Nieuwe tijden?

1989 – het jaar vóór de omwenteling  is zojuist verschenen. Een e-boekje (pdf) over het jaar dat de definitieve ineenstorting van het Oostblok inluidde. Het is ook in die tijd geschreven – van november 1988 tot november 1989. Een bundeltje “ware verhalen”, die toen verschenen in Het Parool. Stories over de waargebeurde ellende van corruptie, machtsmisbruik, armoede, racisme en antisemitisme in het laatste jaar van de “socialistische” landen van Midden-Europa. Een kwart eeuw geleden en nog altijd actueel! Hieronder de inleiding “Nieuwe tijden?” . Terugkijkend geschreven in dit jubileumjaar.

konjetsDat waren nog eens tijden: Censuur, corruptie, machtswellust, spionnen, verklikkers, vriendjespolitiek, nationalisme, racisme, antisemitisme, werkloosheid en armoede. Zulke hopeloze toestanden wakkerden in de loop van de jaren ‘80 de afkeer van het ‘reëel-bestaande socialisme’ aan. Dus er was ook hoop. De utopie van menswaardige verhoudingen gedacht als nieuwe werkelijkheid. Het systeem zelf liep vast en wist de bewoners in het Oosten van Europa allang geen hoop meer te bieden. Zij ervoeren het alleen nog als een ‘Oostblok’ aan het been. Een kwart eeuw geleden, op 9 november 1989, viel de Berlijnse Muur. Die historische gebeurtenis werd het symbool van de ineenstorting van het hele, door de Sovjet-Unie gedomineerde Oostblok. Maar er was in de maanden en zelfs jaren daarvoor in Midden- en Oost-Europa al het nodige aan het schuiven geraakt.
In de zomer van ‘89 won in Polen de democratische oppositie, de Solidarność-beweging, de eerste halfvrije verkiezingen. In Hongarije knipten de communistische machthebbers eigenhandig het prikkeldraad van het IJzeren Gordijn door. Daaraan voorafgaand veranderde sovjet-staatshoofd en partijleider Michail Gorbatsjov het klimaat met zijn glasnost en perestrojka. Maar vooral de val van de Muur werd wereldwijd gevoeld als de symbolische en onomkeerbare crash van het Oostblok. Het einde van de geschiedenis en het begin van een grote democratische ommekeer. Nieuwe tijden!

Boedapost

In het jaar dat daaraan vooraf ging – dus van november 1988 tot november 1989 – schreef ik tweewekelijks onder de titel ‘Boedapost’ columns voor Het Parool over de ondergang van dat politieke systeem. Na veertig jaar Koude Oorlog kon het Oostblok de concurrentie met het Westen niet meer aan. Het was de ondergang van een samenleving die niet aan het groeiende verlangen naar meer welvaart en meer democratie kon of wilde voldoen. Ook onder de druk van haar eigen onderdanen raakten de ‘socialistische’ landen in ademnood. Eind 1989 ging het Oostblok door de knieën.

Ik was toen als Oost-Europa correspondent geposteerd in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Midden in de ‘vrolijkste barak’ van het ‘socialistische’ kamp. Niet zo stalinistisch verkrampt als de meeste andere Oostbloklanden. In een atmosfeer losjes genoeg om als journalist vrijelijk te kunnen werken. En centraal genoeg gelegen om de geografische uithoeken van het blok snel te kunnen bereiken. In het jaar van de omwenteling was ik veel onderweg, want het vuur van de ommekeer werd al haast overal ontstoken. Ik trok kriskras naar al die brandhaarden in het Oosten. Van Gdańsk (Danzig) in Noord-Polen waar Solidarność, toen nog een illegale vakbond, de echte aanzet tot de omwentelingen had gegeven. Tot Boekarest waar in december van 1989 de slachtoffers van de Roemeense schijnrevolutie in het stedelijke lijkenhuis lagen opgestapeld, slordig neergesmeten in de betonnen onderaardse gangen.

Bij het samenstellen van dit boekje viel me op hoe actueel de thema’s van de hier verzamelde columns eigenlijk zijn. Een schokkende ontdekking, want ze zijn tenslotte al een kwart eeuw geleden geschreven. Spookachtig haast, want de nieuwe tijden komen je bekend voor. In Hongarije en menig ander voormalig Oostblokland stuit je nog altijd of opnieuw op menig fenomeen uit de vorige eeuw: censuur, corruptie, machtswellust, spionnen, verklikkers, vriendjespolitiek, nationalisme, racisme, antisemitisme, werkloosheid en armoede. ‘Hongarije heeft officiëel, ceremoniëel, openlijk, publiekelijk afscheid genomen van de democratie.’

Illiberale democratie

Zo onomwonden zei dat dit jaar de Hongaarse filosoof Gáspár Miklós Tamás – beter bekend onder de afkorting TGM, omdat de Hongaren hun achternaam altijd eerst schrijven. Hij kwam tot die conclusie nadat de Hongaarse minister-president Viktor Orbán zonder enig schroom zijn land een ‘illiberale’ democratie in het vooruitzicht stelde. Zijn voorbeeld zijn de ‘geleide’ democratieën van Rusland’s president Vladimir Poetin en Turkije’s nieuwe president Recep Tayyip Erdoğan. Orbán kondigde zijn eigen systeemwisseling in juli 2014 aan tijdens het jaarlijks herhaalde ritueel van een toespraak voor de Hongaarse minderheid in het Roemeense Tusnádfürdő (Băile Tuşnad in het Roemeense Transsylvanië). TGM ziet die speech als een ‘proclamatie van een nieuw politiek systeem’. Viktor Orbán heeft dus afscheid genomen van de liberale democratie, de vlag waaronder Hongarije tien jaar geleden nog haar toetreding tot de Europese Unie vierde.

Die tijd is voorbij. Orbán is al enkele jaren bezig de autoritaire basis te leggen voor zijn toekomstige ‘illiberale’ democratie. Een ‘geleide’, een ‘Poetinse’ democratie. Het is intussen de vraag of het niet correcter zou zijn om het woordje democratie tussen aanhalingstekens te zetten, want illiberaal is Hongarije in veel opzichten nu al. Het constitutioneel hof, de hoogste juridische instantie in Hongarije, is naar Orbán’s ‘democratische’ normen gestroomlijnd. De persvrijheid is beknot, kritische media worden gekortwiekt. Internationaal gefinancierde NGO’s worden onder Hongaarse controle gebracht om hun kritisch ‘wroeten’ tegen de Orbánregering te beëindigen. Hongaarse Roma worden met oprotpremies uit grote steden als Miskolc verjaagd. Hongaarse schrijvers, zoals György Konrád bijvoorbeeld, worden in de hoek gezet als onpatriottisch en ‘onhongaars’. Wat door de goede Hongaarse verstaander feilloos begrepen wordt als westers en joods. De holocaust wordt daar dit jaar herdacht door de Hongaarse geschiedenis te herschrijven. Officiële mening: Ook al was Boedapest in de Tweede Wereldoorlog een bondgenoot van Hitler-Duitsland, het land treft geen enkele blaam voor de dood van meer dan 500 duizend Hongaarse joden, die in 1944 naar de vernietigingskampen werden verjaagd. In dat jaar zegde het regiem van admiraal Miklós Horthy – vanwege de naderende nederlaag – zijn bondgenootschap met Hitler op. Horthy zocht contact met de gealliëerde tegenstanders, nog net op tijd om niet met de Duitsers ten onder te gaan. De Wehrmacht nam met de Hongaarse fascisten van de Pijlkruisers als hulptroepen de macht over. Voor het huidige Orbán-regime werd Hongarije in dat jaar bij toverslag van dader tot slachtoffer van de nazi’s.

In een Nacht-und-Nebel actie werd er in Boedapest dit jaar een pompeus monument neergeplant, dat die ‘schone handen’ wil onderstrepen. Een Duitse adelaar strekt zijn klauwen uit naar aartsengel Gabriël, naar het arme, geschonden Hongaarse vaderland. Hongarije herschrijft van hogerhand zijn geschiedenis. Een zelfbedachte slachtofferrol wordt tot officiële staatsdoctrine. Het belastende bondgenootschap met Hitler wordt tot een Duitse overval op het weerloze Hongarije geboetseerd. De Pijlkruisers worden weggegumd uit de geschiedenisboekjes. En vergeten is al lang dat het Hongarije van Horthy reeds in de jaren twintig – dus in het interbellum tussen de twee wereldoorlogen – de eerste eigen discriminerende jodenwetten uitvaardigde.

Intussen marcheren er in Hongarije weer een soort Pijlkruisers. Omgedoopt tot Hongaarse Garde, die als paramilitaire beweging in 2009 weliswaar werd verboden, maar intussen weer als Nieuwe Hongaarse Garde rondmarcheert. De beweging is ondermeer verantwoordelijk voor tal van racistische moorden op Hongaarse Roma. Ook levert deze onappetijtelijke club ordediensten aan de extreemrechtse partij Jobbik, de ‘Beweging voor een beter Hongarije’, die zelf ook stijf staat van het racisme en antisemitisme en daarmee bij verkiezingen de op twee na grootste partij van het land wist te worden.

‘Return of the dictators’

Nee, Hongarije is niet het enige oud-Oostblokland waar in de afgelopen 25 jaar sprake was van corruptie, machtsmisbruik, racisme en antisemitisme, beknotte persvrijheid en een ingeperkte rechtstaat. Zeker niet. Het Amerikaanse weekblad Newsweek bracht afgelopen zomer een verhaal onder de kop ‘De terugkeer van de dictators’ (The Return of the Dictators, Newsweek, 6 juni 2014). Een alarmerende opsomming van de somberstemmende ontwikkelingen in de landen van het voormalige Oostblok. En een goed deel van die landen is net als Hongarije inmiddels sinds een jaar of tien lid van de Europese Unie, het democratische Europa zonder aanhalingstekens. Newsweek had het over hybride regiems, geleide democratieën, electorale autocratieën en over een Europees Poetinisme. Hoe je het ook noemt, meent de Duitse politicoloog Jan-Werner Mueller van de Princeton University, het is ‘een vorm van illiberale democratie waarbinnen politieke partijen de staat proberen te kapen voor hetzij ideologische doeleinden of, iets prozaïser, economische voordelen.’

Het is allemaal niet echt nieuw wat Newsweek daar beweert, maar dat maakt het niet minder verontrustend. In tal van Oostbloklanden zijn in de afgelopen 25 jaar autoritaire, populistische en nationalistische politici aan de macht geweest. Van de katholiek-conservatieve Kaczinsky-tweeling in Polen, de corrupte premier Nastase in Roemenië, de autoritaire Meςiar in Slowakije, tot de nationalist Tudjman in Kroatië en diens Servische tegenhanger Milošević. Allemaal zijn ze in vrije verkiezingen aan de macht gekomen of daarin bevestigd, dat wel, maar in alle gevallen werden vrijheden en rechtstaat beknot, tot aan de etnische zuiveringen en moordpartijen in het voormalige Joegoslavië aan toe.

In Boedapest heerst nu de ‘Hongaarse octopus’, zo luidt de titel van de analyse die de liberale democraat Bálint Magyar maakte van het systeem-Orbán. De oud-minister van onderwijs noemt het zelfs een ‘post-communistische maffiastaat’, waarin Viktor Orbán zijn beschermende hand houdt boven zijn vriendjes uit z’n studententijd. Of niet, natuurlijk. Zo gaat dat bij de maffia. De Godfather kan je ook zo weer laten vallen.

De ‘ware verhalen’ in “89, het jaar vóór de omwenteling“, zijn mensenverhalen. Ze gaan over hun tamelijk treurige lotgevallen in samenlevingen die op hun laatste benen liepen. De columns van een kwart eeuw geleden heb ik zeer terughoudend bewerkt. Meestal gaan ze over Hongaarse toestanden, maar niet alleen. Ook worden er zulke verhalen over Polen, Roemenië en Oost-Duitsland verteld. Boedapest was mijn eerste standplaats als correspondent, geen wonder dus dat Hongarije en mijn Hongaarse (net als mijn Poolse) vrienden een blijvend warm plekje in mijn hart hebben. Des te schrijnender voelt het aan, dat hun idealen van 1989 onder Viktor Orbán successievelijk en met succes worden afgebroken. De uitholling van de Hongaarse democratie ettert door: corruptie, vriendjespolitiek, antisemitisme, beknotte persvrijheid, bijgevijlde rechtstaat.

Hoezo nieuwe tijden? Het doet verdomd veel denken aan de – in dit boekje beschreven – ellende, die een kwart eeuw geleden tot de ineenstorting van de ‘socialistische’ regimes heeft geleid.

(Berlijn, november 2014)

1989 – het jaar vóór de omwenteling – kost maar € 3,99 en is hier te verkrijgen: https://sellfy.com/p/jjsw/

 

Advertenties

Wendedromen

Einheiztag” vandaag – 24 jaar geleden schikte Oost-Duitsland zich in z<#n lot en trad toe tot de Bondsrepubliek. De Ossi’s mochten aanschuiven aan de tafel die lang niet zo met lekkernijen beladen bleek als ze dachten. Maar dat bleek pas later. Het zou een kwart eeuw duren voordat hun dromen een beetje waar werden.

Was wird aus unseren Träumen / in diesem zerrissenen Land, zong de verjaagde dichter-zanger Wolf Biermann. Oost-Duitse dissidenten, kunstenaars, intellektuelen – ze hadden tijdens de Wende, de fröhliche Revolution, allemaal zo hun eigen dromen over waar het aan het eind van de jaren tachtig heen zou moeten.

Vijf jaar geleden sprak ik voor de VPRO Radio met de oprichters van de Oost-Duitse oppositiebeweging Neues Forum, Bärbel Bohley en Jens Reich, over de mooie dromen die ze toen hadden: Socialisme, maar dan wel vrij en democratisch. Die dromen kwamen niet uit.

Dromen zijn er om de nacht door te kunnen komen, zei Bärbel Bohley in oktober 2009. Ze was toen al ziek en zou een jaar later aan longkanker overlijden.

Het nieuwe GOЯKI

GOЯKI  Gejubel bij de première. Buikdansen in de foyer. Curryworst in de tuin. Berlijn heeft een nieuw theater, een jong ensemble in een oud huis!

der_kirschgarten_nurkan_erpulat

Euforisch kwam de Tagesspiegel met deze woorden terug van de eerste première in het nieuwe Maxim-Gorki-theater. Maar het kan ook anders, meende de theaterman van de concurrent. In de Berliner Zeitung had die het nogal neerbuigend over een cabarettistisch-literaire liederenavond, een multicultureel medleyprogramma en een clichéematige protestdemo. De meningen zijn dus nogal verdeeld. Maar dat past bij een wakker ensemble dat het slaperig theaterbed van Berlijn wil opschudden.

Het is een bont gezelschap dat in november begon aan een zes weken durende serie waarmee de restart van het GOЯKI theater programmatisch werd neergezet. De verwachtingen waren hooggespannen. Tenslotte had Shermin Langhoff, de succesvolle intendant van het ‘postmigrantisch’ theater Ballhaus Naunynstraße in Kreuzberg, vorig jaar nog de eervolle uitnodiging om over te stappen naar de Wiener Festwochen afgewezen. In plaats daarvan koos ze voor het relatief kleine, Oost-Berlijnse Maxim-Gorki-theater in Mitte. Het visuele image van het ensemble werd een beetje opgepoetst met een linksgedraaide “Russische” R. Maar welke wendingen zou de in 1969 in het Turkse Bursa geboren Shermin Langhoff op de nieuwe bühne brengen?

Verrassend klassiek

De openingsserie begon verrassend klassiek. In ieder geval in de keuze van het stuk “De kersentuin” van Anton Tsjechov. Een maatschappijkritische komedie over de ondergang van de adel en de opmaat naar de revolutionaire overgangen van de Russische samenleving aan het begin van de vorige eeuw. Een meer dan honderd jaar oud stuk, al meer dan honderd keer gespeeld. De regisseur Nurkan Erpulat heeft van Tsjechov’s komedie vooral “Klamauk” gemaakt, vindt de ene criticus, een beetje veel tamtam dus. De andere recensent, die van de taz, meent dat deze enscenering niet nóg symbolischer kon zijn. Het stuk is een metafoor voor de “Epochenwechsel“, een veranderend tijdsgewricht waarin ook onze hedendaagse samenleving zich bevindt.

En dat geldt ook voor het GOЯKI zelf. Niet toevallig wordt in “De kersentuin” de adelijke Ranewskaja door Ruth Reinecke gespeeld. Zij is de enige actrice die van het oude Maxim-Gorki is overgebleven. Ranewskaja’s grootgrondbezit wordt opgekocht door een Lopachin, in deze enscenering een zakenman van Turkse afkomst, gespeeld door Taner Şahintürk. Een van de nieuwe (Turkse, Russische, Azerbaidzjaanse, Duitse en ga zo nog maar een tijdje door) acteurs die als collectief het oude Gorki hebben overgenomen. Zo wordt ook de overgangsmaatschappij aan het nieuwe theater belichaamd.

“Het is geen drama geworden, maar een komedie, hier en daar zelfs een farce”. Zo omschreef en verdedigde Anton Tsjechov zelf meer dan honderd jaar geleden zijn stuk. Nurkan Erpulat maakt Tsjechow’s komedie opnieuw tot een “laatste Heimat-avond van een uit het lood geslagen samenleving“, zo prijst het GOЯKI zelf zijn eerste productie aan.

Heimat-reeks

De hele opmaat-serie van het nieuwe toneelgezelschap gaat over Heimat, over wie waar thuishoort, over identiteit. Over een samenleving in de overgang. Over de mix van problemen die dat natuurlijk ook oplevert. Maar voor Shermin Langhoff en haar internationale ensemble gaat het al jaren niet meer over migratie en integratie. Die zijn dat station allang voorbij, ‘postmigrantisch’ dus. Ze zijn hier, ze zijn hier geboren of op z’n minst opgegroeid, ze zijn deel van deze overgangsmaatschappij, ze horen hier thuis. Met zo’n vanzelfsprekendheid claimen zij ook hun plek in het theaterlandschap.

Met die claim bedreef Shermin Langhoff de afgelopen jaren haar ‘postmigrantisch theater’ in Kreuzberg. Met dezelfde pretentie doet ze dat – met haar duo-intendant Jens Hillje – nu aan het kleinste onder de grote Oost-Berlijnse bühnen. En dat zonder de herkomst van het theater en zichzelf, de theaterleidster, te verloochenen. De Heimat-reeks waarmee het GOЯKI tot de Kerst opent, grijpt daarom ook terug op twee stukken die de highlights van zowel het Ballhaus en het Gorki waren.

De Kersentuin-regisseur Nurkan Erpulat was ook de man die met zijn furieuze enscenering van “Verrücktes Blut” (‘Krankzinnig bloed’) voor zichzelf en het Ballhaus Naunystraße in 2011 een doorbraak in de Duitse toneelwereld forceerde. In het stuk probeert een lerares op een “zwarte school” haar leerlingen met een geladen pistool in de hand het Duitse dichtwerk van Friedrich Schiller bij te brengen. Het GOЯKI heeft het stuk in haar openingsserie opnieuw opgenomen.

Overgangsmaatschappij

Ook het verleden van het Oost-Berlijnse Maxim-Gorki theater hoort tot de erfenis van het nieuwe huis. Een jaar voor de val van de Muur beleefde het theaterstuk “De Overgangsmaatschappij” van de Oost-Duitse schrijver Volker Braun daar in de DDR zijn première. Toen pas, want Braun had zijn stuk al in 1982 geschreven maar het was tot november 1988 verboden. Het toneelstuk over de ondergang van de “reëel-socialistische” DDR sluit perfect aan bij “De kersentuin”, het openingsstuk van het nieuwe GOЯKI. Het theaterstuk van Braun bouwt trouwens voort op Tsjechow, diens “De drie zusters” stond model.

De relaunch van het toneelstuk van Volker Braun is ook een eerbetoon aan de toenmalige regisseur Thomas Langhoff, die met de opvoering van het stuk in het Maxim-Gorki theater voor een sensatie zorgde. De vorig jaar aan kanker overleden theaterman (73) was een van de grote Duitse regisseurs. Op zijn sterfdag, 2 februari 2012, stond in het Berliner Ensemble trouwens Tsjechow’s “Kersentuin” in Langhoff’s regie op het programma.

In december gaat Braun’s “Overgangsmaatschappij” in het GOЯKI in z’n tweede premiere, dit keer in de regie van Thomas Langhoff’s zoon Lukas. En zo knoopt diens vrouw, intendant Shermin Langhoff geb. Özel, in haar nieuwe theater alle draadjes van de overgangsmaatschappijen aan elkaar. In de openingsweken is het nieuwe Gorki niet alleen post-, maar ook nog eens ostmigrantisch!