Five ‘o clock tea

eucalyptus_gigantea_from_-a_critical_revision_of_the_genus_eucalyptus-_1903_20088927024

 

 

 

 

 

 

 

(voor Dörtea)

Ben ik soms je Tom, je tinnen
soldaatje, door boze blikken
betoverde ridder?

Ben jij dan dat wonder
landwijffie, mijn heil
drankje, Dorothee?

Oh, bevrij me dan (van dat
gesnotter elke morgen mijn
voorhoofdsholtesop)

Maar daar snatert alweer, de heks
krijst haar verbolgen formules in
mijn voor-, jouw achterhoofd

Perst toch die geoliede, ver
drijft, weg haar kwaad
aardige geest, verzing ‘t!

Ontsteekt liever die heks,
brandt haar chai, stapelt haar
giftige blaadjes, blades

Zet die heks, zo kokend,
op water en brood, dood’
lijk drankje, gifgruis

Verkruimeld wolkje, griezel
elementen, met een koekje
eigen deeg, eu kalyptos!

Oh, doodt die heks, haar weer
zinnig gekwebbel: Páááulus!
Hááádes & Gríííetjes!

Verdekt, verkapt, bos
wicht, gevaar: and she
goes: gumnuts!!!

Hij neusdruppelt intussen,
op haar schaakbord, de ivoren
loperkoning, geschrapt mat

Allerhoogste tea
time, dames! Het violet
moment, the typist home

for thee! Ik speel dan wild
de houten Tom, je timmer
ende ridder!

(Nou jij weer,
Viv!)

*

illustratie – Eucalyptus gigantea. Uit: A critical revision of the genus Eucalyptus (1903), H. J. Maiden (1859-1925).

five ‘o clock tea – het Britse thee-ritueel aan het eind van de middag. Ook in T. S. Eliots The Waste Land: At the violet hour, the evening hour that strives / Homeward, and brings the sailor home from sea, / The typist home at teatime… (220-222). Het purperen uur, de schemering, op weg naar de nacht.

Tom – is hier zowel de tinnen man uit The Wonderful Wizard of Oz (1900) van L. Frank Baum (1856-1919), als ook de Amerikaans-Britse dichter Thomas Stearns Eliot (1888-1965). De Tin Woodsman is de houthakker die door een heks betoverd werd en als blikken man door het leven moet. Hij sluit zich aan bij Dorothy, de heldin van de Tovenaar van Oz, die jacht maakt op de heks. De blikken houthakker hoopt zijn menselijke gevoelens weer terug te vinden, zodra Dorothy de heks heeft doen smelten.

Wizard of Oz – was hét kinderboek uit de jongensjaren van de Amerikaanse dichter Jack Spicer (1925-1965), zijn moeder las haar zoons altijd uit de Oz-serie voor. In Spicer’s serial poem The Holy Grail treedt ook de blikken man op: Als er niemand met mij strijdt, zal ik dit harnas moeten dragen / Mijn hele leven lang. Ik lijk zo wel de blikken man uit de boeken van Oz / Onherkenbaar, verroest. / Ik, Sir, ben een ridder. Confuus. Uit het Boek Parzival van de Heilige Graal, Jack Spicer’s poëtische commentaren op de legendarische vertellingen rond Koning Arthur en diens Tafelronde.

Eliot en Spicer – de twee dichters horen tot mijn Holy-Grail-Connection, zoals ik het esoterisch angehauchte verbond van deze Iers-Brits-Amerikaanse dichters noem: o.a. W. B. Yeats, Ezra Pound, T. S. Eliot en Jack Spicer. Ook Eliot’s Waste Land heeft connecties met de Arthur-legende. Hij baseert zijn lange gedicht op de Fisher King, die de laatste bezitter van de Graal was. Daar de Visserkoning ziek is en impotent, verliest ook zijn land z’n vruchtbaarheid, het waste land. Volgens de mediëvaliste Jessie L. Weston zijn de legende van de Fisherking en de oude religieuze vruchtbaarheidsrituelen het oorspronkelijke thema van de Graal-legende. Eliot bedankt zich in zijn Noten bij The Waste Land nadrukkelijk bij Weston voor de inzichten in haar studie naar de oorsprong van de Graalverhalen.

eu kalyptos – is de Griekse benaming van de eucalyptusboom-soorten en betekent zoveel als “goed verborgen”. Eu voor goed en kalypto voor verbergen, zo geheten omdat eucalyptus tot de ‘bedektzadigen’ hoort. Door de etherische olieën wordt het extract van eucalyptusbladeren als geneesmiddel gebruikt, met name bij aandoeningen van de luchtwegen, zoals chronische voorhoofdsholte-ontsteking. In het reisboek Little journeys abroad (1895) van Mary Bowers Warren wordt al in de 19e eeuw de link gelegd naar het genezen van malaria. Ze beschrijft hoe in Noord-Afrika toen van eucalyptusbladeren thee werd gemaakt voor malaria-patiënten en beveelt ook gezondmakende kruidenzakjes aan van gedroogde sinaasappel-bloesem en eucalyptusblaadjes. Maar dat eucalyptusthee malaria kan genezen, is wel zeer onwaarschijnlijk. Wel gedijen eucalyptus- of ook wel gombomen bijzonder goed in waterige omgevingen, waar met name ook malariamuggen welig tieren. Zulke moerasachtige gebieden werden daarom vaak drooggelegd, als preventie tegen malaria. Maar dat is de enige serieus te nemen link naar malariabestrijding.

Eucalypta – was de boze heks uit de stripboeken, de radio-serie, de boeken en de tv-serie rond Paulus de Boskabouter van de Nederlandse verteller-schrijver-tekenaar Jean Dulieu, het pseudoniem van concertviolist Jan van Oort. Dulieu publiceerde zijn eerste stripverhaal over Paulus in mijn geboortejaar 1946 in het sociaal-democratische dagblad Het Vrije Volk. Wat boze heksen betreft, was de Páááulus-krijsende Eucalypta mijn vormende kindervaring.

She goes: gumnuts! – gumnuts zijn de noten/zaden van de eucalyptusboom, ook wel gumtree genoemd van wege zijn gom-achtige hars. In dit geval wordt de aangesproken persoon, zeg maar, gom-gek!

de ivoren loperkoning – ook hier de link naar de Arthur-legende. Walewein, een van de ridders van de Tafelronde, speelt een potje schaak met een onbekende tegenspeler of misschien wel een mechanisch schaakbord. Het geheimzinnige schaakspel komt zowel bij Jack Spicer als ook bij T. S. Eliot terug. Spicer in The Holy Grail: In een soort toren speelde een soort ridder schaak met een onzichtbare schaakspeler / Een maagd, natuurlijk. Eliot wijdt het tweede gedicht A Game of Chess van de Waste Land aan een schaakspel met zijn niet met naam genoemde geliefde: En we spelen dan een partij schaak, / lidloze ogen drukkend en wachtend op een klop op de deur.

De geliefde was vast Vivienne Haigh-Wood, Eliot’s eerste echtgenote. Het echtpaar was getrouwd in 1915, maar van tafel en bed gescheiden in 1933. Formeel bleef Eliot met Vivienne gehuwd tot zij in 1947 overleed in een psychiatrische inrichting waar ze door haar broer in 1938 was ondergebracht, c.q. geloosd werd. Het huwelijk tussen Thomas en Vivienne was niet bijzonder goed. Vivienne had veel lichamelijke en geestelijke klachten. In een notitie schrijft Eliot later: “I came to persuade myself that I was in love with Vivienne simply because I wanted to burn my boats and commit myself to staying in England. And she persuaded herself (also under the influence of [Ezra] Pound) that she would save the poet by keeping him in England. To her, the marriage brought no happiness. To me, it brought the state of mind out of which came The Waste Land.” (The Letters of T. S. Eliot, Volume 1, 1898–1922. London: Faber and Faber. 1988. p. xvii).

De originele tekst van The Waste Land werd met name door de Amerikaanse dichter Ezra Pound voor publicatie drastisch ingekort. Ook Vivienne Eliot schrapte in de tekst, mogelijk ook gedreven door eigen gevoeligheden. Onder haar druk verwijderde Eliot bijv. een regel over ivory men, ivoren schaakstukken, die oorspronkelijk tussen de twee hier boven geciteerde regels stond. Dat was Vivienne blijkbaar te intiem. En om welke koning het dan uiteindelijk ging? De Fisher King, Arthur, Thomas Stearns of een naamloze, ivoren ridder? De loopjongen van de vruchteloos lijdende Lady Vivienne?

violet moment – het purperen uur, klokslag vijf, wanneer de zeeman, de visser huiswaarts keert, de typist op tijd voor teatime. De violette schemering is in dit deel van het Waste Land ook de vooravond van de dood. De Fisherking moet eerst sterven voor zijn wederopstanding en de vruchtbaarheid van de Visserkoning en zijn “barre land” terugkeert.

Viv! – de Britse auteur Michael Hastings (1938-2011) schreef een toneelstuk, Tom & Viv, over de moeizame relatie van Thomas Stearns Eliot en Vivienne Haigh-Wood Eliot. In 1994 werd het drama verfilmd door regisseur Brian Gilbert, maar dat werd niet echt een succes.

*

Wilderness e.o.

 

Jacques Schmitz (notities en commentaren)

met op- en aanmerkingen van Volker Braun

Dit zijn uitgebreide aantekeningen, overwegingen, uitweidingen en notities bij de vertaalde Wilderness-cyclus van de Duitse dichter Volker Braun. Mijn vertaling van de tien gedichten werd in twee delen op 22 en 29 september 2016 gepubliceerd in TERRAS, het tijdschrift voor internationale literatuur en kunst: http://tijdschriftterras.nl/ .

Een kijkje in de werkplaats. Dit ongebruikelijke notenapparaat geeft niet alleen enige toelichting bij namen en begrippen, maar is ook een verslag van het vertaalproces. Aantekeningen over vondsten en valkuilen, over de drempels en verborgen voetangels van het poëzie-vertalen. Een wilde onderneming, een soort kanovaart in woest stromende bergbeken, wildwatervaren. Vertalen van gedichten is een intensief soort lezen en gaat niet alleen over het inhoudelijk omzetten van een tekst in een andere taal, maar over het eigenleven van een gedicht. De persoonlijke, poëtische en maatschappelijke gedachten en ervaringen van de dichter, maar ook die van de lezer/vertaler. Elk gedicht heeft zo een eigen specifiek Umfeld, zijn eigen milieu. Een eigen plek op de poëtische kaart met zijn eigen omstreken.

En zo krijgt ook deze vertaling z’n eigen milieu. Een gebied waar onvermijdelijk ook het denken en dichten van de vertaler lees- en herkenbaar wordt. Waar de vreugde over mooie vondsten, maar ook het zweet & de tranen van de vertaler doorklinken. Ik heb ze in deze voetnoten zichtbaar gemaakt. Over mijn eigen overwegingen, mijn vertwijfeling soms en oriënteringvermogen. En de uiteindelijke keuzes die ik maakte. In het vertaalproces van Wilderness ontstond een samenspraak met de dichter Volker Braun, die zijn vertaler met kritiek, lof en lering heeft bijgestaan. Heel wat van die commentaren van Volker Braun zijn in deze notities en commentaren opgenomen.

Wilderness

1 Uit schedels eten

koeien, buffels, over de grens gesmokkeld – het lag natuurlijk voor de hand te denken dat deze regel, die van aanhalingstekens was voorzien, wel een citaat moest zijn. De Wilderness-uitgave van het kleine Keicher Verlag moet het zonder voetnoten stellen, waarmee Volker Braun anders altijd rijkelijk strooit. Maar als het al een citaat was, kon de dichter zich aanvankelijk de bron niet meer exact herinneren.

Volker Braun: Ik had eigenlijk gehoopt dat het een citaat uit Van Loons Birma-roman betrof, maar ik heb me waarschijnlijk vergist. Soms lijkt het om citaten te gaan, maar vaak gaat het om schijn-citaten, om geaccentueerde uitdrukkingen die “in de lucht hangen”. Maar drie maanden later is de dichter nog altijd niet zeker van zijn zaak: Met moeite heb ik geprobeerd de citaten terug te vinden (bij het schrijven maak je tenslotte geen notities…). Maar die passages over koeien, buffels en de hersens komen vast en zeker uit een boek of een artikel. (Birma?)

De roman die Volker Braun in gedachte had, blijkt De Onzichtbaren (Veen, 2004) van Karel Glastra van Loon (1962-2005) te zijn. Dat hij daaraan moest denken, was niet toevallig, tenslotte had zijn dochter Arne Braun deze en ook andere romans van de Nederlandse auteur in het Duits vertaald. De Onzichtbaren van Glastra van Loon is een roman over een advocaat uit Birma, die met zijn jonge gezin het land ontvlucht en daarbij alles wat hem dierbaar is verliest. Het boek werd gevolgd door De Onzichtbaren in beeld van fotograaf Jan Bogaerts (ook bij Veen, 2005) die Birmese vluchtelingen fotografeerde in een Thais opvangkamp.

een rivier tussen Birma en Thailand – het gaat om de grensrivier Kri Buri tussen Thailand en Myanmar, zoals Birma tegenwoordig heet, die in het zuiden bij Ranong uitmondt in de Andamanzee.

Stoned als we waren… – ik wist aanvankelijk niet zo goed wat ik aanmoest met “Wir nahmen die Dröhnung…”, zoals dat in het origineel heet. Die Dröhnung kan op van alles slaan: een flinke dosis drugs, de volle lading van het een of ’t ander of ’n uitspatting van geweld bijvoorbeeld. Mijn eerste associaties gingen uit naar de oorlogen, opstanden en onderdrukking in Zuid-Oost Azië van de jaren zestig/zeventig. Dat ook vanwege het toenmalige drugsgebruik van de Amerikaanse soldaten. Een poëtische tekst is zelden of nooit eenduidig en laat zo – zeker in Azië – vele bloemen bloeien. En zeker bij het intense lezen dat vertalen heet. Het dreunen van marcherende laarzen wordt verdrongen door gedraaf van de drijvers en getrappel van hun buffels. Of het gedreun van het wild stromend water van de Kri Buri. Ik dacht bij uit schedels eten zelfs dat het een beeld kon zijn voor het leeglepelen van schedels, het spijzen van herseninhouden, dus een soort stasimaal of gedachtengestapo. Temeer daar de direct aansluitende passage van woorden rept die aan het prikkeldraad blijven hangen. Oh, die fantastische bloemen die er bij het vertalen kunnen bloeien, van de onschuldig tere klaproos tot de verslavende papaver. Zo wordt vertalen eerder hallucineren dan associëren. Ik vond het hele complex aan associaties wel een beetje te veel van het goede en moest Volker Braun vragen mij door deze ondergelopen waadplaats te jagen.

VB: De Dröhnung, dat zijn de drugs (die het marcheren mogelijk maken).

Onder deze zon, die zichzelf aderlaat – Soms moeten anderen te hulp schieten. Yvonne Scholten, collega-vertaalster en oud-Italië-correspondente die me behulpzaam was bij het begrijpen van deze versregel, vond ’t op het eerste gezicht wel een beetje een vies beeld, zo’n aderlatende zon. Het heeft wel iets engs, iets suïcidaals, dat de zon “zelf de aderen opent”.

Volker Braun citeert hier een vers van de Italiaanse filmer-dichter Pier Paolo Pasolini uit 1964, Una disperata vitalità (Een vertwijfelde vitaliteit). Als in een film van Godard: alleen / , zo begint Pasolini de haast filmische openingsscene van het gedicht … in een wagen op de autobahn / van het latijnse neo-kapitalisme – op de terugweg van de luchthaven …

Het gedicht noemt Scholten in een korte reactie ook “een beetje griezelig, ’t lijkt een vooraankondiging van zijn eigen dood. Op dezelfde plek bij Fiumicino waar Pasolini vermoord werd – pestato dal copertone di un autotreno – vermorzeld door de banden van een vrachtwagen. Bij zijn eigen dood waren het de banden van een gewone auto.”

Scholten hielp me ook aan een tweede adviseur van deels-Italiaanse herkomst, Thomas Porena, die me een goed eind op weg heeft geholpen. Uiteindelijk ben ik tot deze vertaling van het Italiaanse fragment gekomen:

in un sole irriferibile in rime
non elegiache, perché celestiale
il più bel sole dell’anno –
come in un film di Godard:
sotto quel sole che si svenava immobile
unico,
il canale del porto di Fiumicino

*

onder een zon, alleen elegisch

te beschrijven, want hemels

de mooiste zon van ’t jaar –

net een film van Godard:

onder zo’n zon die zich aderlaat

adembenemend,

aan ’t havenkanaal van Fiumicino

In mijn adembenemend voor unico kon Porena zich niet zo erg vinden, omdat het ‘unico’ voor hem voor iets unieks in de zin van groots staat. Maar adembenemend (berovend) drukt die grootsheid, die indrukwekkendheid evenzo uit, vind ik. Bovendien verwijst het direct naar de film van Godard. Pasolini refereert namelijk aan Godards misdaadfilm À Bout de Souffle (Ademloos, Buiten adem) van 1960 met hoofdrollen van Jean-Paul Belmondo en Jean Seberg, naar een draaiboek van François Truffaut. Godard won met zijn eerste lange film nog in hetzelfde jaar meteen een Zilveren Beer op het Filmfestival van Berlijn.

Precies in de tijd dat Volker Braun aan zijn Wilderness-cyclus schreef, werd in Berlijn de 90ste verjaardag van Pier Paolo Pasolini herdacht met een avond in het Institute for Cultural Inquiry / KulturLabor Berlin: Una disperata vitalità – Eine verzweifelte Vitalität; Stimmen, Gedichte, Gesang, Musik. Volgens de aankondiging een gebeuren met fragmenten van eeuwigdurend verleden en vragen aan de vergeten toekomst. Op 20 maart 2012 kon Braun zo in Prenzlauer Berg het aderlaten van de zon zelf meemaken.

In de Herfsttij der Middeleeuwen (1919) van de Nederlandse historicus Johan Huizinga (1872-1945) stuitte ik op de monstrans, net zo’n adembenemende, strááálende, strááálende zon als die van Pasolini en onze eigen slam-dichter avant la lettre Johnny (de Selfkicker) van Doorn (1944-1991). Huizinga op pagina 215: … de monstrans stelde de gewijde hostie zelf tot aanbidding tentoon. Voor den torenvorm, dien zij bij haar eerste opkomen in de 14e eeuw had, kreeg de monstrans weldra dien van de stralende zon, symbool der goddelijke liefde.

Omdat het daarbij om de aanbidding van de hostie ging, is er ook een verbinding met de “aderlating”: de hostie is tenslotte Christus’ lichaam en het is Zijn bloed dat als zonnestralen van de met goud en edelstenen beladen monstrans straalt.

Mij werd door deze Huizinga-passage voor het eerst de mogelijke herkomst van Pasolini’s “aderlating” duidelijk – ik ben welliswaar gedoopt, zij het hervormd, maar afgezien van een paar jaartjes zondagschool niet religieus opgevoed. Ik wist niet of Volker Braun in zijn Dresdner kinderjaren religieus of zelfs rooms-katholiek was, maar voor de Italiaan Pasolini was dat vast wel zo. Het is daarom zelfs denkbaar dat Pasolini de link tussen aderlating en monstrans ook zelf heeft gelegd.

VB: En bedankt voor het uitstapje naar de monstrans. Ik ben niet gedoopt, heb geen belijdenis gedaan, en was niet eens bij de Jonge Pioniertjes!

Een lucifer ontvlamd aan roestige ogen refereert aan een regel uit de Canto CVI van Ezra Pound: So slow is the rose to open. / A match flares in the eyes’ hearth, / then darkness – Zo langzaam opent zich de roos. / Een lucifer ontvlamt aan de ogenhaard, / dan duisternis. Volker Braun gebruikt in zijn verwijzing Ein Zündholz angerissen – een lucifer die wordt aangestreken – am Augen-Rost. Daarmee interpreteert hij de ogen-haard als een ogen-rooster. Terwijl ik in mijn vertaling het rooster weer associëerde met Brauns eigen roestige ogen, als gevolg van een oogziekte. De lucifer had ik in mijn eerste versie aangestreken, maar men kan in dit verband even goed – of misschien wel beter – van ontstoken spreken.

2 Migrantenmorgen

CádizAan het strand van de Zuid-Spaanse stad Cádiz landden in 2010 de Afrikaanse vluchtelingen, de boat people die vanuit Noord-Afrika naar Europa overstaken. Nog vijf, zes jaar voor de „vluchtelingen-crisis“ waar Europa in de tweede helft van de 2010-er jaren zo mee in z’n maag zit.

Niet alleen de Afrikaanse boat people hebben overigens die route over Cádiz gekozen om naar het noorden te trekken. De provincie Cádiz, het gebied tussen Sevilla en Gibraltar aan de Middellandse Zee is ook bekend door de jaarlijkse vogeltrek en een van de twee grootste vogelroutes naar Europa: de ene via de Turkse westkust, de andere via de Straat van Gibraltar.

VB: Dit is het oudste deel van de Wilderness-cyclus, waar ik 2010 aan begonnen ben. Die aanvang is gebaseerd op krantenberichten uit die tijd.

3. Twitterstorm

Twitterstormals een shitstorm, waarin Twitter en het Duitse Gewitter (onweer) zich verenigen.

Eenboom – is een boomstamkano, die over de hele wereld door indigene volken werd gemaakt uit één stuk, van één boomstam. Het heeft even geduurd voor ik ontdekte dat Eenboom ook een toeristenfarm is in het paradijselijke natuurlandschap van de Westkaap in Zuid-Afrika. De gerestaureerde, maar eeuwenoude boerderij, in de buurt van de Touw River, dankt haar (Afrikaans-Nederlandse) naam aan de reusachtige ‘eenboom’ (blue gum tree) die daar op een heuvel groeide. Veelbetekenend – in ieder geval voor Brauns Wilderness – is het feit dat de farm gelegen is in het Zuid-Afrikaanse Eden district.

Asiel der zinnen – in het origineel schrijft Volker Braun “toevluchtsoord der zinnen”, in aanhalingstekens als was het een citaat uit een toeristische brochure. Ik heb in m’n vertaling van dat oord een asiel gemaakt, een asylum, waarmee een link naar vluchtelingen en migranten wordt gelegd. Met dit woord wordt overigens ook een verbinding gelegd naar de Amerikaanse dichter Ezra Pound, die opduikt in dit en ook in andere gedichten van de Wilderness-cyclus. Pound werd in 1958 uit de gesloten afdeling van de Amerikaanse psychiatrische kliniek ontslagen en keerde naar Italië terug. Bij zijn aankomst daar verklaarde hij: “All America is an Insane Asylum” en bracht bij die gelegenheid trouwens ook de Mussolini-groet.

opsporingsnetin het Duits Rasterfahndung, is een opsporingstechniek waarmee met een computer-programma potentiële verdachten grootschalig werden opgespoord. Dat gebeurde aan de hand van identiteiten, persoonsgegevens e.d. die en masse door de computer werden gejaagd. Een opsporingsnet dat breed wordt uitgeworpen, dus.

Cycladen – een grote Griekse eilandengroep in de Egeïsche Zee, waarvan de eilanden in een kring rondom het oude Griekse heiligdom Delos liggen. Volgens de mythologie zou het heilige Delos ooit een zwemmend, drijvend eiland zijn geweest, tot het door Poseidon aan vier diamanten zuilen werd vastgelegd.

Bombodrom – een militair oefenterrein voor bommenwerpers. Het begrip werd – in ieder geval in Duitsland – in de jaren ’90 alom bekend door het verzet van de Oost-Duitse actiegroep FREIe HEIDe. Het ging om een 14 duizend ha groot heidegebied in de deelstaat Brandenburg, waar het Sovjet-leger tot 1990 het militair oefenterrein voor vlieg- en bombardementstraining gebruikte. De acties tegen het hergebruik door de Duitse Bundeswehr begonnen al in 1992, maar pas in 2009 besloot de Bondsregering van het oefenterrein af te zien en het de natuur terug te geven.

In dit gedicht wordt de Iraakse hoofdstad Bagdad tot “oefenterrein” voor de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Coalitie der Willigen. Deze Tweede Irak-oorlog begon met bombardementen op Bagdad en leidde uiteindelijk tot de val van het regiem van Saddam Hoessein. De volkenrechtelijk niet gelegitimeerde invasie van Irak werd door de Amerikaanse president George W. Bush beargumenteerd met de Iraakse massavernietigingswapens, waarover Bagdad achteraf helemaal niet bleek te beschikken. Anders dan bijvoorbeeld de Nederlandse regering keerden o.a. Duitsland en Frankrijk zich tegen deze oorlog.

afgekapte olijfboom – tevergeefs heb ik gezocht naar een equivalent voor het Duitse, meerduidige abgehauen (gevlucht, vertrokken, afgehakt) waarin ook die meerduidigheid bewaard blijft. En heb dan uiteindelijk (in afwachting van een betere inval) maar gekozen voor het tamelijk eenduidige afgekapt. Zo verdwijnt dan wel de ‘echo’ van de vluchtelingen en migranten, maar die galmt ook bij Braun hier niet luidkeels. Het tweede meerduidigheids-probleem was de Duitse Ölbaum. In het oud-Nederlands zou er weliswaar het woord ‘oliboom‘ hebben bestaan, maar dat is in het hedendaags Nederlands wel zeer ongebruikelijk en werkt dan eerder als een storend Fremdkörper. Dus heb ik toch maar voor afgekapt gekozen. Jammer alleen is dat daarmee de verwijzing naar de olie-industrie en de raffinaderijen van Eleusis (in het zevende gedicht Traumata Canto) goeddeels verdwijnt. Alleen de olie-industriële term afgefakkeld blijft nog over, maar dat klinkt als ‘echo’ een beetje zwakjes.

VB: Ja, best wel fraaie overwegingen over de gekapte olijfboom, maar ik bedoelde echt alleen maar afgekapt. En het mooie, oude woord Ölbaum geeft het geheel extra wrange bijsmaak: ik heb het hier tenslotte over onze menselijke existentie. Heel goed vond ik wel weer je oplossing voor de Irrengarten, die ook een eigen vinding is. In de vertalersnood schiet er dan altijd wel zo’n zelfgevonden woord te hulp.

afgefakkeldaffakkelen is in raffinaderijen de technische term voor het verbranden van overtollige en onbruikbare olie en gas. Zoals dat nu ook gebeurt bij Eleusis – zie Traumata Canto en de voetnoten aldaar.

warnetin het Duitse origineel gebruikt Volker Braun het zelfbedachte Irrengarten, dat letterlijk “gekken-tuin” betekent, maar ook aan Irrgarten, dus labyrinth doet denken. Dat past goed bij de verwarrende affaire-Pound en het Saint Elizabeth’s waar de dichter twaalf jaar opgesloten zat. Eenzelfde woordspel als Irrengarten heb ik in het Nederlands niet gevonden, maar koos voor warnet omdat het wel die verwarring uitdrukt, het chaotische en labyrinthische van het geval Ezra Pound.

Saint Elizabeth’s – Ezra Pound (1885-1972) werd na de Tweede Wereldoorlog door het Amerikaanse leger als krijgsgevangene in het Italiaanse Pisa in een ijzeren kooi vastgezet, in afwachting van een proces in de Verenigde Staten. Pound schreef daar zijn Pisan Cantos. In de oorlog maakte de dichter geen geheim van zijn sympathie voor Mussolini en het (Italiaanse) fascisme en keerde zich op de Italiaanse radio de hele oorlog door tegen de Amerikaanse deelname aan WO II.

Na zijn veroordeling in de VS werd Pound twaalf jaar opgeborgen in de gesloten afdeling van de psychiatrische kliniek van Saint Elizabeth’s in Washington. Op aandringen van vrienden (o.m. Ernest Hemingway) werd hij in 1958 vrijgelaten. Zijn laatste veertien jaren leefde Ezra Pound bij zijn dochter Mary de Rachewiltz in Noord-Italië.

usura, usury – in Ezra Pounds financiëel-economische ideeën, die niet vrij zijn van antisemitische trekken, staat ‘usura’ voor woeker en hebzucht.

Corporations aren’t people – zo luidde in 2014 de slogan van Citizens United tegen een uitspraak van het US Supreme Court, het hoogste Amerikaanse gerechtshof, over een controversiële hervorming van de wetgeving op de financiële ondersteuning van politieke verkiezingscampagnes. Deze voetnoot komt van de Britse germaniste Karen Leeder, die een keuze uit Brauns gedichten vertaalde (Rubble Flora, Selected Poems, Seagull Books, 2014).

4. Wilderness

in ’t slib gezalfd – Braun schrijft in het origineel kotgesalbt, wat op tal van manieren vertaald kan worden (: modder, faeces, stront, vuil, slijk, slib etc.). Ik heb voor het slib gekozen, omdat het past bij de geboorte en de evolutionaire geschiedenis van het leven op aarde. Ook legt het zo een link naar de regels Door het sop / gelikt / tot op de minerale bodem verderop in het gedicht.

Je nietigheid – zeker in de onmetelijkheid van de ruimte is die Einzelheit, zoals Braun het trauma van de geboorte beschrijft, traumatisch. Om die reden ben ik bij mijn vertaling gebleven, ook al klinkt in de Einzelheit ook de uniciteit van de mens door.

Een plek om te versmeltenin deze regel beschrijft Volker Braun zijn reisdoel in Zuid-Afrika als een Platz für Hochzeiten, als een oord voor wittebroodsweken, zeg maar. Nu zal de Eenboom-farm voor zoiets ongetwijfeld een paradijselijke trekpleister zijn, maar toch heb ik een minder toeristische aanpak gekozen. De Hochzeiten heb ik geinterpreteerd als versmelten, zich verenigen, de liefde bedrijven (zie ook 8. Schaduweconomie). En dat zogezegd in het slib van de monding van de Touw River.

duinendeken – verstopt in de duinen, toegedekt door de ‘duinendeken’ van het landschap – een beeld, een woord waarin ook het Duitse Daunendecke, een donsdeken, doorklinkt.

het hoognodige, zonder dwang – is een “zelf-citaat” van Braun, afkomstig uit zijn vertelling Die hellen Haufen (Suhrkamp, 2011), zo schrijft de dichter in een email aan de vertaler.

Het gaat om een “waar gebeurd” verhaal over een Oost-Duitse opstand, die echter nooit heeft plaatsgevonden. In de eerste jaren na de Duitse eenwording van oktober 1990 komt het tot verzet tegen de “volksonteigening”, het privatiseren van de Oost-Duitse ‘volkseigene‘ (zeg staats-) ondernemingen, wat in de praktijk neerkomt op overname door het West-Duitse kapitaal of het faillissement van de Oost-Duitse restanten. Een ‘bende’ van werklozen en ontslagen arbeiders trekt door Midden-Duitsland, maar ze vechten niet. Ze verzamelen zich op de Sintelberg, een berg van rommel en restanten van hun verloren bestaan. Niet gebeurd, maar toch waar, naar Ernst Bloch: “Wat we niet tot stand konden brengen, moet overgeleverd worden.”

(Die hellen Haufen, p. 93:) “Peine vroeg: hoe ze nu over hun toekomst dachten? – Meer een opmerking zo in het algemeen, maar iemand moest toch antwoord geven en vrouw Berndt zei: Het hoognodige, maar zonder dwang. – Dat klonk meer als een programma en was radicaler dan al die artikelen”. (Met de ‘artikelen’ zijn de 12 punten van Mansfeld bedoeld, het manifest dat de bendeleden hebben opgesteld.)

Onbedaarlijke vrijheid – in een eerste versie had ik het origineel unbändige Freiheit nogal snel en voor de hand liggend als bandeloze vrijheid vertaald. Maar dat deed toch meer denken aan het Duitse zügellose, dus losbandige vrijheid, terwijl het origineel toch meer op ongebondenheid duidt. Tot me de Duitse uitdrukking unbändiges Gelächter te binnen schoot: Een lachen dat niet ophoudt, niet op grenzen stuit, een bevrijd, dus onbedaarlijk lachen of ook een onbedaarlijke vrijheid!

Halverwege de Wilderness-vertaling en mijn eerste lange lijst met vragen, opmerkingen en overwegingen vond Volker Braun het ook tijd om een schouderklopje uit te delen. Vooral ook ter opmontering!

VB: Je toelichtingen bij de gedichten 3 en 4 zijn echt een genot om te lezen. Ze geven blijk van inzicht, precisie en tegelijk ook soevereiniteit: vrijheid door vakkundigheid. En die kanttekeningen geven toegang tot de metaforen, een overvloed aan manieren van lezen, die zichzelf weer laten lezen als een (doortimmerd) gedicht. Behalve het eigenlijke resultaat – de Nederlandse tekst – levert dat ook een subtekst uit de werkplaats op.

5. Moe materiaal van de macht te zijn

moeeigenlijk zou zat de vanzelfsprekende vertaling moeten zijn van het Duitse müde van Braun, die het inmiddels wel zat is om materiaal, instrument, speeltuig van de macht te zijn. Hij wil zijn onafhankelijkheid, standvastig en zelfstandig. Maar müde/moe is niet per sé verkeerd als vertaling, tenslotte kan je ergens ook heel erg moe van worden en het dan zat zijn. Door uit de titel van het gedicht de komma weg te laten, suggereert de regel ook een zekere materiaalmoeheid, ook wel als vermoeiing bekend. Dat ik uiteindelijk toch voor moe heb gekozen, komt ook doordat het woordje verderop in het gedicht ook wordt gebruikt: moe- / gepraat, en ik ben zo moe. Een reden temeer om hier niet voor zat te kiezen.

goudaderaan het begin van dit gedicht noemt Volker Braun de Seine in Parijs een Goldgrund van utopieën. Aan de rivier waar Franse filosofen, dichters, schrijvers, wetenschappers bijdroegen aan de utopische grondstof. Het woord Goldgrund staat voor de goudkleurige achtergrond in de schilderkunst, vooral bij icoonschilderingen. Toch heb ik die (achter)grondstof als goudader vertaalt, als vindplaats van utopie-erts. Ook omdat het verwijst naar de talloze utopische vindplaatsen in Wilderness. De gouden zonnen, de Puerta del Sol in dit gedicht, maar evengoed de zon die zichzelf aderlaat in het eerste vers. En niet te vergeten natuurlijk de gouden luxe van de Printemps.

Printempsis een warenhuisketen aan de Boulevard Haussmann in Parijs, dat vooral gespecialiseerd is in luxe waren. Tegenwoordig eigendom van een consortium uit Katar werden de Grands Magasins du Printemps zo’n 150 jaar geleden geopend (in 1865 om precies te zijn) en het warenhuis aan de Boulevard Haussmann is nog altijd beroemd vanwege zijn glazen Jugendstil-koepel. En het is natuurlijk geen toeval dat Braun het Printemps-warenhuis meteen met de utopische goudader verbindt: een nieuwe lente en financiëel vast ook een gouden toekomst.

hondenrondje – met de nodige ironie noemt de dichter zijn Auslandsreisen vóór de val van de Muur als het ware een rondje met de hond. DDR-dichters mochten van het regiem soms de arbeiders-en-boeren-staat in het (ook Westerse) buitenland vertegenwoordigen. Sommigen niet, andere wel, af en toe. Het was ook als disciplinerend instrument van de macht gedacht, al was deze selectieve “reisvrijheid” voor gepriviligeerde uitverkorenen ondanks de beperkingen ook een stukje individuele vrijheid.

De hond uitlaten aan de westkant van de Muur, het was een Oost-Berlijns schrijversprivilege. Ook al had de dichter bij zulke gelegenheden vooral Ostmarken op zak, die in Parijs natuurlijk geen stuiver waard waren. Vandaar ook de clochard.

dank zij dril… vanuit het Laich, het visbroedsel heeft onze species zich ontwikkeld… het is dus aan deze evolutionaire ontwikkeling te danken dat de menselijke soort nog altijd voortmarcheert. Daarom dank zij dril ook uitelkaar geschreven, om ons te bedanken voor het genadige lot, toeval, gevolg, dril… je wordt bedankt. Ga zo door, continuéz!

Collège de France – is een bijzonder universitair wetenschappelijk instituut, zonder ingeschreven studenten. De colleges in het Grand établissement zijn vrij en voor iedereen toegankelijk. De oorsprong gaat terug tot 1530, toen het instituut werd opgericht als humanistische tegenhanger van de door orthodoxe theologen beheerste Sorbonne.

richtlijnig – Volker Braun gebruikt het zelfbedachte woordje linienneu, als variant van linientreu – strikt de nieuwe (ook na de uitruil van het maatschappelijk stelsel) partijlijn volgend. Daarvoor heb ik het Nederlandse woordje richtlijnig bedacht, dat zowel partijpolitieke richtlijnen als ook hun rechtlijnigheid in zich verenigt.

Puerta del Sol is het beroemdste plein van Madrid, de Poort van de Zon. De levenschenkende zon, het licht, het goud – allemaal benamingen en symbolen van gedroomde, utopische steden, landen, rijken, toekomsten. Niet toevallig dat daar dus het basiskamp was van idealistische betogers. Zoals in 2011/2012 toen zich daar de aanhangers van de 15-M beweging (los Indignados – de Beweging der Verontwaardigden, een breed gedragen voorloper van de huidge protestpartij Podemos) meermaals massaal verzamelden en protesteerden tegen de grote (vooral jeugd-) werkloosheid mede als gevolg van de Europese financiële crisis.

kilometer nulde stenen plaquette op de Puerta del Sol die het centrum – km.0 – aangeeft van het radiaal systeem van rijkswegen op het Iberisch schiereiland. Op het plein werd in 1931 na de verkiezingsoverwinning van linkse en gematigde republikeinen en socialisten de Tweede Spaanse Republiek uitgeroepen. In 1936 kwam het conservatieve, monarchistisch georiënteerde leger onder leiding van generaal Franco in opstand tegen het regerende linkse Volksfront; die coup-poging was het begin van de Spaanse burgeroorlog die tot 1939 zou duren. De Volksfrontregering werd met militaire (lucht-) steun van Hitler-Duitsland verslagen. Daarna werd de macht overgenomen door dictator-generaal Francisco Franco, aan wiens heerschappij pas na zijn overlijden in 1975 een einde kwam.

leeszaal der thuislozen – Braun omschrijft die leeszaal als Handbibliothek der Unbehausten, een leeszaaltje waar de lezers direkt toegang hebben tot de boeken, die ter plekke ter hand genomen en gelezen kunnen worden. De term slaat ook op een hand- of een reisbibliothek, die door z’n kleinere omvang makkelijk meegenomen kan worden. Vandaar ook dat Braun tussen haakjes verwijst naar de Chinese dichter en wijsgeer Zhuang Zi (365 – 286 v. Chr.) die tegen het eind van zijn leven niet meer welkom was in eigen land en bij zijn vertrek maar één boek mocht meenemen, volgens de legende zijn Zhuangzi, een soort handboek of naslagwerk met tal van verhalen, anecdotes en spreuken, die grotendeels door zijn leerlingen zijn opgeschreven.

De nieuwste gedichtenbundel van Volker Braun (september 2016), waarin ook de cyclus Wilderness is opgenomen, draagt de titel Handbibliothek der Unbehausten.

Madrid du Wunderbare – een Spaans lied dat nauw verbonden is met de Spaanse burgeroorlog van de jaren ’30. Oorspronkelijk een oud volkslied, Los cuatro muleros (De vier ezeldrijvers), dat in 1931 op grammofoonplaat werd gezet door de dichter Frederico Garcia Lorca (piano) en de zangeres La Argentinita: http://www.federicogarcialorca.net/cancionero_popular/los_cuatro_muleros.mp3. Tijdens de burgeroorlog werd het lied als Los cuatros generalos (Vier nobele generaals) door de verdedigers van het Volksfront gezongen. Internationaal bekend geworden door de versie Madrid du Wunderbare van de Duitse zanger Ernst Busch, die ook tijdens de Spaanse burgeroorlog in Spanje woonde en voor de internationale brigades optrad: https://www.youtube.com/watch?v=LPGvbDlJxdA.

boze burger – Braun gebruikt hier de term Wutbürger, zoals we die inmiddels links en rechts in heel Europa kennen, de woedende burgers. In Nederlandse media veelal eufemistisch bezorgde burgers genoemd, aanhangers van populistische partijen en bewegingen van het Front National en de PVV tot het Alternative für Deutschland en de Pegida-beweging. Ook meer linksgerichte bewegingen als Podemos zijn volgens sommige waarnemers niet vrij van vergelijkbaar populisme. Om de verontwaardigde burgers van de Indignados, de 15-M beweging, te laten doorklinken, heb ik de bezorgde tot boze burgers bestempeld.

Stilstaande Zee – daar had ik het wel even moeilijk mee, met die ondoorzichtelijke woordspelingen aan het slot van het 5e gedicht: Ein Stehendes Meer, die Spanische See. Natuurlijk moest ik in eerste instantie aan een stehendes Heer denken, een staand leger. Ook aan stilstaand water dat niet stroomt en zo een goede broedplaats is voor leven. Maar even goed aan een protesterende massa, een zee van mensen. Een woordspeling beladen, om niet te zeggen overladen, met tal van duidingen die samen niet echt veel meer zin maken, een mengelmoesje. Bij navraag wist ook de dichter zelf niet echt veel raad met deze regel.

VB: Tsja, stehendes Meer, dat vraag ik mezelf ook af. Misschien is het toch niet meer dan een ietwat luchtige, flauwe grap met de uitdrukking een staand leger…?

Dus heb ik uiteindelijk besloten het leger weg te laten en van de Spaanse zee een stilstaand meer te maken. Mensenmassa’s met hoofdletters, als geografische benamingen. Troebel water waaruit mogelijk nog wel eens iets vruchtbaars kan groeien.

6. Utøya Utopia

bovenaards de vier Skandinavische jongedames beschrijft Volker Braun als übererdisch, niet alleen omdat ze van bovenaardse schoonheid zijn, maar omdat de U-2, de metro naar Pankow, waar hij woont, vanaf de Eberswalder Straße in Berlijn ook daadwerkelijk bovengronds rijdt.

wrijft niet eens… – ik heb de dichter verbaasd zijn ogen laten uitwrijven, terwijl hijzelf eigenlijk meer aan afvegen had gedacht: zoals je dat met een mond zou doen, zo schreef Braun in een mail. Na verlekkerd kijken de ogen afvegen, dus. Maar omdat daarin ook verbazing en bewondering meeswingt, gun ik de dichter niet eens  de tijd om van bewondering zijn ogen uit te wrijven.

Staties – in plaats van stations, dus het Latijnse statio, als van een triptychon – maar hier eerder als een ‘geluksgang’ dan de gebruikelijke Kruisgang.

Schönhauser – de vreugde van de dichter is maar van korte duur, want drie haltes verderop stappen de blonde Skandinavische stoten op het station Schönhauser Allee alweer uit.

Indische olifantshuid – de dichter moet zichzelf een dikke olifantshuid aanmeten nadat hij in de zogeheten Gauck Behörde de dossiers had doorgelezen die de Stasi, de Oost-Duitse staatsveiligheidsdienst, over hem had aangelegd. De inofficiële bijnaam heeft de Behörde (overheidsinstelling) – het archief van de Stasi-erfenis – te danken aan haar eerste directeur (1990 – 2000), de Oost-Duitse dominee Joachim Gauck. In 2012 werd Gauck trouwens ook verkozen tot Duitse bondspresident (tot 2017).

VB: Nadat ik mijn dossiers had doorgelezen, noteerde ik: Nu moet ik een Indische olifant worden, d.w.z. een dikke huid laten groeien… (Zoals een Bolsjewiek ooit zei: wat Trotzki moest uithouden, zou zelfs een Indische olifant niet zijn gelukt).

opdat niemand mij vergeeteen citaat van Anders Breivik, de Noorse rechtsextreme terrorist die in 2012 bij twee aanslagen 77 mensen vermoordde. Eerst liet hij op 2 juli van dat jaar een bom ontploffen in het regeringscentrum van Oslo, waardoor acht mensen werden gedood. Daarna trok hij naar een zomerkamp van de Noorse Arbeidersjeugd op het eiland Utøya waar hij in het wilde weg begon te schieten en daarbij 69 voornamelijk jonge mensen vermoordde.

7. Traumata Canto

Twin Towersop 11 september 2001 vlogen twee gekaapte passagiersvliegtuigen in de “tweeling-torens” van het World Trade Center in New York. Beide torenflats stortten in. Bij de jihadistische aanslag kwamen 2753 mensen om het leven. Van de al-Quaida aanslagen (o.a. ook op het Pentagon in Arlington en een vliegtuig dat op het regeringscentrum in Washington koerste) werd live verslag gedaan op televisie.

geen hoogtevrees op tvin het Duitse origineel gebruikt Volker Braun het compacte schwindelfreien Bildschirm, wat maar moeilijk net zo beknopt in het Nederlands te vertalen is. Bij een letterlijke vertaling ben je gedwongen naar een ruimere omschrijving uit te wijken. Schwindelfrei gaat in dit geval om de afwezigheid van duizeligheid, om het ontbreken van hoogtevrees. Dus heb ik gekozen voor de assonantie van het korte geen hoogtevrees op tv (teevee).

vereende staten hiermee worden niet de VS bedoeld, maar de staten die zich onder leiding van de Verenigde Staten vereenden in de Coalitie der Willigen en zo de Amerikaanse president George W. Bush in 2003 politiek en militair steunden bij de Derde Golfoorlog tegen Irak. Ook Nederland hoorde tot de willigen, anders dan bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk die zich tegen de oorlog keerden.

Brunnenburg – is een middeleeuwse burcht in Zuid-Tirol die na de WO II in bezit kwam van Mary en Boris de Rachewiltz. Mary is de dochter van de Amerikaanse dichter Ezra Pound (1885 – 1972) en de violiste Olga Rudge, waarmee Pound vijftig jaar lang een affaire had. Ezra Pound keerde na zijn gevangenschap in de Verenigde Staten in 1958 terug naar Italië en trok in bij zijn dochter Mary. Op de Brunnenburg schreef Pound de laatste verzen van zijn Cantos. Tegenwoordig is in die burcht het Ezra Pound Centre for Literature gevestigd.

deze of gene wereldoorlog Ezra Pound verwijst in zijn Canto LXXXII (een van de Pisan Cantos) naar de Chinese wijsgeer Confucius: there are no rightious wars in ‘The Spring and Autumn’ / that is, perfectly right on one side or the other / total right on either side of the battle line. De ‘Lente en Herfst Analen‘ is een van de vijf klassieke werken van Confucius en gaat over de geschiedenis van de Chinese staat Lu van 722 tot 484 v. Chr.

In Ezra Pound, 15 Cantos (Bezige Bij, Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1970) vertaalt de dichter H. C. Ten Berge die regels zo: er is geen rechtvaardige oorlog in ‘Lente en Herfst’ / d.i., volkomen juist aan de ene of de andere kant, / het totale gelijk aan een van beide zijden van de strijdlijn.

Pound schrijft overigens dat er aan beide zijden (either side) van de frontlijn in het ‘absolute gelijk’ wordt geloofd en niet slechts aan één van de twee kanten. Zoals ook voor beide partijen geldt dat er geen rechtvaardige oorlog bestaat.

In die trant vergelijkt Volker Braun zijn positie met die van Ezra Pound, terugkijkend op deze of gene wereldoorlog, de hete en koude oorlogen van hun tijd.

Eleusis – (in het Nieuwgrieks Elefsina) is inmiddels een met raffinaderijen en industrie volgestampte voorstad ten noordwesten van Athene. In de oudheid was Eleusis het heiligdom waar de Mysteriën van Eleusis werden gevierd, een cultus rond Demeter, de godin van de vruchtbaarheid. Voor Ezra Pound was Eleusis ook de tegenhanger van usura, wat in Pounds financiëel-economische ideeën voor woeker of hebzucht staat.

Denegris – is de moderne Griekse dichter Tasso Denegris, geboren in 1934 in Athene en daar in 2009 gestorven.

8. Schaduweconomie

fabuleuze lokroeptegenover Volker Braun onderbouwde ik mijn vertaling van zijn genialer Vogelruf zo: “Voor geniaal heb ik fabuleus als vertaling gekozen, omdat dat zowel het legendarische als ook het betoverende, het fabelachtige in zich heeft. Uit de Vogelruf wordt dan een lokroep, door de vogel als geel contrast in grauwe lucht na een regennacht gekrast. De lokroep in het nieuwe, net aangebroken ochtendgloren.”

VB was niet eens gebelgd over m’n niet zó geniale ingreep: Sehr schön.

stoute schoenen – oorspronkelijk had ik voor wir faßten Mut het Nederlandse geanimeerd gekozen. Een beetje erg ver gezocht misschien en ik was daar ook niet erg tevreden over. De gedachte was dat het beschreven paar vrolijk, blij te moede, met frisse moed en opgewekt, zo niet opgewonden, was door zoveel moois. Maar Brauns bevestiging dat hij echt gewoon moed vatten bedoelde, bracht me tot de veel betere vondst van de stoute schoenen.

kassaAusgabestelle, weer zo’n akelig Duits woord waarvoor ik alleen maar minstens zo akelige Nederlandse equivalenten kon bedenken. Bijvoorbeeld uitgifte-loket, ofzo. Maar zo’n woord zou wapperen als een strontvlieg boven een vlaggeschip. Daarom besloot ik de afgifte-spot te veranderen in het kort en krachtige kassa. Met het argument: Tenslotte eist LA VIE ook in de schaduweconomie ooit en ergens zijn prijs!

Wat VB tot een Retourkutsche verleidde: Dat is nu weer van jouw kant geniaal!

Lübarsis een wijk in het Berlijnse Bezirk Reinickendorf (West), direkt aan de grens met de deelstaat Brandenburg (Ost). Aan de Brandenburgse kant liggen de Eichwerder Moorwiesen, een ‘wei-landschap’ in het veengebied.

Eenieder naar vermogen… – Karl Marx, Kritik des Gothaer Programms (1875).

Zie hoe de vloed van miljoenen” – de eerste regel van het tweede couplet van het socialistische strijdlied Brüder, zur Sonne, zur Freiheit, zoals het gezongen werd door het Nederlandse arbeiderskoor De Stem des Volks. De Nederlandse titel Broeders, verheft u ter vrijheid moet het helaas zonder de zon stellen, wat jammer genoeg de associatie met de lokkende ochtendzon een beetje in de weg staat.

Moet mijn aarde mij / Toch laten, toe – zijn twee regels uit Goethes Prometheus-gedicht (1774). Ook de voorafgaande Wolkensluier en de aansluitende brandhaard verwijzen naar dat gedicht van Johann Wolfgang Goethe. Het toe is mijn toevoeging, om de regels enige urgentie en ootmoedig smeken te verlenen.

een of andere zinspeling (spinsels)Volker Braun maakt hier tussen haakjes een kleine woordspeling door Hirn (hersens) en hinfort (voortaan) te combineren als (Hirnfort), waar ik lang op heb zitten knagen. Dat liep een beetje uit de hand en evolueerde zich moeizaam van kwabben tot knarsende schedel. En dat leidde natuurlijk tot niks.

VB: Ja, dat is het abjecte aan teksten, dat je het geschenk van het woord niet gewoon kan imiteren … Als de eigenlijke betekenis maar overeind blijft:Een paar woorden meer dan de natuur moet je wel zeggen’.

Dus heb ik mijn werk nog maar eens overgedaan en kwam tot een eigen spelletje: zinspeling (spinsels). De regel verlangt zo naar iets meer toespelingen en wat meer hersenwerk, desnoods hersenspinsels. Bovendien is het zo ook een verlangen naar meer spel der zinnen, wat dan ook als toevoeging aan de evolutie eindigt tussen de witte lakens. (Of daar juist begint!)

L’ébauche – (fr.) ontwerp, ruwe schets, tekening. Braun interpreteert het hier zelf als het begin, de aanvang. Ik heb daar in mijn vertaling de bron van gemaakt, omdat het zo aansluit bij:

débouché – (fr.) vooruitblik, toekomst, visioen, wat ik – net als Braun – als de monding heb vertaald. Van bron tot monding, de stroom de la VIE.

9. Een verzadigde sater

een sateris een figuur uit de Griekse mythologie, een vrolijke drinkebroer uit het gevolg van de Griekse God Dionysos. Een sater is echter niet alleen bosgeest op bokkepoten, maar ook een lekkerbek en smulpaap.

happig – past goed bij de lekkerbek, die ook wel eens een echte vent wil zijn.

Alleen in die / riool …” – ik heb deze regel in eerste instantie opgevat als een verwijzing naar de film van de Poolse regisseur Andrzej Wayda, het Kanal (pol.), in het Nederlands als Het riool der verschrikking getiteld. Een film uit 1957 over de laatste dagen van de Warschause opstand tegen het Duitse bezettingsleger in 1944.

Maar hij blijkt afkomstig te zijn uit het Poema Sujo (vuil gedicht) uit 1975 van de dichter Ferreira Gullar (1930), een van de beroemdste Braziliaanse auteurs die ondermeer de Nederlandse Prins-Claus-Prijs mocht ontvangen (2002).

Een barrel ervaring – ik heb Brauns Bottich von Erfahrung niet als ton of fust vertaald – wat het ook is  – maar als barrel, omdat daarin ook de olijfboom en raffinaderijen doorklinken. Een kleine, maar misschien wel brutale ingreep?

VB: Ik protesteer niet, maar maak een buiging.

Hartz 4 – met dit begrip wordt een deel van de omstreden hervormingen van de sociale en arbeidswetgeving door de roodgroene regering van bondskanselier Gerhard Schröder (1998-2005) bedoeld. De vernieuwing werd bedacht door een commissie o.l.v. voormalig VW-functionaris Peter Hartz. De meest omstreden wetgeving was Hartz IV, de hervorming van de werkloosheidsuitkering.

Brocken 5 – De Brocken in het Harz-gebergte is met z’n 1141 meter de hoogste berg van Noord-Duitsland. In het gedicht wordt de berg met Peter Hartz in verband gebracht, als een harter Brocken, als een moeilijk te verteren brok. Maar het cijfer 5 doet onvermijdelijk ook denken aan Book 5 van Miltons Paradise Lost, met 12 duizend regels een behoorlijk dikke pil, een Brocken, zoals dat in het Duits ook heet.

Sorge en Elend  –  beschrijven niet alleen de zorgen en ellende, maar ook de twee kleine plaatsen die zo heten aan de Oost-Duitse kant van het Harzgebergte.

De staat ben niet ik – Volker Braun zet zich zo af tegen suggesties en verwijten die hem te weinig distantie tegenover zijn ondergegane staat, de DDR, toedichten. Hij keert daartoe de bekende uitdrukking van de Franse Zonnekoning Louis XIV (l’état c’est moi) om.

VB: Het gaat me niet om bepaalde verwijten; we zijn tenslotte allemaal staatsburgers. Maar ik ben nu eenmaal geen staats-man, ik identificeer me niet met de politiek.

Low carb – met weinig koolhydraten en licht verteerbaar.

De kleine hand – is het handje van Brauns kleinzoon Johann Jakob, die zo ook al in een eerder gedicht opdook: Het Elbedal uit 2008, een gedicht over de Dresdner brug-affaire die de Elbe-stad het predikaat werelderfenis kostte. Dit was de plek die mijn vader / Ik mijn kleinkind woordloos wees…

In één gedachte werkelijkheid… ‘To hold in a single thought reality and justice’ is een citaat uit de esoterische bundel A Vision van de Ierse dichter en Nobel-prijswinnaar (1923) William Butler Yeats (1865 – 1939). Het boek is een “bericht uit de geestenwereld”, de spirit world, waarbij men spirit niet moet verwarren met sterke drank (hoewel…). Yeats experimenteerde met zijn echtgenote Georgie (een medium) onder andere met automatisch schrijven. Het medium ontvangt teksten, poëtische regels, van wat je met recht een ghostwriter kan noemen. Yeats gaf zijn Visie/Visioen in 1925 uit in eigen beheer en publiceerde een bewerkte versie in 1937. Hij droeg de bundel overigens op aan zijn secretaris Ezra Pound – het boek bevatte ook “Een pakketje voor Ezra Pound”, een essay over diens Cantos.

10. Heelal Atlantis

vrijetijds-Tuieen woordspeling van Braun met Brechts intellectuelen-scheldwoord Tui en de gelijknamige reisorganisatie. Met z’n Tui richtte Bertolt Brecht sinds de jaren ’30 zijn pijlen op de intellectueel die zijn waren aanbiedt op de markt en de heersende ideologie steunt. Onder andere in zijn Tui-Roman (1934) en zijn toneelstuk Turandot of Het Kongres der Witwassers (1954). Tui is tegenwoordig ook het grootste reisbureau van Duitsland. Volker Braun betitelt zichzelf ironisch als reis-Tui, waar ik (vanwege rijm en ritme) vrijetijds-Tui van heb gemaakt.

Tarantulanevel – behoort tot de actiefste stervormende regio’s in het universum, zo’n 180 duizend lichtjaren van de aarde verwijderd.

Higgsboson – is het elementaire deeltje dat al in 1964 theoretisch werd voorspeld, maar pas in 2012 werd ontdekt in de Large Hedron Collider, de ‘protonenschietbaan’ van het CERN nabij Genève. Het deeltje is vernoemd naar zijn bedenker, de Britse natuurkundige Peter Higgs, die in 2013 (samen met Francois Englert) de Nobel-prijs kreeg. De Higgsboson heeft als bijnaam het Godsdeeltje gekregen en heeft dat te danken aan de Amerikaanse fysicus en Nobelprijswinnaar Leon Lederman, die een boek schreef over The God Particle (1993). Tegenover vrienden zou Lederman (geb. 1922) hebben gezegd dat hij, gefrustreerd doordat het bewuste deeltje nog altijd niet gevonden was, zijn boek het liefst The Goddamned Particle had willen noemen.

*

Tijd, getijden, gelijktijdigheid

jack spicer

Meteen nadat ik mijn vertalinkje en een stukje over de Amerikaanse dichter Jack Spicer, de Brexit en de gelijktijdigheid der tijden had gepost (j.l. zaterdag), vond ik tot mijn grote vreugde Mütze # 12 & 13 in de brievenbus. Bestaat er nog wel zoiets als toeval of is toch echt alles met alles vervlochten?

In beide nummers de eerste van de vier Vancouver Lectures (in tweeën geknipt) die Spicer daar in juni 1965 heeft gehouden (in de Duitse vertaling van Stefan Ripplinger). In de voordracht en aansluitende discussie met publiek behandelt Spicers ideeën over poetic dictation, over het poëtisch dictaat en de dichter als medium, als radiotoestel dat gedachten en gedichten uit de ether oppikt en doorgeeft. Spicer geeft als speelse uitleg ook wel marsmannetjes de schuld, die de kamer en de keuken van de dichter binnendringen, het meubilair verschuiven en hem de gedichten dicteren. De dichter is eigenlijk niet veel meer dan een kosmisch doorgeefluik, zeg maar.

Maar toch, Spicers door en door geconstrueerde poëzie maakt nu helemáál niet de indruk dat ze hem zomaar is aangewaaid of aangedragen werd door geesten of goden. Maar toch houdt de dichter onwrikbaar vast aan zijn ietwat absurde idee dat zijn beste verzen werden voorgezegd. Voor Jack Spicer is gedichten schrijven geen, zegt ie, lyrisch ambacht. Zijn handwerk bestaat hoogstens uit het geschikt rangschikken van de gedicteerde tekstdelen. Alsof de gedegen kennis, de vele bijelkaar gelezen bibliotheken en de poëtische praktijk niet zouden rond dwarrelen in Spicers geest en hij het dus zelf is die de stemmen uit de ether imiteert.

Spicers idee van poetic dictation is zijn metafoor voor het gecompliceerde, onoverzichtelijke en ook ondoorzichtige, deels intuitief gestuurd schrijfproces. De dichter vraagt zich af hoe hij op ideeën komt, of beter gezegd, hoe hij ze aangereikt krijgt. Dat idee zelf heeft Spicer van de Ierse dichter William Butler Yeats (1865-1939), in 1923 winnaar van de Nobelprijs voor literatuur. Yeats en zijn vrouw waren nogal van occulte en spiritistische inslag en in de trein van San Bardino naar Los Angeles raakte de echtgenote (G. Hyde Lees) in trance. De Ierse dichter vroeg de geesten die van het medium Georgie bezit hadden genomen, wat ze eigenlijk in de Southern Pacific trein te zoeken hadden. Waarop de geesten antwoorden: “We zijn hier om jou metaforen voor je dichtkunst te bezorgen.” Ja, er valt bij Jack Spicer ook over zeer ernstige zaken altijd wel wat te lachen!

In mijn stukje/geintje van zaterdag citeerde ik ook Spicer over de gelijktijdigheid der tijden: “Toekomsttijd,” zei de gouden kop, / “Hedentijd. Verledentijd.” Aan het eind van zijn serial poem, de gedichtenreeks “De Heilige Graal”, in het zevende, laatste Boek over Arthurs Dood, schrijft Spicer over het gegons in het hoofd van de stervende Arthur, de “king and future king”, die zijn leven aan zich voorbij ziet trekken. Ondanks al dat eindeloos gelul en die genante muziek hoort de dichter toch nog iets uit de ether: “Een gegons in het hoofd van de prins. Iets in godentaal.”

Soms komt er nog iets door. Zou het dan toevallig zijn, dat ik nog geen dag later (op zondagmorgen, 5:30 uur) aan het eind van Jack Spicers eerste Vancouver voordracht (gehouden nota bene op 13 juni 1965, de honderdste geboortedag van Yeats) het volgende lees? “Op den duur lopen verleden, heden en toekomst weer uit op de oorspronkelijke meubilering van de kamer van de dichter. Dat iets in het gedicht pas morgen gebeurt, maakt iets niet geheimzinniger dan wat vandaag in het gedicht staat en gisteren is gebeurd. Toekomst, verleden en heden zijn in velerlei opzichten met elkaar vervlochten.”

Zo stapelt Jack Spicer zijn ingefluisterde gedichten tot een poëtisch vlechtwerk. Daarin kan in elke geschiedenis alles met alles samenhangen en gelijktijdig gebeuren. Ook die notie heeft Jack Spicer niet van een vreemde. In zijn Vancouver toespraak verwijst hij naar Ezra Pound, die overigens ooit ook secretaris van William Butler Yeats was. “Pound gebruikt geschiedenis op een extreme manier: Niet als geschiedenis zoals we die in onze discussie hier te horen kregen, maar als geschiedenis in de zin dat alles met alles samenhangt.”

De eindeloze zoektocht naar de graal. De Moorsoldaten. De ene Tony en de andere. Clyde, de geile pad. Feeën, sprookjes. De dwaasdoder. Baseball. De mariniers van Tarawa. Het leven, kortom alles, trekt voorbij, geschiedenis. Ze bezorgt de koning geruis in het hoofd en laat de ridderhelmen op hol slaan.Branding. Een queeste vol rollende koppen, aanrollende golven. Als tekens uit een kosmische oceaan. In het tweede vers van het Boek Lancelot gaat dat zo:

Wandel langs het strand en luister samen naar het geruis van de oceaan.
De mariniers van Tarawa, Java, brandende olie op de hielen
Crawlen dat hun leven hen lief is.
Zeg jij en hij ook en zinloos zegt de kuststrook
Graal ter hoogte van boei 029.
In het slijk van dat ding-muziek
Golven branden langs het strand, als wilden ze mens’lijk zijn
De matrozen brullen.
Wandelend langs het strand, verliefd of niet, horen ze het gegons
Van de oceaan.

Jack Spicer is een strandjutter die de gaven van de oceaan verzamelt. En wat daar allemaal niet in de branding aan komt rollen! Dat is geen zoetgevooisd pretje. Er mag gelachen worden, maar het is een ernstige bisnis. Ergens, in een van de vier Vancouver Lectures zegt Jack Spicer dat poëzie niet voor de lol is: “Poetry isn’t for pleasure” (geciteerd door Stefan Ripplinger in zijn Gralsspiel). Zo moest de Tarawa-landing in november 1943 wel opduiken tijdens een strandwandeling. Dus moesten de Amerikaanse mariniers en matrozen, onder hevig vuur van de Japanners, in een brandende oceaan voor hun leven zwemmen bij de landing op het Tarawa atol.

Wat daarvan overblijft, is geruis en gegons, het gebrul van de branding, die “ding” muziek. Geluid zonder verdere betekenis, zonder mededeling, een leeg ding. In die zin is zelfs de Graal maar een ding op zich, een leeg midden, een vacuüm. En zoals de ding-muziek van de oceaan is voor Jack Spicer ook taal een ding, poëzie op zich, gedichten waar niemand naar luistert.

Dat ding taal

Deze oceaan, vernedert nog het meest
Met z’n maskerade.
Niemand luistert naar gedichten. De oceaan
Is niet om naar te luisteren. Een druppel
Water of een plens. Het betekent
Niets.
Het
Is broodwinning, doorsneetje
Peper en zout. De dood
Waar jongemannen naar verlangen. Doelloos
Beukt het op de kust. Witte zinloze signalen. Niemand
Luistert naar gedichten.

Jack Spicer

 

Ook Mütze # 12 & 13 zijn los verkrijgbaar voor € 6,- het stuk en als abonnement  voor € 30,- (5 stuks, naar buitenland, incl. porto) . Mijn vertaling van het 2e vers uit Het Boek Lancelot baseert op het origineel van Jack Spicer en de Duitse vertaling van Stefan Ripplinger, beide in Mütze # 11. Spicers origineel van mijn vertaling, Thing Language, is te vinden bij Poemhunter.

Poëzieweek 04

Gestampte versjes
(voor braun en pound)

waaraan je ziet hoe
het getimmerd, hoort hoe!
’t klinkt, waar ‘t
wringt

in wording werkt die vent
en vormt de regels over
tredend, scheppend wat
hij nog-niet…

weet, heet:

zachtzijden spandoeken: hoop
noch vrees in flarden
oh gedumpte hoeren
tent, zoetzuur beleg
van Eleusis

dicht hardnekkig voort, denkt mee
slepend – trial, error, metra
stampend

in woede werd zo
toch iambe verdicht:

jij HOER! jij DEL! jij SLET!

*

braun en pound – de dichters Volker Braun en Ezra Pound.
nog-niet – Ernst Bloch: “Noch-Nicht”
zachtzijden spandoeken – een variant op de slotregel Silk tatters, ‘Nec Spe Nec Metu’ van Ezra Pound’s Canto III (Flarden zij, ‘Nec Spe Nec Metu’ in de vertaling van H.C. Ten Berge, 15 Cantos, Amsterdam 1970). Hier, in deze Gestampte versjes ook een verwijzing naar de Oost-Duitse spandoeken, die vroeger voortijdig het zijïg moois van de socialistische toekomst verkondigden: toen al vervuild, verkreukeld en verscheurd.
iambe – dienstmaagd aan het hof van de koning van Eleusis, die de godin Demeter, rouwend om haar ontvoerde dochter Persephone, met schuine moppen weer aan het lachen kreeg. De jambe wordt daarom traditioneel met spotverzen geassocieerd, zo ook de pornografische spotgedichten op het Iambos-feest in de Dionysos- en Demetercultus. zoetzuur beleg – voor wie niet bekend is met de eigenaardige Nederlandse ontbijtgewoontes: ‘gestampte muisjes‘ bestaat uit gemalen strooisel met anijssmaak dat op brood en beschuit gegeten wordt. Het strooisel voor  ‘beschuit met muisjes‘ bestaat uit ongemalen ronde, gekleurde korrels en wordt traditioneel gepresenteerd bij geboortes: roze muisjes bij de geboorte van een meisje, blauwe muisjes bij de geboorte van een jongen. Zoetzuur is het beleg door de neergang van de cultus op Eleusis: prostitutie, olieraffinage, vervuiling.
Eleusis – beide dichters, Pound en Braun, verwijzen naar het antieke en hedendaagse Eleusis in Griekenland. Braun in zijn Traumata Canto (Wilderness, 2014): Eleusis / olijfbomen en mysterieën, volgestampt / bedolven onder raffinaderijen. En Pound in zijn usura-gedicht, Canto XLV: They have brought whores for Eleusis…
jij HOER! – een andere versie van het ontstaan van de jambe had dichter en lyriek-docent Georg Maurer, leraar van de Saksische Dichtersschool. Bij diens dood in 1971 schreef z’n leerling Rainer Kirsch een gedicht waarin die verhaalt hoe Maurer bij zijn studenten het jambe-metrum er letterlijk instampte met het verhaal dat de Griekse dichter Archilochos van Paros (wrsch. 680 – 645 v. Chr.) uit woede de jambe “uitvond” toen zijn schoonvader in spe hem z’n dochter weigerde. Stampend met zijn voet en de vuist omhoog stotend deed Maurer dat voor ◡ — ◡ — ◡ — : Jij HOND! Jij BEEST! Jij ZWIJN!

*