggeziften. Kiften. ’t Blijft een kringloopwereldje,. Poëten recycling. Vegtersbaasjes.

De dichteres des vaderlands schreef een vers over die geschifte dichters, dwazen, verwarde vaderlanders, tra- en andere verwanten. Een hoog bewogen gedicht dat met passagiers en crew uit de hemel werd gekogeld. Doorendoorzeefd. Russisch geschut. Ze vroeg in haar globaal verdriet of er wel een Russisch woord voor schuld bestaat. Tsja.

De titel was altijd al warrig verwarrend: Schuld, misdaad, boete, straf. You name it, als dat zo makkelijk was. Duitse vertalers, en Nederlandse de Duitsers volgend, vonden schuld en sühne wel passend, maar Britten en Fransen beliefden toen al liever crime en punishment (resp. châtiment).

Schuld is misdaad, crim.
Straf, helaas maar
een beetje boete. Zeg ik

: machte-, maar genade-

loos.
*

Berlijn, vrijdag vertaaldag, 29 jan 2016 (bewerkt)