Over mofkont

Jacques Schmitz is Mofkont: dichter, vertaler, journalist. Publiceerde recentelijk gedichten en vertalingen bij Terras, Het Moment en Textkette (Dld). En columns uit "1989 - het jaar vóór de omwenteling" (e-book). Duitsland-correspondent in Berlijn sinds begin jaren '90, daarvoor Oost-Europa-correspondent in Boedapest sinds 1985. Was tot 2009 radiocorrespondent voor de NOS.

Tongtaal, ruw 7

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020
JEDI-MEESTER

          (naar Ros en ons)


Zoekt zinnen. Zint, kort. Ah, zet punt:
punt. Zinsbouw verschuiven zij doet.

°

Ze zagen, open. Je borst. Ontbloot hart,
klopt: Zij dank, de machine. Ingewand-
en die zichtbaar kunnen. Het lijf gelijk,
m/v, vanbinnen. Uit je!

°

Regenwolken, gemaakt zwart. Bezwaard.
Dan lucht, droog, of nat. En longen vol
woorden. Geen antwoorden geeft. Stelt.
Vragen.

°

Kompakter keert 't. Weer. Kleiner maar
wijzer zhij lijkt: " Yoda mij noemt." Onder-
schept deeltjes, golven, zonnestralen.

°

Opgelucht: (-ge)
Licht.














Tongtaal, ruw 6

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020


TONGTAAL, RUW

            (Alighieri's footprint, far la fica!)


de tong, het hoertje, kalà
de mond haar bordeel

begeerd, begeert de mond
vol, met rough
tongue, rauw

niet op haar mondje
gevallen, moppert ze
nors, noors

roddelt haar mondhol
met eenieder, dead
or alive

dantes sprechgesang,

ruw,
    rapt hij,
             rap


















































Tongtaal, ruw 5

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020
LAATSTE VERS
           (naar E.E.)


Als wilden alle

delen weg-
vallen, voort-
durend, uit-

- helling op het
randje, fronst
haar bosbesbrauwen -

vallen, gedeelte-
lijk, mij ont-
vallen, uit-

einde lijk









Tongtaal, ruw 4

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020

HAN VLIEGT
          (Kijk!)

Doet 't soms, zo:

'een naakte bruidegom
zwevend boven z'n
naakte bruid'

over
     zicht

(op- af-)

de bergen van
boven, de betere

blik:

'foto's (van onder-
weg): beide borsten,
als bizarre nationale
monumenten' - zo

dichter

(-bij god en godinnen)














Tongtaal, ruw 3

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020
ROSE, MARY

      (naar Rosmarie W.)


Ook mijn woorden raken
op. Verloren. Lost(donder)
op. Zeg!

Mary is een marie, is
een merrie. Galoppeerde
minder en minder en
stapvoets. Slapende

Roos!

    Een ros

         onbereden








Tongtaal, ruw 2

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020

MISSCHIEN DENK JE

              (voor Jascha, Dorothee, Malachy, Han)
dit gedicht

is voor jou, is
voor 'n iemand, denk
ik

(Jasch, jouw schepping)

of iemand, anders
iets, hem of haar of

(Dörte, haar thee, 'ses)

vingers in haar
inktpot, in mijn
mond en fluit je
een lied
je

    lezer,

(Eklektis is me, Mal)

het gedicht is
voor me-
zelf, om hem in
m'n vingers

(Han, heel, al die bergen)

te krijgen: de wankele

wereld












Tongtaal, ruw 1

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020

1. Tussenin

      (naar Rosmarie Waldrop)

ik ben niet echt thuis
aan geen van twee
atlantische kanten

dat zit me niet dwars, de vis
behoed me voor zo'n tehuis,
doet vergeten

niet wetend
waar je bent
't zij je denkt dat

je ergens anders heen
wil; ik denk niet aan iets
anders, ergens

lijkt ergens
erg op elkaar

Als was

Van Cyprus, die losbandige
meisjes, die hoerige wijfjes.
Hoornige rotsen voor de kust:
bronstige bullen.

Afkerig keert hij, Pygmalion, wendt
zich tot zijn werk: de kunsten-
maker, ach, je moet wat: avenidas,
flores, mujeres (verzinnen).

Die beeldige Galatea, gehouwen,
geslepen. Gestreeld
ivoor, gekneed.
In zijn vingers

als was. Wat verbeelding
al niet vermag. My!
Venus, Diana, perse
phone me, fair lady!

En dan liefst zo’n knap
kontje (als dat
mag…)

*




Dit is het eerste gedicht van de cyclus ‘metamorfosen‘ naar de Metamorfosen van de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso
(43 v. – 17 n. Chr.).

Deze tekst is vorig jaar geschreven tijdens de heftige discussies over het gedicht ‘Avenidas‘ van de boliviaans-zwitserse (konkrete) dichter Eugen Gomringer, dat in 2018 van de wand van een Berlijnse beroepsopleiding werd verwijderd. De studenten daar vonden het (eigenlijk nogal brave) vers veel te seksistisch.

Een woningbouwvereniging in het Berlijnse stadsdeel Hellersdorf heeft het Gomringer-gedicht nu weer in ere hersteld. Het prijkt vanaf heden weer en dan ook nog tweetalig – in de originele Spaanse versie en de Duitse vertaling – aan de wanden van een flat niet ver van de beroepsschool vandaan.



!


Einde van de wereld

Afbeelding kan het volgende bevatten: een of meer mensen


Er valt een wenen hier op aarde
Als was de lieve Heer net doodgegaan.
Drukkend hangt een donk're schaduw
Boven het open, verse graf.


Kom, laat toch nader ons verbergen...
Het leven drukt op ieders hart
Als zware, loden zerken.


Hé! Laat ons elkaar nog dieper kussen
Er klopt verlangen naar de wereld aan
Als zijn we zelf al doodgegaan.


Else Lasker-Schüler
*11.02.1869 - +22.01.1945


*