Tongtaal, ruw 2

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020

MISSCHIEN DENK JE

              (voor Jascha, Dorothee, Malachy, Han)
dit gedicht

is voor jou, is
voor 'n iemand, denk
ik

(Jasch, jouw schepping)

of iemand, anders
iets, hem of haar of

(Dörte, haar thee, 'ses)

vingers in haar
inktpot, in mijn
mond en fluit je
een lied
je

    lezer,

(Eklektis is me, Mal)

het gedicht is
voor me-
zelf, om hem in
m'n vingers

(Han, heel, al die bergen)

te krijgen: de wankele

wereld












Tongtaal, ruw 1

Poëzieweek 30 januari t/m 5 februari 2020

1. Tussenin

      (naar Rosmarie Waldrop)

ik ben niet echt thuis
aan geen van twee
atlantische kanten

dat zit me niet dwars, de vis
behoed me voor zo'n tehuis,
doet vergeten

niet wetend
waar je bent
't zij je denkt dat

je ergens anders heen
wil; ik denk niet aan iets
anders, ergens

lijkt ergens
erg op elkaar