Poëzieweek 05

rinckschilfers

gedachtflarden, gedicht
splinters, voldaan
spaanders, lyriekmoe
ziek – strange,

waar gehakt wordt

en
passant galmen
s’tränsche gezangen

harmonika noire, daar
glimmen de kinder
hoofdjes

wild-cut kino
*

(statt besprechung, bedichtung: monika rinck , risiko und idiotie, kookbooks, Berlin 2015.)

Berlijn, 1 februari 2016

Poëzieweek 03

Mickels dood

De kraai krast in het nachtzwart
van z’n boxershorts (wat daar nog altoos
ritselt) en roept bij aankomst
reeds: Arreviderci!

Een komengaan van vrienden
en vriendinnen, opgemaakte
tranen en adem
benemend in koma
slapend, wakend

Droomt nat van zuster
hand, komt/gaat wanneer
ze weder keert?

Zorg wekkend alleen
de boodschap van de grote
broer:

Zoals de stroom naar ’t Oosten drijft,
zo krenkend

trekt het leven

naar zijn bittere
eind.
*

In zijn laatste bundel, deels geschreven in ziekenhuizen niet lang voor zijn dood, nam de Duitse dichter Karl Mickel ook dit korte, laconische gedichtje op: Het bezoek / Ik ben de Kraai / Mijn naam is Arreviderci / Ik moet u de groeten doen van / Mijn grote broer Raaf / Nevermore.

De raaf Nevermore, de boodschapper van de dood, komt aangevlogen uit het gedicht van Edgar Allen Poe The Raven, dat deze week precies 170 jaar geleden voor het eerst werd gepubliceerd, op 29 januari 1845. Karl Mickel, geboren op 12 augustus 1935 in Dresden, stierf op 20 juni 2000 in het ziekenhuis in Berlijn, de laatste weken van zijn leven in coma.

Dertien jaar later vond een Berlijner in net gekochte boxershorts (made in China) een ingenaaid papiertje met haastig opgekraste tekens. Hij dacht dat het om een noodkreet van een onderdrukte Chinese loonslaaf ging. Maar het bleek een oud Chinees gedicht te zijn:

De raaf – Wu Ye Ti, dook voor het eerst op in Chinese handboeken van 1425. Het is oorspronkelijk een liedtekst voor een dans met zes personen. Een deel van de oorspronkelijke tekst: De raaf krast in de nacht / Het roze lentelicht verdwijnt uit bosbloemen / Haast, haast / Hoe kunnen ze de koude dauw van de ochtend verdragen / En de winden in de middag. // (…) De opgemaakte tranen / Die verdoven en de adem doen stokken / Wanneer zullen ze weer komen? / Zoals de stroom naar ’t Oosten drijft, zo krenkend trekt het / Leven naar zijn bittere eind.

*

Poëzieweek 02

MH17

Een Russisch woord voor schuld: misdaad
En het Nederlands voor straf: boete

Op zoek naar het juiste woord, tastend, wankelend. In de dichterswandelgang. Hun vertalers. Blik maar in die diepe bron vol luid en louter geklater. Je zou zeggen dat inmiddels alles wel gezegd is. Over Raskolnikov. Zou ik zeggen. En toch, het blijft rond Russische gekken maar schiften. Muggeziften. Kiften. ’t Blijft een kringloopwereldje,. Poëten recycling. Vegtersbaasjes.

De dichteres des vaderlands schreef een vers over die geschifte dichters, dwazen, verwarde vaderlanders, tra- en andere verwanten. Een hoog bewogen gedicht dat met passagiers en crew uit de hemel werd gekogeld. Doorendoorzeefd. Russisch geschut. Ze vroeg in haar globaal verdriet of er wel een Russisch woord voor schuld bestaat. Tsja.

De titel was altijd al warrig verwarrend: Schuld, misdaad, boete, straf. You name it, als dat zo makkelijk was. Duitse vertalers, en Nederlandse de Duitsers volgend, vonden schuld en sühne wel passend, maar Britten en Fransen beliefden toen al liever crime en punishment (resp. châtiment).

Schuld is misdaad, crim.
Straf, helaas maar
een beetje boete. Zeg ik

: machte-, maar genade-

loos.
*

Berlijn, vrijdag vertaaldag, 29 jan 2016 (bewerkt)