Tongtaal, ruw 7

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020
JEDI-MEESTER

          (naar Ros en ons)


Zoekt zinnen. Zint, kort. Ah, zet punt:
punt. Zinsbouw verschuiven zij doet.

°

Ze zagen, open. Je borst. Ontbloot hart,
klopt: Zij dank, de machine. Ingewand-
en die zichtbaar kunnen. Het lijf gelijk,
m/v, vanbinnen. Uit je!

°

Regenwolken, gemaakt zwart. Bezwaard.
Dan lucht, droog, of nat. En longen vol
woorden. Geen antwoorden geeft. Stelt.
Vragen.

°

Kompakter keert 't. Weer. Kleiner maar
wijzer zhij lijkt: " Yoda mij noemt." Onder-
schept deeltjes, golven, zonnestralen.

°

Opgelucht: (-ge)
Licht.














Tongtaal, ruw 6

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020


TONGTAAL, RUW

            (Alighieri's footprint, far la fica!)


de tong, het hoertje, kalà
de mond haar bordeel

begeerd, begeert de mond
vol, met rough
tongue, rauw

niet op haar mondje
gevallen, moppert ze
nors, noors

roddelt haar mondhol
met eenieder, dead
or alive

dantes sprechgesang,

ruw,
    rapt hij,
             rap


















































Tongtaal, ruw 5

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020
LAATSTE VERS
           (naar E.E.)


Als wilden alle

delen weg-
vallen, voort-
durend, uit-

- helling op het
randje, fronst
haar bosbesbrauwen -

vallen, gedeelte-
lijk, mij ont-
vallen, uit-

einde lijk









Tongtaal, ruw 4

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020

HAN VLIEGT
          (Kijk!)

Doet 't soms, zo:

'een naakte bruidegom
zwevend boven z'n
naakte bruid'

over
     zicht

(op- af-)

de bergen van
boven, de betere

blik:

'foto's (van onder-
weg): beide borsten,
als bizarre nationale
monumenten' - zo

dichter

(-bij god en godinnen)














Tongtaal, ruw 3

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020
ROSE, MARY

      (naar Rosmarie W.)


Ook mijn woorden raken
op. Verloren. Lost(donder)
op. Zeg!

Mary is een marie, is
een merrie. Galoppeerde
minder en minder en
stapvoets. Slapende

Roos!

    Een ros

         onbereden