Metamorfosen (5)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

Koning Midas verguldt z’n dochter – Walter Crane, 1893

Goldgirl

Aan de klare bosbron, begeert
verguld de koning
kennis

aan een honey. Honger,
dorstend. Meer money,
dan wijs-

begeerte, goud: Alles!
Wat hij aanraakt: zijn avondmaal
edelmetaal…

strekt hij één vinger, één-
maal naar z’n dochter,
wespentaille, -lief: Goldgirl!

Short stories uit de Midasreeks – 5
sterren, uitroep in de marge
-tekens:

Ezelsoren!

Zingt ‘t, zoemt ’t rond,
wespennest -om Midas’
geheim: Luister

Vink!

Aristophanes’ old
comedy: Midas,
stiekem

IM!

*

Advertenties

Metamorfosen (4)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

Houtsnede uit Duitse vertaling van Boccaccio’s “De molieribus claro” (druk 1474)

Alle 14 raak

De muzenbron, poetry slok op
de Parnassus, of toch gewoon
maar ’n fonteintje: een kelkje
klaterwater.

Ook Amphion dronk / drong
zijn Niobe. Greep haar – zo
vaak z’n lier: dronken
bezongen!

Niobe, de poes, zelf
ingenomen met haar schaar:
veertien kittens, maar liefst.

Kat dan Leto om haar schamele
tweeling. Schampert: Schaars!
Dan spannen dus Titanen-
kids hun bogen: pijlen
wolk:

Alle veertien, ach, allen
aangeschoten – én
raak!

Amphion zelf geschonden,
Niobe ook tot / dode
steen (not yet marble).

Ach, Achelous… Nu nog
vloeien witte tranen
dwars door Hellas.

Och! Stomdronken
dichters, dodendans
met trauer

fahne…

*

Metamorfosen (3)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

Apollo en de Horae, Georg Friedrich Kersting (1822)

Jachtgebied

Phoebus, Apollo, valt niet ver
van z’n stam: doorkruist
Zeus’

jachtgebied: Bij bosjes!
Die nimfen – bij bergen
met hun spleten en hunker
holen in de buurt
van Delphi.

Lichtvoetig volgt het jong
de geile geur van angst
zweet, die ’t godenkroost
voor wierook houdt.

Het spoor dat de delphische
maagd daar achterlaat, lokt hem
naar haar caverne; ver-

volgt haar, Castalia,
tot de – voort, voort!
vluchtige, dat kalf,
verdronken;

volgt haar vlug, heel
het jaar door, elk uur
te voet.

De dichter met zijn tiere
lier, z’n jeukend
neusje, loopt:

zijn pijl achterna, noodt
haar

gedwongen.

*

Metamorfosen (2)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

 

Piero del Pollaiolo (1441-1496), Apollo & Daphne

Hazewind

(Litaniae Lauretanae)

Sneller dan de wind ’t licht
– met godspeed – vlucht ze
als hij haar naroept:

Nimf, ik jaag je niet. Zo vlucht
toch – trillende vleugels – de duif
voor de adelaar.

De hond, Apollo, holt. Hij jaagt
haar, de jaagster, het haasje.
Rep je, wind!

De gejaagde maagd bidt
in samenzang: Oh Daph, ach
Lauri…

Haar haren bladeren.
Haar armen takken.

Onder ’t schors nog
betast hij haar
bevende…

“Woef!”

*

Metamorfosen (1)

Poëzieweek 2018, 25 jan. – 1 feb.

Jean-Léon Gérôme (1824-1904), Pygmalion, rond 1892.

Als was

Van Cyprus, die losbandige 
meisjes, die hoerige wijfjes. 
Hoornige rotsen voor de kust: 
bronstige bullen.

Afkerig keert hij, Pygmalion, wendt
zich tot zijn werk: de kunsten-
maker, ach, je moet wat: avenidas,
flores, mujeres (verzinnen).

Die beeldige Galatea, gehouwen,
geslepen. Gestreeld 
ivoor, gekneed.
In zijn vingers

als was. Wat verbeelding 
al niet vermag. My! - 
Venus, Diana, perse
phone me, fair lady!

En dan liefst zo'n knap 
kontje (als dat 
mag...)

*