Is dit kunst

1.

Onder lakens, overgooiers, het hoofd. In handen.

Volle flessen, Heinz! Klaar voor de slag: Perform, ‘ns!

De zweep erover, Benzedrina! Zo gedoopt. Klaar

voor de Bühne: J. & F.

met lef & catch

                              -up elkaar

te lijf, slam, Schlamm avant.

Geboden: Bloed, bad, letter-

lijk. Slacht, af. De dichters

besmeuren het blanke, spick’n

spanken kokette, de kleine

bourgoisette – La Katinka

Ketchup, Aufhol-

                               / jacht onder lakens

Advertenties

Metamorfosen (7)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2017

Moedergodin uit Çatalhöyük; Kybele, wie weet (6000 jaar v. Chr.)

Wilde wijven

Of waren ’t de tast
bare Bacchanten, nonsens;
verleidelijke meiden, boze,
bezeten, bezatte.

Of Castraten, onbetaste klote!
tempeldienaars voor Kybele:
eigenhandig gekapte
transgeslachten.

Of die Maenaden (alt 68)
met hun drugs & sex & rock
& roll en al te luid
ruchtig getamboerijn.

Wie bracht dan Orpheus om?

Ach Orph, de sentimentele
spotvogel, de zanger die harde
brokken, rotsen, tot tranen
toe, tot klotsen bracht.

Geleende lyra of barbitos,
niet steeds dezelfde
leier, van Orpheus’ goddelijke
meneer, Apollomaatje.

Geen omkijken meer
naar Eurydike, naar dolle
opgewonden nimfen, naar
het wilde matriarchaat.

Orpheus’ draai: misogynist,
Magna Mater hater, anti
Bacchus nummers gebruld,
demonstratieve knapenliefde!

En dan als dank, omgerend,
aangerand, bacchante strijd
liederen, gespleten slangen
tongen, tuig, toch…

Het idee! De Ida-
berg en tempel terug!
Veroverd! Slot

akkoord: Apollo,
de wolfshond! Verjaagd,
Orph #youtoo,

met pek en veren, mestkar,
gekruiwaagd: hoogste tijd…

Het woest gejoel, wrakend:
Kybele’s wilde wijven

Geslepen messen, ja
Orpheus, dat krijg je dan

daarvan, ook al is ‘t
pas millennia later.

*

Metamorfosen (2)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

 

Piero del Pollaiolo (1441-1496), Apollo & Daphne

Hazewind

(Litaniae Lauretanae)

Sneller dan de wind ’t licht
– met godspeed – vlucht ze
als hij haar naroept:

Nimf, ik jaag je niet. Zo vlucht
toch – trillende vleugels – de duif
voor de adelaar.

De hond, Apollo, holt. Hij jaagt
haar, de jaagster, het haasje.
Rep je, wind!

De gejaagde maagd bidt
in samenzang: Oh Daph, ach
Lauri…

Haar haren bladeren.
Haar armen takken.

Onder ’t schors nog
betast hij haar
bevende…

“Woef!”

*

Metamorfosen (1)

Poëzieweek 2018, 25 jan. – 1 feb.

Jean-Léon Gérôme (1824-1904), Pygmalion, rond 1892.

Als was

Van Cyprus, die losbandige 
meisjes, die hoerige wijfjes. 
Hoornige rotsen voor de kust: 
bronstige bullen.

Afkerig keert hij, Pygmalion, wendt
zich tot zijn werk: de kunsten-
maker, ach, je moet wat: avenidas,
flores, mujeres (verzinnen).

Die beeldige Galatea, gehouwen,
geslepen. Gestreeld 
ivoor, gekneed.
In zijn vingers

als was. Wat verbeelding 
al niet vermag. My! - 
Venus, Diana, perse
phone me, fair lady!

En dan liefst zo'n knap 
kontje (als dat 
mag...)

*

Oceaanbodem

Vandaag 52 jaar geleden overleed de Amerikaanse dichter Jack Spicer in het ziekenhuis van San Francisco. Veertig jaar jong, maar een wrak. Een dronken schip gestrand. Pakweg drie weken eerder was de homo-dichter in de lift van zijn flat in elkaar gezakt. In het General Hospital lag hij meestal in coma, maar kwam af en toe bij en communiceerde, zij het kort en moeizaam. Zijn laatste woorden tegen vriend en mede-dichter van de Berkeley Renaissance, Robin Blaser: “My vocabulary did this to me…“. Zijn woordenschat, zijn taal, zijn gedichten konden hem niet redden. Dichten, zei hij tijdens een lezing in Vancouver, een paar maanden voor zijn dood, doe je niet voor je lol.

Oceaanbodem

 (Ivre mort, wrecked bateau)

 

Strandt daar de dronken

lift, komt hier ladder

zat niet meer te boven

 

Verroeste schoeners, onbemande

boten aan de grond

gelopen, verzopen

 

Nergens meer – noch Wreck

Beach – binnengelopen, zo

strandt het lave-

 

Laveerloos, have-

havenloos/

 

Kort voor Vancouver roept

de oceaanbodem, zendt slechts

ruis in de mist

 

Het scheepswrak zwaait

– wuivend zeewier –

uit/

 

(Dit is het einde van het gedicht)

*

De foto is de achterflap van DE OCEAAN, een verloren book van Jack Spicer, gevonden door Pim Lukkenaer en Jacques Schmitz. De verzameling Spicer-gedichten, bewerkingen, pastiches, chats en een nieuw voorwoord van Spicer verschijnt binnenkort als e-book. Omslag en binnenwerk zijn een ontwerp van Maarten Schmitz.

Autoradio aan

(Gedicteerd)

Samen op weg, waarheen? (Route 66) Misschien,
westwaarts waar (California Girls) oude
mannen altijd aan denken, ja J.
rijdt,
hoewel
hij daar niet voor geleerd heeft.

P. wel,
die leest
de linguistische kaart van de
Pacific Coast en zit
telkens met zijn fikken
aan de knoppen
van de autoradio.

WTF (Who) is toch die Orphée die daartussen door toetert en hits zingt uit oude doos,                 die Eurydike? Waar komen zijn songs toch vandaan? Hell, hörig. Wie dicteert, er
verdomme, wie? Te veel surf-muziek, misschien. Te veel Beat, te weinig Kontra-
punkte?

Oh Jee! Zendt mij toch
maar meisjes-
metaforen, zo’n doos
van rood satijn en lila
strik, Pandora, rond om
iets of iemand op
te hangen.

Op weg naar now/here.

“Het is 23:55 uur.
Gute Nacht, Freunde.
Zo meteen slecht nieuws.”

*

uit: Jack Spicer, De Oceaan – een verloren ‘book’ gevonden door Pim Lukkenaer en Jacques Schmitz.

Hechting : Adem / Rainer René Mueller

RRM Bild

Hechting : Adem

“Pour … niaiser et fantastiquer.”
 (Montaigne / Flaubert)

 

… ene met gehemeltespleet
& geknepen stem (nasaal)
haalt mij met handdruk
terug in ’t ademen,

na stilstand, lichttunnel,
na de blik, zo
van bovenaf, op mij
teneinde, om te beginnen

weer tot ademen terug.
De fles met lucht houdt
vooreerst zucht en sirenen
uit de stilte weg, in othem en de letteren:

letterlijk, de dichter
als jonge man:

contre-valeur, speeldoos,
suturen…

*

RRM – adem met horten en stoten

Hortend, stotend, afgebroken, ingeslikt. De taal van Rainer René Mueller komt in brokken. Hij veegt de scherven, die brokstukken, op. Verwijst zo naar een bedreigende werkelijkheid en de literaire werken die de bedreiging beschrijven. RRM bouwt zijn verzen, zegt hij zelf, ‘volgens een ritme- en klankstructuur‘. En balanceert daarbij op het randje van struikelen. De dichter zet steeds weer aan tot zingen, maar stokt dan. Polkabrokken, struikelblokken. Stolpersteine.

In het jaar van Muellers geboorte, in 1949, schreef de Duitse filosoof/socioloog Theodor W. Adorno zijn omstreden these „Na Auschwitz een gedicht schrijven, is barbaars“ (in Kulturkritik und Gesellschaft, 1951). Een kritiek op cultuur en kunst die in barbarij en totalitarisme ontaarden kunnen, waarvan sinds de jaren twintig van de vorige eeuw het nationaal-socialisme en de Holocaust de afgrijselijkste voorbeelden zijn. Een decennium later nuanceert Adorno zijn radicale these enigszins en formuleert (dialectisch natuurlijk) “De hedendaagse, authentieke kunstenaars zijn diegenen in wier werk het ultieme afgrijzen nog nabeeft.

Rainer René Mueller is ook nu nog zo’n authentieke dichter in wiens werk de misdaad van de Shoah naklinkt. RRM, de joodse dichter, put daarbij uit de verbondenheid met zijn joodse grootmoeder, Rosa Eliescher, en het poëtische oeuvre van de joodse dichter Paul Celan. Beiden, Eliescher en Celan, geboren in het (nu Oekraiense) Czernowitz, toen de hoofdstad van de Boekovina. Paul Entschal, zoals Celan eigenlijk heette, heeft zich van Adorno’s literair-morele ‘verbod’ nooit wat aangetrokken en schreef in mei 1945 al zijn bekende Todesfuge met zijn wel bekendste regel De dood is een meester uit Duitsland. Toen RRM in de jaren zestig/zeventig begon te schrijven, trad hij in de voetsporen van Celan.

Hermetisch. Paul Celan gold als een moeilijk toegankelijk dichter, die zijn lezers adviseerde zijn stugge verzen toch steeds weer te lezen, dan komt het begrip vanzelf. Het begrip hermetisch zelf heeft overigens eerder een afschrikkende werking, als een waarschuwingsbord, zo’n pas-op-woord. Net als Celans verzen zijn ook de gedichten van RRM verdichte, compacte, gecondenseerde teksten, maar ze zijn geenszins ontoegankelijk. Ze vergen wel enige inspanning en arbeid van de lezer. Dat wel.

Muellers eerste en veelbelovende dichtbundel draagt de melodieuze titel Liedduits (Lieddeutsch, 1981), maar dat gaat bij hem dan wel met horten en stoten. Zijn taal, als ook zijn publicaties. In de jaren tachtig publiceerde RRM nog volop, maar daarna werd poëtisch niet echt veel meer van hem vernomen. Intussen echter komt de ‘herontdekte’ dichter weer in de belangstelling. De Zwitserse uitgever en vertaler Urs Engeler publiceerde met Poèmes-Poëtra, een uitgebreide keuze uit Muellers werk (roughbook 34, 2015, samengesteld door Dieter M. Gräf).

Ondanks een aangeslagen gezondheid is Rainer René Mueller aan een dichterlijke wederopstanding bezig. Waarvan ook zijn gedicht Hechting : Adem getuigt. Het gedicht, in het origineel Rißvernähung : Oxygène, werd onlangs gepubliceerd in Engelers literair tijdschrift Mütze # 14, met een uitgebreide (maar liefst 28 pagina’s tellende) analyse van Chiara Caradonna, Mit Nadel & Faden, dus ‘Met naald & draad’.

Rainer René Mueller werd in 1949 in Würzburg geboren. Hij studeerde o.a. filosofie, germanistiek en kunstgeschiedenis. Was vooral in de jaren ’80 als dichter actief, werkte als kunst-docent en curator. RRM woont in Heidelberg en het Franse Harbouey (Lotharingen). Zie verder zijn website.

*

 

 

Quatre Spitzen

schwestern-destrees

(een gedicht uit de reeks Vingerwijs)

Zo breekbare
borstjes, open en bloot
in ’t park van Fontainebleau,
en wat er dan tussen die
dames

allemaal niet!

Gebeurt in ’t klein, zo ranke
handjes, tussen wijs
en duim, die onwijs teder
naar een trouw
ring, tepel
reiken, tasten
allebei.

Als theedrinken, strelend
met gespitste lippen en
opgestoken pink!

:

Geil kijken op hun stijve stokken
oude wandelmannen naar die twee
en strekken tengels uit
en testen hun Zitzen
gevoel, en knippen als
vanouds hun
vingers

: Spitze!

*

Quatre spitzen – De titel verwijst naar de Franse koning Henri Quatre (1553 – 1610) en de vier tepeltjes op het bekende schilderij met diens maitresse, Gabrielle d’Estrées en haar zus, de hertogin van Villars. Het kunstwerk is rond 1594 gemaakt door een onbekende schilder uit de (tweede) Fontainebleau School, de Franse renaissance, en hangt in het Louvre in Parijs. Gabrielle d’Estrées was vele jaren de lievelingsmaitresse van Hendrik IV en moeder van vier van zijn vele kinderen. De bon roi Henri erkende officiëel zijn vaderschap van de drie (het vierde werd dood geboren). Henri Quatre, die bestuurlijke en economische hervormingen doorvoerde, was bij de bevolking populair door zijn belofte dat elke Franse boer zondags een kippetje op tafel zou krijgen. De koning, ooit aanvoerder van de protestantse Hugenoten, overleefde de Bartholomeusnacht (1572), maar werd in 1610 uiteindelijk toch nog vermoord door een katholieke monnik.

Spitze is een Duits woord met eindeloos veel betekenissen, onder andere staat het voor top, vet, te gek! In het Nederlands wordt het woord fingerspitzengefühl (dan klein geschreven) vaker gebruikt dan een krukkige vertaling als vingertoppengevoel. Naast aanpunten en toespitsen heeft het Duitse spitzen als werkwoord ook de betekenis van verlangen, begeren en geil zijn. Hoewel Spitze daar ook aan doet denken, is het echte Duitse woord voor tepel toch Zitze.

Was het wel moord?

modell-kuhlbrodt

Model-krimi van Jan Kuhlbrodt

Wat een merkwaardige Krimi, deze raadselachtige misdaadroman! Is beeldend kunstenaar Thilo nu wel of niet door zijn vriend Schroth vermoord? Is hij geveld door zijn eigen verchroomde sculptuur? Gewoon omgevallen of omgestoten? Toeval, wraak? Ook al bekent Schroth zijn daad al meteen aan het begin van de roman. “Ik heb in de Oosthaven aan schroeven en steunbalken gerommeld, dusdanig dat Thilo’s kunstwerk wel omkiepen en hem raken kon, niet perse moest.” Dus was het eigenlijk wel moord?

Met Das Modell (Het model) heeft de Duitse schrijver Jan Kuhlbrodt een model-krimi geschreven. Een korte, zo’n 100 bladzijden tellende roman naar het model van een misdaadroman. Naar de regels van het detective-spel, die echter telkens weer door de auteur veranderd, verdraaid, vertekend worden. Het is daarmee tot een filosofische roman over de onbetrouwbaarheid van onze herinnering geworden. Een vertelling over verloren, vervaagde, vergeten vriendschappen. Over de tijd, over de geschiedenis. Een zoektocht door de labyrintische tuin der vergetelheid. Een blik door – zoals het omslagdesign al aangeeft – beslagen, verregende ruiten.

Jan Kuhlbrodt, die in Chemnitz werd geboren in een tijd (1966) dat die Oost-Duitse stad enkele decennia Karl-Marx-Stadt heette, is dichter, schrijver, filosoof. Hij studeerde in Leipzig en na de val van de Muur in het West-Duitse Frankfurt/Main. Daarna weer terug in Leipzig, waar hij nog altijd woont en ook aan het Duitse Literatuurinstituut studeerde. Kuhlbrodt schreef proza en poëzie, ondermeer de dichtbundels Kaiseralbum (2015) en Stötzers Lied (2013) en de romans Vor der Schrift (2010) en Schneckenparadies (2008). Al deze (en ook nog enkele andere) boeken gaan over tijd en vergetelheid, geschiedenis en herinnering. Het is zijn thema.

Het verhaal van Het model is gauw verteld: Kuhlbrodts protagonist Schroth is teruggekeerd naar zijn geboortestad (weer bij moeders) en kijkt terug op zijn verloren dromen en vriendschappen. Schroth verzamelde voor zijn vriend Thilo allerlei – inspirerend bedoelde – rommel, waar de beginnend kunstenaar meestal niks mee deed. Behalve dan dat ene pakje soldeerdraad, dat het begin van diens loopbaan zou worden. Van de buigzame draad maakte Thilo modellen voor zijn verchroomde sculpturen. Schroths droom: Thilo de kunstenaar, Schroth zelf diens theoreticus en intellectuele promotor. Toen vertrok Thilo naar Amerika om echt carrière te maken. En schonk Schroth bij zijn afscheid zo’n soldeerdraad-modelletje. Dat was alles.

Wanneer Thilo jaren later uit Amerika terugkeert, negeert hij zijn vergeten vriend Schroth volkomen. Thilo komt voor de opening van een grote tentoonstelling naar Frankfurt en daar worden zijn glanzende stalen sculturen uitgeladen aan de Oosthaven. De ronde verchroomde beelden reflecteren wel de wereld. “Maar het is geen weerspiegeling, geen afbeelding. Dat wat in die glimmende en gebogen oppervlaktes verstrikt raakt, is zozeer verwrongen, dat je absoluut niks meer kan herkennen.” En zo vertroebeld raakt ook Schroths blik op de verwaterde vriendschap. Een kijk op de wereld als in de Frankfurter jaren toen hij nog zijn kost verdiende als glazenwasser.

De trouweloze Thilo duikt niet voor het eerst op in het werk van Jan Kuhlbrodt. Ook in zijn eerder verschenen roman Schneckenparadies is Thilo de jeugdvriend van de hoofdpersoon. Twee kinderen in Karl-Marx-Stadt die met rijkelijk gras en groene bladeren een badkuip tot een utopische verblijfplaats voor slakken omtoveren. Gek genoeg zijn de dieren de volgende dag alweer uit hun paradijs vertrokken. Gevlucht. Telkens weer. Het Slakkenparadijs is een autobiografische Wende-roman over de aanloop naar het einde van de DDR. En daarmee de voorloper van Das Modell, dat als Ende-roman afrekent met de voorstellingen en vriendschappen uit een vervlogen tijd.

In zijn nieuwste roman gaat Jan Kuhlbrodt opnieuw op zoek naar die temps perdu. Maar het lukt zijn protagonist niet echt om zijn herinnering op te frissen. De rode draad van de geschiedenis – die in de jaren zeventig en tachtig nog enig houvast gaf – is hem als ordelijk opgerolde wolbaal uit handen gevallen en “de rode draad van het lot werd weer uitgerold in het labyrint van de tijd”.

De slakkenbadkuip is een volkstuintje geworden. Kuhlbrodts urban gardening metafoor voor een ordentelijk aangeharkte DDR, een land van louter hortologen en hoveniers. Van landschaps-architecten en hobby-tuinders, de grasmaaiers van de VEB Volkstuintjes. “De grasmaaier was, zo leek het wel, het lievelingsgereedschap van mijn vader, net als van mijn overgrootvader. (…) Je kon dat interpreteren als het gloren van het communistisch paradijs (…). Want er was nooit ruzie over wie er nu weer mocht maaien, het gras was nooit kort genoeg…” Utopisch tuinieren als metafoor voor de socialistische kleinburgerlijkheid. Geregeld de grasmat maaien als gestuurde groei, ook als censuur. Gedicteerd door het ritme der seizoenen, vorst en dooi.

Jan Kuhlbrodt bouwt zijn verhaal op uit korte hoofdstukken. Herinneringsflarden aan jeugdvriend Thilo, medestudent Zassi en eerste liefde Kerstin. Vrienden die allengs ‘zomaar’ uit Schroths leven zijn verdwenen en slechts memorie-resten hebben achtergelaten. Zo is het soldeerdraad-modelletje ooit van tafel gekieperd of was het toch Thilo’s sculptuur? Schroths nagedachtenis, his story, wordt vlot verteld, zij het niet rechttoe-rechtaan. Eerder springerig, fragmentarisch en niet chronologisch. Een tastende terugblik. Meer een innerlijke monoloog. Zoals denken en herinneren nu eenmaal gaat.

Ja, zo gaat dat ook met geschiedenis en het schrijven van geschiedenissen. In zijn essay Geschichte. Geen weg, slechts gaan (2013) schrijft Kuhlbrodt: “Dat ik me met geschiedenis bezighoud, is voor mij niet alleen conceptioneel van belang, maar ook constituent voor mijn schrijven, niet alleen omdat mijn eigen posities en zekerheden meermaals fundamenteel verbrokkeld zijn. Wat dat betreft zit ik middenin een ruïnenveld van vernielde of ingestorte opvattingen.”

Dat heeft ook gevolgen voor zijn schrijven, voor zijn thema’s en vertelstructuren. Nog onlangs schreef Kuhlbrodt op zijn blog Postkultur, niet direct over Das Modell maar ook weer niet toevallig: “Tijdconcepten die uitgaan van een puur getalsmatig verloop van een vertelling, zijn waarschijnlijk bij uitstek een basis voor autoritair denken. Dat wordt niet alleen in de romans weerspiegeld, maar ook in hun receptie. Als inhoud altijd alleen als chronologisch verloop wordt gedacht, dan sluit dat denken zich ook af voor mogelijke interferenties. Lezen wordt dan een saaie bezigheid. Een causaalgebeuren. En ook het schrijven van zulke teksten is dan niet echt leuk meer.”

Zo is Das Modell dus niet geschreven. Het is wel een filosofische roman geworden, maar niet zwaar op de hand. Kuhlbrodt schrijft op een toegankelijke manier. Hij geeft spannende kapstokken die tot denken aanzetten. Dat houdt ook de lezer (in ieder geval deze) bij de les. Benieuwd – als bij een ‘echte’ Krimi – naar de ontknoping. Geen definitieve antwoorden, wel intrigerende vragen.

Schroth zelf tot slot over de model-moord: “Eigenlijk ben ik niet iemand die een moord zou plegen, maar je weet maar nooit.”

Jan Kuhlbrodt, Das Modell, roman, 110 pagina’s, Edition Nautilus, Hamburg 2016. Prijs € 16,-.

*

Mc²

einstein-hopi-1931

(uit de cyclus Dark matter)

Joe jaagt die elementen die
onbedaarlijk met gevaarlijke
deeltjes, golven

Modder spuiten op het home
land en de blanke droom
tot zwarte gaten maken

Die bandeloze spoken, boze
met hun vuile rode poten
onze propere hortus slopen

Achter de wereld nog een
en meer nog: verder
denken, ver denken!

Joe verjaagt de kosmisch denker
die ’t relatieve van die jacht
geen blik meer waardig acht

Alleen de laatsten der Hopi-indianen
willen nog wel met Groot Hoofd
op de foto en hem vereren

Als verwante geest en geven
hem een nieuwe naam:
Great Relative

En delen dan, voor alle tijd en
ruimte, een vredespijpje met
wat kleine paddo’s

Paffen
peace man,
pacha!

*

Foto – uit 1931, toen Einstein met zijn (tweede) vrouw Elsa op bezoek was bij de Hopi-Indianen. Einstein, tweede van links, met vredespijp en verentooi. De foto werd genomen voor het Hopi House in het Grand Canyon National Park, Arizona, op 28 februari 1931.

mc² – Alom bekend is natuurlijk de Einstein-vergelijking E = mc² waarmee hij de equivalentie uitdrukte van energie (E) en massa (mc²): Energie is gelijk aan massa vermenigvuldigd met het kwadraat van de snelheid van het licht. Het komt er op neer dat massa en energie verschillende vormen van hetzelfde zijn. Einsteins relativiteitstheorie leidde ook tot een nieuwe definitie van ruimte en tijd, die met elkaar verweven zijn. De ruimtetijd is alleen denkbaar als één entiteit die heden, verleden en toekomst bevat. De Einstein-vergelijking beschrijft hoe de ruimtetijd door de zwaartekracht wordt gekromd.

Mc² – waarmee ook de Amerikaanse senator Joseph McCarthy is bedoeld, wiens naam hier ingekort is tot mc². Joseph Raymond McCarthy (1908-1957) was een republikeins politicus, bekend geworden door zijn rabiate heksenjacht in de vroege jaren ’50 op ‘commies’ die het Amerikaanse regeringsapparaat zouden infiltreren. De verdachtmakingen en vervolgingen golden vooral de liberals, al dan niet communistische, linkse intellectuelen, schrijvers, theatermensen, filmers. McCarthy’s complottheorieën vergiftigden jarenlang de culturele en maatschappelijke sfeer in de Verenigde Staten. Tal van intellectuelen werden voor publieke hoorzittingen over on-Amerikaanse activiteiten gedaagd. Veelal ook Europese migranten die in de jaren ’30/’40 voor de Duitse nazi’s en de oorlog naar de VS gevlucht waren. Onder hen ook Albert Einstein, die zich in de groeiende atmosfeer van wantrouwen en verdenkingen steeds ongemakkelijker voelde. Ich hab mich kaum je unter den Menschen so fremd gefühlt als gegenwärtig, oder ist es eine Täuschung durch Vergessen? Das Schlimmste ist, dass nirgends etwas ist, mit dem man sich identifizieren kann. Alles brutal und verlogen, schreef Einstein in een brief aan Gertrud Warschauer, 15 juli 1950, ten tijden van de McCarthy-campagne. In april 1955 is Einstein in het ziekenhuis van Princeton gestorven.

pacha – overigens beschouwden ook de Inca’s al tijd en ruimte als één entiteit die zij pacha noemden. Dat begrip is ook nu nog bij de Indiaanse bevolking van de Andes in gebruik in de talen Quechua en Aymara, die onder druk staan van het opdringende Spaans en Portugees, maar in verschillende delen van Zuid-Amerika nog altijd door zo’n 14 miljoen mensen worden gesproken.