Kwantum geval

DSCF2416

 

languit op de bank, gott gevallen
und die moderne uit de linker
hand en rechts physik ’n potlood nog
in vingers, onderstreept: das universum
met een vraagteken sei ein geist een sterretje
in de marge des quantenbegriffs…

de ogen inmiddels toe
gevallen, leest geest nog
even door, lijf heel ergens
anders, de leden al
lang gestrekt

een dutje of
de dood

of zo

*

Dit nieuwe vers is deel van de reeks Dark matter, een work still in progress.

Het boek Gott und die moderne Physik van fysicus en cosmoloog Paul Davies, dus. In Duitse vertaling uitgegeven bij Goldman Verlag, een uitgeverij van de Verlagsgruppe Bertelsmann, München 1989. (Het origineel: God and the New Physics, Dent & Sons, London 1986).

De citaatflarden komen uit een van de laatste hoofdstukken (15. Het einde van het universum) en gaan o.a. over de vraag of er in plaats van een bovennatuurlijke god wellicht eerder een natuurlijke god bestaat, een die zich baseert op de natuurkundige wetten. Al kan het bestaan van zo’n “god” niet bewezen worden, met die aanname zijn wel nog openstaande vragen over de kosmos makkelijker te beantwoorden, sommige gaten in het universum te dichten. Het heelal met al zijn fysische krachten en wetten is zomaar, zonder oorzaak ontstaan en vervolgens door zo’n “god” verder ontwikkeld. Het opperwezen niet als schepper, maar meer als stukadoor.

Zo kan de oorsprong van het leven het resultaat zijn van intelligent, maar natuurlijk ingrijpen van een “goddelijk” wezen. Geest, kosmisch bewustzijn, what ever. Het hangt er van af hoe groot we de invloed van de Geest op het universum achten. Onder natuurwetenschappers, zegt Davies (in de 1980-er jaren), groeit het vermoeden dat geest en leven niet noodzakelijkerwijs tot organische materie beperkt is. Op de een of andere manier zijn geest en anorganische materie ook verstrengeld. Het universum als geest: “een zichzelf waarnemend en organiserend systeem”. Kwantum-theoretisch speelt de geest dus mogelijk een bijzondere rol…

Ongeveer hier vielen mij de ogen toe, ontglipte de paperback mijn vingers, dwaalden de gedachten af, vervluchtigde de logica en verplaatste zich mijn geest in niet te definiëren kwantum-overgangssferen. Was ik – als een spinnende kater – op meerdere plekken tegelijk, slapend en/of dood.

*

Poëzieweek 06

bij dwingelo

in verdekte greppels under
cover grijp ik rijp-
groen en blader
in de ban van

[ kopland opland
achterberg en herz
berg bernlef toll
kien ]

de ring

bij dwingeloo, duik ik
daags, als dwarsligger
in loof, lees, stamp door
’t zompig land, vochtige
stront, soppend poetry
schlamm, spetter door
het mirrormere: geklets!

dan al dat gandalf
gemeuk – het komma, komma,
ah! komma geneuk – ’s nachts
gevloerd, gevledderd
lig ik buiten

[ luister naar ’t geruis
van cassiopeia, haar geknak
tekens niet veel anders
dan dat gepiep hier:

dat oorverdovend
dood stil zwijgend
engelgetrompetter ]

op m’n rug en ruk
mijn weerklank, ah!

kom

strooi sterren op
’t zwarte doek

heel & al
*

Berlijn, 2 februari 2016

bij dwingelo – bij het Drenthse dorpje Dwingeloo staat sinds 1956 de beroemde radiotelescoop, toen nog de grootste ter wereld.
kopland, rutger – pseudoniem van de Nederlandse dichter Rutger Hendrik van den Hoofdakker (1934-2012).
opland – pseudoniem van Rob Wout (1928-2001), Nederlands bekendste politieke tekenaar (voor mijn generatie in ieder geval).
achterberg, gerrit – een van de grootste Nederlandse dichters (1905-1962), schreef over de universele afluisterlocatie bij Dwingelo een van zijn mooiste gedichten: Dwingelo, Verzamelde gedichten, pag. 879, Querido, Amsterdam 1984.
herzberg, judith – een van de fijnste en meest subtiele Nederlandse dichteressen, geboren 1934 in Amsterdam.
bernlef, j. – pseudoniem van de Nederlandse dichter Hendrik Jan Marsman (1937-2012). Vertaalde ook de Zweedse Nobelprijswinner Tomas Tanströmer en de Amerikaanse dichteres Marianne Moore.
tolkien, j. r. r. – britse schrijver (1892-1973) van In de Ban van de Ring, fantasy-roman die in de flower-power tijd van de jaren zestig/zeventig razend populair was. Ook in die tijd niet echt mijn favoriete literatuur, maar in de passende bosrijke omgeving van Vledder wel te pruimen. Al heb ik de lijvige Engelse uitgave in het “lommerrijk” rond Dwingeloo nooit helemaal uitgelezen.
mirrormere – in de Nederlandse vertaling van De Ring het Spiegelmeer in het dal van het dwergenland Deemril. Durin, de eerste koning van het dwergenhuis der Durins, vestigde zich met zijn volk aan het Mirrormere toen hij in het water de sterren weerspiegeld zag – ah, een teken!
gandalf – de tovenaar uit De hobbit en In de ban van de ring. Gandalf is de raadgever van Frodo, de centrale held van De Ring. De tovenaar staat ook bekend als de vriend van alle Vrije Volkeren van Midden-Aarde. Gandalf was overigens (van 1964 tot 1971) ook een Nederlands vrijzinnig cultureel tijdschrift met veel taboedoorbrekend naakt en erotiek – ah!  vandaar…
vledder – een dorpje aan de Drenths-Friese grens, zo’n 10 km bij Dwingeloo vandaan. waar het ministerie van defensie vroeger een werkkamp voor dienstweigeraars had ondergebracht. In 1970 zat ik enkele maanden in Kamp Vledder en moest daar – voor straf? – met een schep gigantische boomstronken uitgraven en met een botte bijl prunussen hakken. Meer een bezigheidstherapie? We vluchtten meestal ver het bos in of doken in beloverde greppels om daar een paar uur vanallesennogwat te lezen, vooral ook Tolkien in passende omgeving.
vledder – etymologisch moerrassig veenland.
oorverdovend – paul davies, The Eerie Silence, Penguin, Londen 2011.

*