Is dit kunst


5.

Is Ger da? Nee; wel: her man!

Heinz? Gene (gêne), de Rotebman

zegt: “Is dit kitsch

of kan dat /

(weg?”)

*

Advertenties

Is dit kunst


4.

Ach, alles van waarde.

Tegen de wand. Geveegd.

Een fondante façade, op

gezet, brokkelt allengs

af, ach

                     weerloos

Aan de kant. Roteb

ruimt de rest

wel.

Is dit kunst

1.

Onder lakens, overgooiers, het hoofd. In handen.

Volle flessen, Heinz! Klaar voor de slag: Perform, ‘ns!

De zweep erover, Benzedrina! Zo gedoopt. Klaar

voor de Bühne: J. & F.

met lef & catch

                              -up elkaar

te lijf, slam, Schlamm avant.

Geboden: Bloed, bad, letter-

lijk. Slacht, af. De dichters

besmeuren het blanke, spick’n

spanken kokette, de kleine

bourgoisette – La Katinka

Ketchup, Aufhol-

                               / jacht onder lakens

Metamorfosen (7)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2017

Moedergodin uit Çatalhöyük; Kybele, wie weet (6000 jaar v. Chr.)

Wilde wijven

Of waren ’t de tast
bare Bacchanten, nonsens;
verleidelijke meiden, boze,
bezeten, bezatte.

Of Castraten, onbetaste klote!
tempeldienaars voor Kybele:
eigenhandig gekapte
transgeslachten.

Of die Maenaden (alt 68)
met hun drugs & sex & rock
& roll en al te luid
ruchtig getamboerijn.

Wie bracht dan Orpheus om?

Ach Orph, de sentimentele
spotvogel, de zanger die harde
brokken, rotsen, tot tranen
toe, tot klotsen bracht.

Geleende lyra of barbitos,
niet steeds dezelfde
leier, van Orpheus’ goddelijke
meneer, Apollomaatje.

Geen omkijken meer
naar Eurydike, naar dolle
opgewonden nimfen, naar
het wilde matriarchaat.

Orpheus’ draai: misogynist,
Magna Mater hater, anti
Bacchus nummers gebruld,
demonstratieve knapenliefde!

En dan als dank, omgerend,
aangerand, bacchante strijd
liederen, gespleten slangen
tongen, tuig, toch…

Het idee! De Ida-
berg en tempel terug!
Veroverd! Slot

akkoord: Apollo,
de wolfshond! Verjaagd,
Orph #youtoo,

met pek en veren, mestkar,
gekruiwaagd: hoogste tijd…

Het woest gejoel, wrakend:
Kybele’s wilde wijven

Geslepen messen, ja
Orpheus, dat krijg je dan

daarvan, ook al is ‘t
pas millennia later.

*

Metamorfosen (2)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

 

Piero del Pollaiolo (1441-1496), Apollo & Daphne

Hazewind

(Litaniae Lauretanae)

Sneller dan de wind ’t licht
– met godspeed – vlucht ze
als hij haar naroept:

Nimf, ik jaag je niet. Zo vlucht
toch – trillende vleugels – de duif
voor de adelaar.

De hond, Apollo, holt. Hij jaagt
haar, de jaagster, het haasje.
Rep je, wind!

De gejaagde maagd bidt
in samenzang: Oh Daph, ach
Lauri…

Haar haren bladeren.
Haar armen takken.

Onder ’t schors nog
betast hij haar
bevende…

“Woef!”

*

Metamorfosen (1)

Poëzieweek 2018, 25 jan. – 1 feb.

Jean-Léon Gérôme (1824-1904), Pygmalion, rond 1892.

Als was

Van Cyprus, die losbandige 
meisjes, die hoerige wijfjes. 
Hoornige rotsen voor de kust: 
bronstige bullen.

Afkerig keert hij, Pygmalion, wendt
zich tot zijn werk: de kunsten-
maker, ach, je moet wat: avenidas,
flores, mujeres (verzinnen).

Die beeldige Galatea, gehouwen,
geslepen. Gestreeld 
ivoor, gekneed.
In zijn vingers

als was. Wat verbeelding 
al niet vermag. My! - 
Venus, Diana, perse
phone me, fair lady!

En dan liefst zo'n knap 
kontje (als dat 
mag...)

*

Oceaanbodem

Vandaag 52 jaar geleden overleed de Amerikaanse dichter Jack Spicer in het ziekenhuis van San Francisco. Veertig jaar jong, maar een wrak. Een dronken schip gestrand. Pakweg drie weken eerder was de homo-dichter in de lift van zijn flat in elkaar gezakt. In het General Hospital lag hij meestal in coma, maar kwam af en toe bij en communiceerde, zij het kort en moeizaam. Zijn laatste woorden tegen vriend en mede-dichter van de Berkeley Renaissance, Robin Blaser: “My vocabulary did this to me…“. Zijn woordenschat, zijn taal, zijn gedichten konden hem niet redden. Dichten, zei hij tijdens een lezing in Vancouver, een paar maanden voor zijn dood, doe je niet voor je lol.

Oceaanbodem

 (Ivre mort, wrecked bateau)

 

Strandt daar de dronken

lift, komt hier ladder

zat niet meer te boven

 

Verroeste schoeners, onbemande

boten aan de grond

gelopen, verzopen

 

Nergens meer – noch Wreck

Beach – binnengelopen, zo

strandt het lave-

 

Laveerloos, have-

havenloos/

 

Kort voor Vancouver roept

de oceaanbodem, zendt slechts

ruis in de mist

 

Het scheepswrak zwaait

– wuivend zeewier –

uit/

 

(Dit is het einde van het gedicht)

*

De foto is de achterflap van DE OCEAAN, een verloren book van Jack Spicer, gevonden door Pim Lukkenaer en Jacques Schmitz. De verzameling Spicer-gedichten, bewerkingen, pastiches, chats en een nieuw voorwoord van Spicer verschijnt binnenkort als e-book. Omslag en binnenwerk zijn een ontwerp van Maarten Schmitz.

Autoradio aan

(Gedicteerd)

Samen op weg, waarheen? (Route 66) Misschien,
westwaarts waar (California Girls) oude
mannen altijd aan denken, ja J.
rijdt,
hoewel
hij daar niet voor geleerd heeft.

P. wel,
die leest
de linguistische kaart van de
Pacific Coast en zit
telkens met zijn fikken
aan de knoppen
van de autoradio.

WTF (Who) is toch die Orphée die daartussen door toetert en hits zingt uit oude doos,                 die Eurydike? Waar komen zijn songs toch vandaan? Hell, hörig. Wie dicteert, er
verdomme, wie? Te veel surf-muziek, misschien. Te veel Beat, te weinig Kontra-
punkte?

Oh Jee! Zendt mij toch
maar meisjes-
metaforen, zo’n doos
van rood satijn en lila
strik, Pandora, rond om
iets of iemand op
te hangen.

Op weg naar now/here.

“Het is 23:55 uur.
Gute Nacht, Freunde.
Zo meteen slecht nieuws.”

*

uit: Jack Spicer, De Oceaan – een verloren ‘book’ gevonden door Pim Lukkenaer en Jacques Schmitz.

Hechting : Adem / Rainer René Mueller

RRM Bild

Hechting : Adem

“Pour … niaiser et fantastiquer.”
 (Montaigne / Flaubert)

 

… ene met gehemeltespleet
& geknepen stem (nasaal)
haalt mij met handdruk
terug in ’t ademen,

na stilstand, lichttunnel,
na de blik, zo
van bovenaf, op mij
teneinde, om te beginnen

weer tot ademen terug.
De fles met lucht houdt
vooreerst zucht en sirenen
uit de stilte weg, in othem en de letteren:

letterlijk, de dichter
als jonge man:

contre-valeur, speeldoos,
suturen…

*

RRM – adem met horten en stoten

Hortend, stotend, afgebroken, ingeslikt. De taal van Rainer René Mueller komt in brokken. Hij veegt de scherven, die brokstukken, op. Verwijst zo naar een bedreigende werkelijkheid en de literaire werken die de bedreiging beschrijven. RRM bouwt zijn verzen, zegt hij zelf, ‘volgens een ritme- en klankstructuur‘. En balanceert daarbij op het randje van struikelen. De dichter zet steeds weer aan tot zingen, maar stokt dan. Polkabrokken, struikelblokken. Stolpersteine.

In het jaar van Muellers geboorte, in 1949, schreef de Duitse filosoof/socioloog Theodor W. Adorno zijn omstreden these „Na Auschwitz een gedicht schrijven, is barbaars“ (in Kulturkritik und Gesellschaft, 1951). Een kritiek op cultuur en kunst die in barbarij en totalitarisme ontaarden kunnen, waarvan sinds de jaren twintig van de vorige eeuw het nationaal-socialisme en de Holocaust de afgrijselijkste voorbeelden zijn. Een decennium later nuanceert Adorno zijn radicale these enigszins en formuleert (dialectisch natuurlijk) “De hedendaagse, authentieke kunstenaars zijn diegenen in wier werk het ultieme afgrijzen nog nabeeft.

Rainer René Mueller is ook nu nog zo’n authentieke dichter in wiens werk de misdaad van de Shoah naklinkt. RRM, de joodse dichter, put daarbij uit de verbondenheid met zijn joodse grootmoeder, Rosa Eliescher, en het poëtische oeuvre van de joodse dichter Paul Celan. Beiden, Eliescher en Celan, geboren in het (nu Oekraiense) Czernowitz, toen de hoofdstad van de Boekovina. Paul Entschal, zoals Celan eigenlijk heette, heeft zich van Adorno’s literair-morele ‘verbod’ nooit wat aangetrokken en schreef in mei 1945 al zijn bekende Todesfuge met zijn wel bekendste regel De dood is een meester uit Duitsland. Toen RRM in de jaren zestig/zeventig begon te schrijven, trad hij in de voetsporen van Celan.

Hermetisch. Paul Celan gold als een moeilijk toegankelijk dichter, die zijn lezers adviseerde zijn stugge verzen toch steeds weer te lezen, dan komt het begrip vanzelf. Het begrip hermetisch zelf heeft overigens eerder een afschrikkende werking, als een waarschuwingsbord, zo’n pas-op-woord. Net als Celans verzen zijn ook de gedichten van RRM verdichte, compacte, gecondenseerde teksten, maar ze zijn geenszins ontoegankelijk. Ze vergen wel enige inspanning en arbeid van de lezer. Dat wel.

Muellers eerste en veelbelovende dichtbundel draagt de melodieuze titel Liedduits (Lieddeutsch, 1981), maar dat gaat bij hem dan wel met horten en stoten. Zijn taal, als ook zijn publicaties. In de jaren tachtig publiceerde RRM nog volop, maar daarna werd poëtisch niet echt veel meer van hem vernomen. Intussen echter komt de ‘herontdekte’ dichter weer in de belangstelling. De Zwitserse uitgever en vertaler Urs Engeler publiceerde met Poèmes-Poëtra, een uitgebreide keuze uit Muellers werk (roughbook 34, 2015, samengesteld door Dieter M. Gräf).

Ondanks een aangeslagen gezondheid is Rainer René Mueller aan een dichterlijke wederopstanding bezig. Waarvan ook zijn gedicht Hechting : Adem getuigt. Het gedicht, in het origineel Rißvernähung : Oxygène, werd onlangs gepubliceerd in Engelers literair tijdschrift Mütze # 14, met een uitgebreide (maar liefst 28 pagina’s tellende) analyse van Chiara Caradonna, Mit Nadel & Faden, dus ‘Met naald & draad’.

Rainer René Mueller werd in 1949 in Würzburg geboren. Hij studeerde o.a. filosofie, germanistiek en kunstgeschiedenis. Was vooral in de jaren ’80 als dichter actief, werkte als kunst-docent en curator. RRM woont in Heidelberg en het Franse Harbouey (Lotharingen). Zie verder zijn website.

*

 

 

Quatre Spitzen

schwestern-destrees

(een gedicht uit de reeks Vingerwijs)

Zo breekbare
borstjes, open en bloot
in ’t park van Fontainebleau,
en wat er dan tussen die
dames

allemaal niet!

Gebeurt in ’t klein, zo ranke
handjes, tussen wijs
en duim, die onwijs teder
naar een trouw
ring, tepel
reiken, tasten
allebei.

Als theedrinken, strelend
met gespitste lippen en
opgestoken pink!

:

Geil kijken op hun stijve stokken
oude wandelmannen naar die twee
en strekken tengels uit
en testen hun Zitzen
gevoel, en knippen als
vanouds hun
vingers

: Spitze!

*

Quatre spitzen – De titel verwijst naar de Franse koning Henri Quatre (1553 – 1610) en de vier tepeltjes op het bekende schilderij met diens maitresse, Gabrielle d’Estrées en haar zus, de hertogin van Villars. Het kunstwerk is rond 1594 gemaakt door een onbekende schilder uit de (tweede) Fontainebleau School, de Franse renaissance, en hangt in het Louvre in Parijs. Gabrielle d’Estrées was vele jaren de lievelingsmaitresse van Hendrik IV en moeder van vier van zijn vele kinderen. De bon roi Henri erkende officiëel zijn vaderschap van de drie (het vierde werd dood geboren). Henri Quatre, die bestuurlijke en economische hervormingen doorvoerde, was bij de bevolking populair door zijn belofte dat elke Franse boer zondags een kippetje op tafel zou krijgen. De koning, ooit aanvoerder van de protestantse Hugenoten, overleefde de Bartholomeusnacht (1572), maar werd in 1610 uiteindelijk toch nog vermoord door een katholieke monnik.

Spitze is een Duits woord met eindeloos veel betekenissen, onder andere staat het voor top, vet, te gek! In het Nederlands wordt het woord fingerspitzengefühl (dan klein geschreven) vaker gebruikt dan een krukkige vertaling als vingertoppengevoel. Naast aanpunten en toespitsen heeft het Duitse spitzen als werkwoord ook de betekenis van verlangen, begeren en geil zijn. Hoewel Spitze daar ook aan doet denken, is het echte Duitse woord voor tepel toch Zitze.