Tongtaal, ruw 5

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020
LAATSTE VERS
           (naar E.E.)


Als wilden alle

delen weg-
vallen, voort-
durend, uit-

- helling op het
randje, fronst
haar bosbesbrauwen -

vallen, gedeelte-
lijk, mij ont-
vallen, uit-

einde lijk









Dichters huizen hogerop

Rotterdam id mist - Peter Schmidt

(naar Elke Erb)

Rotterdamse dichters ze
huizen in skylines.

Moeten alleen,
in hun betonnen torens, steen stevig
als eeuwen, van haven
lucht, van ’t adem
benemende uitzicht
op hoger, nog hoger

leven.

*

De Duitse dichteres Elke Erb werd in februari 1938 in de Eifel (West-Duitsland) geboren. Haar vader doceerde na de oorlog aan de universiteit van Halle (Oost-Duitsland) en emigreerde met zijn gezin in 1949 naar de DDR. Erb was als dichteres deel van de zogenaamde Saksische Dichterschool en van 1967 tot 1978 getrouwd met dichter en essayist Adolf Endler. Zij schreef o.a. de ironische tekst Dichters huizen in eeuwen (in de bundel Einer schreit nicht!, Verlag Klaus Wagenbach, Berlin, 1976) waarin zij de belazerde woonsituatie van ‘onwelgevalige’ DDR-dichters als Endler aan de kaak stelde: … onderdak vijf hoog, / Zonder bad, achterhuis, wc op de gang, maar zonnig. / Als de dichter Endler zijn hoofd uit het raam steekt, / Dan kijkt hij of de vuilnisbakken al zijn geleegd.
Elke Erb noemde haar tekst in 1990 – bij Endler’s 60ste verjaardag – een gedicht, dat een dubbele leugen demonteert. Ten eerste haalt het volgens haar de huichelachtige ophemeling van de kunst in de ‘socialistische’ samenleving en de ‘era‘ (de eeuwen, de tijdperken) als een begrip ter zelfbewieroking van de verordonneerde, geveinsde gemeenschapzin onderuit. En, secundo, wordt de sakrale stelling ontmaskerd dat de kunstenaar met het volksleven verbonden hoorde te zijn. Het gedicht laat zien hoe beroerd dat (DDR-)volk wel niet moet wonen en daarmee ook de werkelijke ‘volksverbondenheid’ van de dichter Endler. Heel anders dan die dichters, de ‘echte’, de gewaardeerden, die aan de norm voldoen en hem naar de rand van de DDR-samenleving verdrongen resp. midden in de ‘dieptes van het v.’. (In: Sondeur, Heft 7, oktober 1990).
Rotterdamse dichters daarentegen, dankzij hun traditionele volksverbondenheid (‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’), zoeken het luchtig in hun betonnen torens hogerop. Zij kunnen uit de hoogte roepen (‘je pleurt wat in de pan, als je koken kan‘ – Riekus Waskowsky), maar hebben het ook niet breed. Beleven de dieptes van torens. Van boven bekeken of ook van onderen: Meer perspectief dan pecunia.

Foto © Peter Schmidt