Quatre Spitzen

schwestern-destrees

(een gedicht uit de reeks Vingerwijs)

Zo breekbare
borstjes, open en bloot
in ’t park van Fontainebleau,
en wat er dan tussen die
dames

allemaal niet!

Gebeurt in ’t klein, zo ranke
handjes, tussen wijs
en duim, die onwijs teder
naar een trouw
ring, tepel
reiken, tasten
allebei.

Als theedrinken, strelend
met gespitste lippen en
opgestoken pink!

:

Geil kijken op hun stijve stokken
oude wandelmannen naar die twee
en strekken tengels uit
en testen hun Zitzen
gevoel, en knippen als
vanouds hun
vingers

: Spitze!

*

Quatre spitzen – De titel verwijst naar de Franse koning Henri Quatre (1553 – 1610) en de vier tepeltjes op het bekende schilderij met diens maitresse, Gabrielle d’Estrées en haar zus, de hertogin van Villars. Het kunstwerk is rond 1594 gemaakt door een onbekende schilder uit de (tweede) Fontainebleau School, de Franse renaissance, en hangt in het Louvre in Parijs. Gabrielle d’Estrées was vele jaren de lievelingsmaitresse van Hendrik IV en moeder van vier van zijn vele kinderen. De bon roi Henri erkende officiëel zijn vaderschap van de drie (het vierde werd dood geboren). Henri Quatre, die bestuurlijke en economische hervormingen doorvoerde, was bij de bevolking populair door zijn belofte dat elke Franse boer zondags een kippetje op tafel zou krijgen. De koning, ooit aanvoerder van de protestantse Hugenoten, overleefde de Bartholomeusnacht (1572), maar werd in 1610 uiteindelijk toch nog vermoord door een katholieke monnik.

Spitze is een Duits woord met eindeloos veel betekenissen, onder andere staat het voor top, vet, te gek! In het Nederlands wordt het woord fingerspitzengefühl (dan klein geschreven) vaker gebruikt dan een krukkige vertaling als vingertoppengevoel. Naast aanpunten en toespitsen heeft het Duitse spitzen als werkwoord ook de betekenis van verlangen, begeren en geil zijn. Hoewel Spitze daar ook aan doet denken, is het echte Duitse woord voor tepel toch Zitze.

Advertenties

Was het wel moord?

modell-kuhlbrodt

Model-krimi van Jan Kuhlbrodt

Wat een merkwaardige Krimi, deze raadselachtige misdaadroman! Is beeldend kunstenaar Thilo nu wel of niet door zijn vriend Schroth vermoord? Is hij geveld door zijn eigen verchroomde sculptuur? Gewoon omgevallen of omgestoten? Toeval, wraak? Ook al bekent Schroth zijn daad al meteen aan het begin van de roman. “Ik heb in de Oosthaven aan schroeven en steunbalken gerommeld, dusdanig dat Thilo’s kunstwerk wel omkiepen en hem raken kon, niet perse moest.” Dus was het eigenlijk wel moord?

Met Das Modell (Het model) heeft de Duitse schrijver Jan Kuhlbrodt een model-krimi geschreven. Een korte, zo’n 100 bladzijden tellende roman naar het model van een misdaadroman. Naar de regels van het detective-spel, die echter telkens weer door de auteur veranderd, verdraaid, vertekend worden. Het is daarmee tot een filosofische roman over de onbetrouwbaarheid van onze herinnering geworden. Een vertelling over verloren, vervaagde, vergeten vriendschappen. Over de tijd, over de geschiedenis. Een zoektocht door de labyrintische tuin der vergetelheid. Een blik door – zoals het omslagdesign al aangeeft – beslagen, verregende ruiten.

Jan Kuhlbrodt, die in Chemnitz werd geboren in een tijd (1966) dat die Oost-Duitse stad enkele decennia Karl-Marx-Stadt heette, is dichter, schrijver, filosoof. Hij studeerde in Leipzig en na de val van de Muur in het West-Duitse Frankfurt/Main. Daarna weer terug in Leipzig, waar hij nog altijd woont en ook aan het Duitse Literatuurinstituut studeerde. Kuhlbrodt schreef proza en poëzie, ondermeer de dichtbundels Kaiseralbum (2015) en Stötzers Lied (2013) en de romans Vor der Schrift (2010) en Schneckenparadies (2008). Al deze (en ook nog enkele andere) boeken gaan over tijd en vergetelheid, geschiedenis en herinnering. Het is zijn thema.

Het verhaal van Het model is gauw verteld: Kuhlbrodts protagonist Schroth is teruggekeerd naar zijn geboortestad (weer bij moeders) en kijkt terug op zijn verloren dromen en vriendschappen. Schroth verzamelde voor zijn vriend Thilo allerlei – inspirerend bedoelde – rommel, waar de beginnend kunstenaar meestal niks mee deed. Behalve dan dat ene pakje soldeerdraad, dat het begin van diens loopbaan zou worden. Van de buigzame draad maakte Thilo modellen voor zijn verchroomde sculpturen. Schroths droom: Thilo de kunstenaar, Schroth zelf diens theoreticus en intellectuele promotor. Toen vertrok Thilo naar Amerika om echt carrière te maken. En schonk Schroth bij zijn afscheid zo’n soldeerdraad-modelletje. Dat was alles.

Wanneer Thilo jaren later uit Amerika terugkeert, negeert hij zijn vergeten vriend Schroth volkomen. Thilo komt voor de opening van een grote tentoonstelling naar Frankfurt en daar worden zijn glanzende stalen sculturen uitgeladen aan de Oosthaven. De ronde verchroomde beelden reflecteren wel de wereld. “Maar het is geen weerspiegeling, geen afbeelding. Dat wat in die glimmende en gebogen oppervlaktes verstrikt raakt, is zozeer verwrongen, dat je absoluut niks meer kan herkennen.” En zo vertroebeld raakt ook Schroths blik op de verwaterde vriendschap. Een kijk op de wereld als in de Frankfurter jaren toen hij nog zijn kost verdiende als glazenwasser.

De trouweloze Thilo duikt niet voor het eerst op in het werk van Jan Kuhlbrodt. Ook in zijn eerder verschenen roman Schneckenparadies is Thilo de jeugdvriend van de hoofdpersoon. Twee kinderen in Karl-Marx-Stadt die met rijkelijk gras en groene bladeren een badkuip tot een utopische verblijfplaats voor slakken omtoveren. Gek genoeg zijn de dieren de volgende dag alweer uit hun paradijs vertrokken. Gevlucht. Telkens weer. Het Slakkenparadijs is een autobiografische Wende-roman over de aanloop naar het einde van de DDR. En daarmee de voorloper van Das Modell, dat als Ende-roman afrekent met de voorstellingen en vriendschappen uit een vervlogen tijd.

In zijn nieuwste roman gaat Jan Kuhlbrodt opnieuw op zoek naar die temps perdu. Maar het lukt zijn protagonist niet echt om zijn herinnering op te frissen. De rode draad van de geschiedenis – die in de jaren zeventig en tachtig nog enig houvast gaf – is hem als ordelijk opgerolde wolbaal uit handen gevallen en “de rode draad van het lot werd weer uitgerold in het labyrint van de tijd”.

De slakkenbadkuip is een volkstuintje geworden. Kuhlbrodts urban gardening metafoor voor een ordentelijk aangeharkte DDR, een land van louter hortologen en hoveniers. Van landschaps-architecten en hobby-tuinders, de grasmaaiers van de VEB Volkstuintjes. “De grasmaaier was, zo leek het wel, het lievelingsgereedschap van mijn vader, net als van mijn overgrootvader. (…) Je kon dat interpreteren als het gloren van het communistisch paradijs (…). Want er was nooit ruzie over wie er nu weer mocht maaien, het gras was nooit kort genoeg…” Utopisch tuinieren als metafoor voor de socialistische kleinburgerlijkheid. Geregeld de grasmat maaien als gestuurde groei, ook als censuur. Gedicteerd door het ritme der seizoenen, vorst en dooi.

Jan Kuhlbrodt bouwt zijn verhaal op uit korte hoofdstukken. Herinneringsflarden aan jeugdvriend Thilo, medestudent Zassi en eerste liefde Kerstin. Vrienden die allengs ‘zomaar’ uit Schroths leven zijn verdwenen en slechts memorie-resten hebben achtergelaten. Zo is het soldeerdraad-modelletje ooit van tafel gekieperd of was het toch Thilo’s sculptuur? Schroths nagedachtenis, his story, wordt vlot verteld, zij het niet rechttoe-rechtaan. Eerder springerig, fragmentarisch en niet chronologisch. Een tastende terugblik. Meer een innerlijke monoloog. Zoals denken en herinneren nu eenmaal gaat.

Ja, zo gaat dat ook met geschiedenis en het schrijven van geschiedenissen. In zijn essay Geschichte. Geen weg, slechts gaan (2013) schrijft Kuhlbrodt: “Dat ik me met geschiedenis bezighoud, is voor mij niet alleen conceptioneel van belang, maar ook constituent voor mijn schrijven, niet alleen omdat mijn eigen posities en zekerheden meermaals fundamenteel verbrokkeld zijn. Wat dat betreft zit ik middenin een ruïnenveld van vernielde of ingestorte opvattingen.”

Dat heeft ook gevolgen voor zijn schrijven, voor zijn thema’s en vertelstructuren. Nog onlangs schreef Kuhlbrodt op zijn blog Postkultur, niet direct over Das Modell maar ook weer niet toevallig: “Tijdconcepten die uitgaan van een puur getalsmatig verloop van een vertelling, zijn waarschijnlijk bij uitstek een basis voor autoritair denken. Dat wordt niet alleen in de romans weerspiegeld, maar ook in hun receptie. Als inhoud altijd alleen als chronologisch verloop wordt gedacht, dan sluit dat denken zich ook af voor mogelijke interferenties. Lezen wordt dan een saaie bezigheid. Een causaalgebeuren. En ook het schrijven van zulke teksten is dan niet echt leuk meer.”

Zo is Das Modell dus niet geschreven. Het is wel een filosofische roman geworden, maar niet zwaar op de hand. Kuhlbrodt schrijft op een toegankelijke manier. Hij geeft spannende kapstokken die tot denken aanzetten. Dat houdt ook de lezer (in ieder geval deze) bij de les. Benieuwd – als bij een ‘echte’ Krimi – naar de ontknoping. Geen definitieve antwoorden, wel intrigerende vragen.

Schroth zelf tot slot over de model-moord: “Eigenlijk ben ik niet iemand die een moord zou plegen, maar je weet maar nooit.”

Jan Kuhlbrodt, Das Modell, roman, 110 pagina’s, Edition Nautilus, Hamburg 2016. Prijs € 16,-.

*

Mc²

einstein-hopi-1931

(uit de cyclus Dark matter)

Joe jaagt die elementen die
onbedaarlijk met gevaarlijke
deeltjes, golven

Modder spuiten op het home
land en de blanke droom
tot zwarte gaten maken

Die bandeloze spoken, boze
met hun vuile rode poten
onze propere hortus slopen

Achter de wereld nog een
en meer nog: verder
denken, ver denken!

Joe verjaagt de kosmisch denker
die ’t relatieve van die jacht
geen blik meer waardig acht

Alleen de laatsten der Hopi-indianen
willen nog wel met Groot Hoofd
op de foto en hem vereren

Als verwante geest en geven
hem een nieuwe naam:
Great Relative

En delen dan, voor alle tijd en
ruimte, een vredespijpje met
wat kleine paddo’s

Paffen
peace man,
pacha!

*

Foto – uit 1931, toen Einstein met zijn (tweede) vrouw Elsa op bezoek was bij de Hopi-Indianen. Einstein, tweede van links, met vredespijp en verentooi. De foto werd genomen voor het Hopi House in het Grand Canyon National Park, Arizona, op 28 februari 1931.

mc² – Alom bekend is natuurlijk de Einstein-vergelijking E = mc² waarmee hij de equivalentie uitdrukte van energie (E) en massa (mc²): Energie is gelijk aan massa vermenigvuldigd met het kwadraat van de snelheid van het licht. Het komt er op neer dat massa en energie verschillende vormen van hetzelfde zijn. Einsteins relativiteitstheorie leidde ook tot een nieuwe definitie van ruimte en tijd, die met elkaar verweven zijn. De ruimtetijd is alleen denkbaar als één entiteit die heden, verleden en toekomst bevat. De Einstein-vergelijking beschrijft hoe de ruimtetijd door de zwaartekracht wordt gekromd.

Mc² – waarmee ook de Amerikaanse senator Joseph McCarthy is bedoeld, wiens naam hier ingekort is tot mc². Joseph Raymond McCarthy (1908-1957) was een republikeins politicus, bekend geworden door zijn rabiate heksenjacht in de vroege jaren ’50 op ‘commies’ die het Amerikaanse regeringsapparaat zouden infiltreren. De verdachtmakingen en vervolgingen golden vooral de liberals, al dan niet communistische, linkse intellectuelen, schrijvers, theatermensen, filmers. McCarthy’s complottheorieën vergiftigden jarenlang de culturele en maatschappelijke sfeer in de Verenigde Staten. Tal van intellectuelen werden voor publieke hoorzittingen over on-Amerikaanse activiteiten gedaagd. Veelal ook Europese migranten die in de jaren ’30/’40 voor de Duitse nazi’s en de oorlog naar de VS gevlucht waren. Onder hen ook Albert Einstein, die zich in de groeiende atmosfeer van wantrouwen en verdenkingen steeds ongemakkelijker voelde. Ich hab mich kaum je unter den Menschen so fremd gefühlt als gegenwärtig, oder ist es eine Täuschung durch Vergessen? Das Schlimmste ist, dass nirgends etwas ist, mit dem man sich identifizieren kann. Alles brutal und verlogen, schreef Einstein in een brief aan Gertrud Warschauer, 15 juli 1950, ten tijden van de McCarthy-campagne. In april 1955 is Einstein in het ziekenhuis van Princeton gestorven.

pacha – overigens beschouwden ook de Inca’s al tijd en ruimte als één entiteit die zij pacha noemden. Dat begrip is ook nu nog bij de Indiaanse bevolking van de Andes in gebruik in de talen Quechua en Aymara, die onder druk staan van het opdringende Spaans en Portugees, maar in verschillende delen van Zuid-Amerika nog altijd door zo’n 14 miljoen mensen worden gesproken.