Kwantum geval

DSCF2416

 

languit op de bank, gott gevallen
und die moderne uit de linker
hand en rechts physik ’n potlood nog
in vingers, onderstreept: das universum
met een vraagteken sei ein geist een sterretje
in de marge des quantenbegriffs…

de ogen inmiddels toe
gevallen, leest geest nog
even door, lijf heel ergens
anders, de leden al
lang gestrekt

een dutje of
de dood

of zo

*

Dit nieuwe vers is deel van de reeks Dark matter, een work still in progress.

Het boek Gott und die moderne Physik van fysicus en cosmoloog Paul Davies, dus. In Duitse vertaling uitgegeven bij Goldman Verlag, een uitgeverij van de Verlagsgruppe Bertelsmann, München 1989. (Het origineel: God and the New Physics, Dent & Sons, London 1986).

De citaatflarden komen uit een van de laatste hoofdstukken (15. Het einde van het universum) en gaan o.a. over de vraag of er in plaats van een bovennatuurlijke god wellicht eerder een natuurlijke god bestaat, een die zich baseert op de natuurkundige wetten. Al kan het bestaan van zo’n “god” niet bewezen worden, met die aanname zijn wel nog openstaande vragen over de kosmos makkelijker te beantwoorden, sommige gaten in het universum te dichten. Het heelal met al zijn fysische krachten en wetten is zomaar, zonder oorzaak ontstaan en vervolgens door zo’n “god” verder ontwikkeld. Het opperwezen niet als schepper, maar meer als stukadoor.

Zo kan de oorsprong van het leven het resultaat zijn van intelligent, maar natuurlijk ingrijpen van een “goddelijk” wezen. Geest, kosmisch bewustzijn, what ever. Het hangt er van af hoe groot we de invloed van de Geest op het universum achten. Onder natuurwetenschappers, zegt Davies (in de 1980-er jaren), groeit het vermoeden dat geest en leven niet noodzakelijkerwijs tot organische materie beperkt is. Op de een of andere manier zijn geest en anorganische materie ook verstrengeld. Het universum als geest: “een zichzelf waarnemend en organiserend systeem”. Kwantum-theoretisch speelt de geest dus mogelijk een bijzondere rol…

Ongeveer hier vielen mij de ogen toe, ontglipte de paperback mijn vingers, dwaalden de gedachten af, vervluchtigde de logica en verplaatste zich mijn geest in niet te definiëren kwantum-overgangssferen. Was ik – als een spinnende kater – op meerdere plekken tegelijk, slapend en/of dood.

*

Advertenties

Zing ding

Ganimede_-_Tempesta,_Antonio_(1555-1630)_-_In_aquilam_transformatus_Iupiter_Ganymedem_rapit

Bezing de maan,
de sterren, stel
sells, onder koele

zwoele sky, wat
is dat dat zo
knelt, de slim

fit tailleband, de
broeks- op m’n heupen
pijpen, Jack –

Mundschenk aan de Spree
Schiffbauerdamm mmm –
spicy

heeft hij de smaak, en wat al niet
te pakken, bekent Ganymedes, de schapen
knaap, van binnen

en van buiten, likt,
smikkelt, snoept deze
hemelse Glückskeks

een oceaan spoelt
aan, branding
brengt

taal der goden
en gewonen wonder
mond full

tongen, thing
language, mijn
ding, swing dan

Steely, dan

verstijft

[Zeus: “Stik!” verslikt
zich in ’t zicht des
jongeling, wordt zelf een
volgeling: “Z’n ding!”]

*

Jack en spicy – doet niet toevallig denken aan de Amerikaanse dichter Jack Spicer (1925-1965), auteur van ondermeer The Holy Grail, een gedichtenreeks (serial poem) gebaseerd op de verhalen over koning Arthur en de ridders van de Tafelronde. Spicer maakte in de jaren ’50 van de vorige eeuw deel uit van de zgn. San Francisco Renaissance. Aan de Berkeley Universiteit presenteerde hij zich met zijn mededichters zelf liever als de Berkeley Renaissance. De vrienden (Jack Spicer, Robert Duncan en Robin Blaser) waren alle drie homo en maakten daar tegenover hun studenten geen geheim van. Ze hielden zich intensief bezig met Rimbaud, Lorca en andere gay poets. Spicer begon in 1956 aan zijn boek After Lorca, over de Spaanse dichter. Het zou een breuk worden met zijn vroegere werk. Jack Spicer wilde vanaf die tijd geen ‘losse’ gedichten meer maken, die hij one night stands noemde, en begon zijn serial poems te schrijven. Ook begon Spicer in die tijd te werken aan zijn gedicteerde poëzie, een schrijfmethode waarbij de dichter zijn regels van buiten ‘ontvangt’, gedicteerd krijgt en opschrijft.

Mundschenk – aan het hof der Griekse goden maakte Zeus de jonge Ganymedes tot wijnschenker. Dat beweert in ieder geval Ovidius in zijn Metamorphoses, maar dan toegesneden op Zeus’ plaatsvervanger Jupiter. In het Duits wordt die eervolle job onder goden Mundschenk genoemd, wat de homo-erotische mythe nog een extra fellatieve touch verleent. (Zie het citaat van Ovidius onder de Zeus-notitie hieronder)

Aan de Spree – direct om de hoek bij het beroemde Brecht-theater aan de Berlijnse Schiffbauerdamm, het Berliner Ensemble, was in Brechts tijd en is nog steeds het restaurant Ganymed gevestigd. De naam verwijst naar Ganymedes’ functie als Mundschenk aan het hof der goden en werd in de loop der tijden gebruikt voor slaven, bediendes en kelners.

Ganymedes – de Griekse herdersjongen waar Zeus – en volgens de latere legende ook zijn Romeinse plaatsvervanger Jupiter – zwaar verliefd op werd. In de Latijnse mythologie heet de jongeling Catamitus, waar het woord catamiet (schandknaap) van afgeleid is. De Griekse dichter Homerus noemde hem ‘de schoonste aller stervelingen‘. De oppergod Zeus (en later dus ook Jupiter) veranderde zich in een adelaar en ontvoerde de knaap zo naar de Olympus.

Mond full – combineert de Nederlandse, Duitse en Engelse woorden mond, maan en vol. Een mond vol, een volle maan – wonderful!

Thing language – is een van Spicers ‘one night stands’, een gedicht over de oceaan en de poëzie, die beide niks te melden hebben en slechts dingen an sich zijn, met als wederkerende regel: Niemand luistert naar gedichten.

Steely Dan – de Amerikaanse band van Walter Becker en Donald Fagen, die in 1972 werd opgericht in Los Angeles, de geboortestad van Jack Spicer overigens. Becker en Fagen schreven interessante en intellectuele teksten op zeer swingende muziek, een mix van jazz, rock, funk, r&b en pop. De naam van de band komt uit Naked Lunch, de roman van William S. Burroughs, waar zo een stalen dildo wordt aangeduid. Als Stalen Daan, zeg maar.

Zeus de Griekse god (ook hier als commentator van de chaotische levenswijze van zijn opvolger Jupiter) ziet tot z’n schrik hoe de Romeinse collega in ‘geleend’ gevederte de ‘ilische telg’ (uit de Ilias van Homerus) ontvoert, die nog altijd de bekers vult en nectar brengt aan Jupiter: Ohne Verzug durchschießend die Luft mit erborgtem Gefieder / Raubt er den ilischen Spross, der jetzt noch immer die Becher / Mischt und Nektar reichet dem Iupiter, Iuno zum Trotze. (Zo schrijft Ovidius in Metamorphoses, boek X). Dat alles tegen de zin van Juno, Jupiters zus en echtgenote. Net zo geschokt als Zeus, maar niet verliefd op de schapenknaap, want Juno blijft trouw aan haar echtgenoot en zo ook aan haar rol als godin van het huwelijk.

Jupiters party

Júpiter_y_Tetis,_por_Dominique_Ingres

Gehuld in hemelse vloeistof
dia’s, grote god, you psycho
delische licht
show!

Big boy van de Melkweg
omringd door ontsluierde
meiden, ontbonden jongs,
windt hij hen goddelijk
trouweloos om
zijn ringloze
vinger

and the gods made love

bedwelmd door geur en
kleur en een rode vlek
van begeerte meer
dan van schaamte, de
potente,
potentate:

de wolk zonder
broek, withete
stier, adelaars hov
aardig, transgender
menner, mijn heer

de
godenkoning, trawant van
party-poppers, legt ze
allemaal flach, al die
trabantjes

wiet walmend, snuffig,
gemarmerd ommanteld, rond
z’n verborgen schouders,
leent hij jimi’s luft
gitarre, Lady
God Diva

haast erhascht,
verlangt hij dan
betrapt, naar

zijn Juno

[ Jesús, verzucht
Zeus, wat ’n gods
onmogelijk
gedoe! ]

*

Ik werk al een tijdje aan een gedichtenreeks getiteld Dark matter, me dunkt een passend thema voor poëzie, zeker sinds Stephen Hawking in 2011 liet weten dat filosofen, dichters en dat soort kunstenmakers het wel kunnen schudden: “Philosophy is dead”. Het moet een reeks worden waarin poëzie, fysica en cosmologie een innige verbinding zullen aangaan. Het is nog een work in progress, maar Jupiters party komt nog het dichts in de buurt van een voltooiing. Omdat de NASA-satelliet Juno gisteren (4.7.2016) in een omloopbaan rond Jupiter, de grootste en meest omsluierde planeet van de Melkweg, is gebracht, leek het me een passend moment om in ieder geval een tipje van de Dark-matter-sluier op te lichten.

*

Jupiter planeetde grootste planeet in ons zonnestelsel, de Melkweg, door een dikke, dichte, kleurrijke atmosfeer van gassen omgeven, waardoor de kern niet zichtbaar is. Bijna vijf jaar na de lancering in 2011 is de NASA-satelliet Juno op 4 juni in een omloopbaan rond Jupiter gebracht. Juno moet de oorsprong en toestand van de planeet onderzoeken en zal aan het eind van haar missie binnendringen in het gaswolkendek om haar scherpe blik te richten op de nog onzichtbare planeet zelf. En dan te vergaan en zich voorgoed met haar Jupiter te verenigen.

Jupiter god – was de oppergod in de Romeinse mythologie. Hij fungeerde net als Zeus in de Griekse mythologie als de godenkoning. De god van de hemel, de god van het weer, het onweer, bliksem, storm en regen. Juno was een van zijn zussen, maar dat weerhield hem er niet van haar te huwen. De regengod druppelde trouwens ook behoorlijk rond bij talloze vrouwen en knapen. Gewone mensen evengoed als godinnen. De Romeinse wereld was daardoor vol van hele en halve goden, allemaal nazaten van de oppergod. Het schilderij van Jupiter is  van Jean Auguste Dominique Ingres (1780-1867).

Melkweg – al sinds 1970 is de Melkweg in Amsterdam een theater- en muziektempel. In de jaren ’70 werden de rockconcerten begeleid door psychedelische lichtshows waarbij de bewegende kleuren van vloeistof-dia’s op projectieschermen en muren werden geprojecteerd.

and the gods made love – is de openingssong van Jimi Hendrix’ album Electric Ladyland (1968). De band Jimi Hendrix Experience werd tijdens de opnames voor hun laatste studio-album ondermeer bijgestaan door Dave Mason, Chris Wood en Steve Winwood van Traffic, door Jack Casady, de bassist van Jefferson Airplane en gitarist-organist Al Kooper (o.a. de orgel bij Dylan’s Like a Rolling Stone).

wolk zonder broekvermomd als een dreigend donkere wolk wist Jupiter de vluchtende Io, de dochter van de riviergod Inachos, tegen te houden en haar te verleiden. De versregel refereert overigens ook aan het poeem Een wolk in een broek van Vladimir Majakovski. Io is een van de vier grootste Jupitermanen, de Galileische manen, die in 1610 door Galileo Galilei met een eenvoudige Hollandse verrekijker werden ontdekt: Io, Europa, Ganymed en Callisto.

withete stier – Jupiter veranderde zichzelf in een witte stier om zo de fenicische prinses Europa naar Kreta te ontvoeren en in zijn godengestalte te bespringen.

adelaars hov – Jupiter veranderde zich in een adelaar en wist zo met de herdersjongen Ganymed naar de Olympus te vliegen, waar hij hem tot ‘Mundschenk‘ (hofschenker) maakte aan zijn godenhof, zoals dat in een gekuiste versie heet. Maar de fellationale bijgedachte is opzettelijk. Misschien is de referentie aan Adlershof, de Berlijnse wijk waar deze dichter zich al meer dan twintig jaar ophoudt, een beetje hovaardig misschien en loopt ook daarom kans de finish van de gedichtenreeks niet ongeschonden te halen. Work in progress, eben.

transgender menner – als transe godin Diana wist Jupiter tot de kuise nimf Callisto door te dringen. Nog voor ze het bedrog had doorzien, was ze al zwanger.

jimiis natuurlijk de goddelijke gitaarvirtuoos Jimi Hendrix.

lady godivaJupiter als lady, god en diva, misschien wel naakt voort dravend op een witte stier. Naar Godiva, de Angelsaksische gravin van Mercia (ca. 980 – 1067), die volgens de legende naakt op een paard door Coventry reed om haar man, graaf Leofric, te bewegen af te zien van de zware belastingen die hij zijn onderdanen oplegde. Lady Godiva werd overigens door velen in de popmuziek bezongen. Van het popduo Peter & Gordon (1966), via de Velvet Underground (1967), Queen en Dr. Hook, tot Simply Red (1987) aan toe! Jimi Hendrix helaas niet, die had het alleen maar over een Foxy Lady, misschien wel omdat die net als de gravin van Mercia van die mooie, lange rode haren had.

Juno – in de Romeinse mythologie de godin van geboorte, huwelijk en zorg, zoals Hera dat voor de Grieken was. Ook was Juno een soort beschermheilige van de staat. Ze is de zuster van Jupiter en ook diens echtgenote. Daarmee werd Juno ook de Romeinse oppergodin.  Jupiters promiscüe gedrag zal de strenge en strijdbare Juno wel afgekeurd hebben, maar ze bleef haar echtgenoot trouw. Juno had haar broer/man wel door, want ze stond bekend om haar scherpe, doordringende blik. De Juno van de 21ste eeuw is met zo veel verfijnde apparatuur beladen, dat haar blik de ondoorzichtige atmosfeer van Jupiter zal doorlichten.

Jesús, wat een gedoe – de verzuchting van Zeus is het “rare Romeinen” (Obelix) van deze Griekse godenkoning, die model stond voor Jupiter als boss van de Romeinse godenwereld.

*

 

Tijd, getijden, gelijktijdigheid

jack spicer

Meteen nadat ik mijn vertalinkje en een stukje over de Amerikaanse dichter Jack Spicer, de Brexit en de gelijktijdigheid der tijden had gepost (j.l. zaterdag), vond ik tot mijn grote vreugde Mütze # 12 & 13 in de brievenbus. Bestaat er nog wel zoiets als toeval of is toch echt alles met alles vervlochten?

In beide nummers de eerste van de vier Vancouver Lectures (in tweeën geknipt) die Spicer daar in juni 1965 heeft gehouden (in de Duitse vertaling van Stefan Ripplinger). In de voordracht en aansluitende discussie met publiek behandelt Spicers ideeën over poetic dictation, over het poëtisch dictaat en de dichter als medium, als radiotoestel dat gedachten en gedichten uit de ether oppikt en doorgeeft. Spicer geeft als speelse uitleg ook wel marsmannetjes de schuld, die de kamer en de keuken van de dichter binnendringen, het meubilair verschuiven en hem de gedichten dicteren. De dichter is eigenlijk niet veel meer dan een kosmisch doorgeefluik, zeg maar.

Maar toch, Spicers door en door geconstrueerde poëzie maakt nu helemáál niet de indruk dat ze hem zomaar is aangewaaid of aangedragen werd door geesten of goden. Maar toch houdt de dichter onwrikbaar vast aan zijn ietwat absurde idee dat zijn beste verzen werden voorgezegd. Voor Jack Spicer is gedichten schrijven geen, zegt ie, lyrisch ambacht. Zijn handwerk bestaat hoogstens uit het geschikt rangschikken van de gedicteerde tekstdelen. Alsof de gedegen kennis, de vele bijelkaar gelezen bibliotheken en de poëtische praktijk niet zouden rond dwarrelen in Spicers geest en hij het dus zelf is die de stemmen uit de ether imiteert.

Spicers idee van poetic dictation is zijn metafoor voor het gecompliceerde, onoverzichtelijke en ook ondoorzichtige, deels intuitief gestuurd schrijfproces. De dichter vraagt zich af hoe hij op ideeën komt, of beter gezegd, hoe hij ze aangereikt krijgt. Dat idee zelf heeft Spicer van de Ierse dichter William Butler Yeats (1865-1939), in 1923 winnaar van de Nobelprijs voor literatuur. Yeats en zijn vrouw waren nogal van occulte en spiritistische inslag en in de trein van San Bardino naar Los Angeles raakte de echtgenote (G. Hyde Lees) in trance. De Ierse dichter vroeg de geesten die van het medium Georgie bezit hadden genomen, wat ze eigenlijk in de Southern Pacific trein te zoeken hadden. Waarop de geesten antwoorden: “We zijn hier om jou metaforen voor je dichtkunst te bezorgen.” Ja, er valt bij Jack Spicer ook over zeer ernstige zaken altijd wel wat te lachen!

In mijn stukje/geintje van zaterdag citeerde ik ook Spicer over de gelijktijdigheid der tijden: “Toekomsttijd,” zei de gouden kop, / “Hedentijd. Verledentijd.” Aan het eind van zijn serial poem, de gedichtenreeks “De Heilige Graal”, in het zevende, laatste Boek over Arthurs Dood, schrijft Spicer over het gegons in het hoofd van de stervende Arthur, de “king and future king”, die zijn leven aan zich voorbij ziet trekken. Ondanks al dat eindeloos gelul en die genante muziek hoort de dichter toch nog iets uit de ether: “Een gegons in het hoofd van de prins. Iets in godentaal.”

Soms komt er nog iets door. Zou het dan toevallig zijn, dat ik nog geen dag later (op zondagmorgen, 5:30 uur) aan het eind van Jack Spicers eerste Vancouver voordracht (gehouden nota bene op 13 juni 1965, de honderdste geboortedag van Yeats) het volgende lees? “Op den duur lopen verleden, heden en toekomst weer uit op de oorspronkelijke meubilering van de kamer van de dichter. Dat iets in het gedicht pas morgen gebeurt, maakt iets niet geheimzinniger dan wat vandaag in het gedicht staat en gisteren is gebeurd. Toekomst, verleden en heden zijn in velerlei opzichten met elkaar vervlochten.”

Zo stapelt Jack Spicer zijn ingefluisterde gedichten tot een poëtisch vlechtwerk. Daarin kan in elke geschiedenis alles met alles samenhangen en gelijktijdig gebeuren. Ook die notie heeft Jack Spicer niet van een vreemde. In zijn Vancouver toespraak verwijst hij naar Ezra Pound, die overigens ooit ook secretaris van William Butler Yeats was. “Pound gebruikt geschiedenis op een extreme manier: Niet als geschiedenis zoals we die in onze discussie hier te horen kregen, maar als geschiedenis in de zin dat alles met alles samenhangt.”

De eindeloze zoektocht naar de graal. De Moorsoldaten. De ene Tony en de andere. Clyde, de geile pad. Feeën, sprookjes. De dwaasdoder. Baseball. De mariniers van Tarawa. Het leven, kortom alles, trekt voorbij, geschiedenis. Ze bezorgt de koning geruis in het hoofd en laat de ridderhelmen op hol slaan.Branding. Een queeste vol rollende koppen, aanrollende golven. Als tekens uit een kosmische oceaan. In het tweede vers van het Boek Lancelot gaat dat zo:

Wandel langs het strand en luister samen naar het geruis van de oceaan.
De mariniers van Tarawa, Java, brandende olie op de hielen
Crawlen dat hun leven hen lief is.
Zeg jij en hij ook en zinloos zegt de kuststrook
Graal ter hoogte van boei 029.
In het slijk van dat ding-muziek
Golven branden langs het strand, als wilden ze mens’lijk zijn
De matrozen brullen.
Wandelend langs het strand, verliefd of niet, horen ze het gegons
Van de oceaan.

Jack Spicer is een strandjutter die de gaven van de oceaan verzamelt. En wat daar allemaal niet in de branding aan komt rollen! Dat is geen zoetgevooisd pretje. Er mag gelachen worden, maar het is een ernstige bisnis. Ergens, in een van de vier Vancouver Lectures zegt Jack Spicer dat poëzie niet voor de lol is: “Poetry isn’t for pleasure” (geciteerd door Stefan Ripplinger in zijn Gralsspiel). Zo moest de Tarawa-landing in november 1943 wel opduiken tijdens een strandwandeling. Dus moesten de Amerikaanse mariniers en matrozen, onder hevig vuur van de Japanners, in een brandende oceaan voor hun leven zwemmen bij de landing op het Tarawa atol.

Wat daarvan overblijft, is geruis en gegons, het gebrul van de branding, die “ding” muziek. Geluid zonder verdere betekenis, zonder mededeling, een leeg ding. In die zin is zelfs de Graal maar een ding op zich, een leeg midden, een vacuüm. En zoals de ding-muziek van de oceaan is voor Jack Spicer ook taal een ding, poëzie op zich, gedichten waar niemand naar luistert.

Dat ding taal

Deze oceaan, vernedert nog het meest
Met z’n maskerade.
Niemand luistert naar gedichten. De oceaan
Is niet om naar te luisteren. Een druppel
Water of een plens. Het betekent
Niets.
Het
Is broodwinning, doorsneetje
Peper en zout. De dood
Waar jongemannen naar verlangen. Doelloos
Beukt het op de kust. Witte zinloze signalen. Niemand
Luistert naar gedichten.

Jack Spicer

 

Ook Mütze # 12 & 13 zijn los verkrijgbaar voor € 6,- het stuk en als abonnement  voor € 30,- (5 stuks, naar buitenland, incl. porto) . Mijn vertaling van het 2e vers uit Het Boek Lancelot baseert op het origineel van Jack Spicer en de Duitse vertaling van Stefan Ripplinger, beide in Mütze # 11. Spicers origineel van mijn vertaling, Thing Language, is te vinden bij Poemhunter.

Jack Spicer & Brexit

800px-Arthur-Pyle_The_Enchanter_Merlin

“Heimat du bist wieder mein”
Heimat. Heimat ohne Ferne.
Je wordt aan de telefoon geroepen.
Je wordt aan de telefoon geroepen om te voorspellen wat er met Brittannië gaat gebeuren. De grote zilveren torens die het je schonk. Waar je middenin gevangen zit
Je wordt gebeld om het exacte eiland te voorspellen vanwaar je ouders stammen
Pas op, is het een Graal of een Bom die het hart verscheurt van alle dingen?
Ik voorspel Brittannië zeven vruchteloze jaren als er niet toch nog iets gebeurt.

uit Het Boek Merlijn

 

Jack Spicer heeft dit gedicht natuurlijk niet over het recente Brexit-referendum geschreven. De in 1925 geboren Amerikaanse dichter is tenslotte al in 1965 overleden. Maar Spicer zelf was zozeer een poëtische gamer, dat mij m’n speelse link naar het Britse uittreden uit de Europese Unie wel gelegitimeerd lijkt.

Het hier vertaalde gedicht uit Spicers “De Heilige Graal” (van 1962) is afkomstig uit het Boek Merlijn over de beroemde tovenaar en Keltische druïde, die ook bekend staat als leraar van Arthur, de legendarische koning en leider van de Ridders van de Tafelronde. De tovenaar Merlijn beschikte natuurlijk ook over voorspellende gaven.

De Heilige Graal van Spicer “speelt” met de eindeloos vele varianten van de Arthur-legende en hij laat dan ook zeven van de bekendste figuren en hun zoektocht naar de Graal in een zevental gezangen, Boeken (elk bestaande uit zeven gedichten), optreden: Arthur, Walewein, Perzival, Lancelot, Guinevere, Merlijn en Galahad. Bij Spicer lopen de tijden – toekomst, heden en verleden – nogal speels door elkaar: “Time future,” the golden head said, / “Time present. Time past.”

De eerste regel van het laatste vers uit het Boek Merlijn is een citaat uit het KZ-lied “Die Moorsoldaten”. Dat lied werd geschreven door kantoorbediende Rudi Goguel (muziek), mijnwerker Johann Esser en toneelspeler Wolfgang Langhoff (tekst), zelf ook politieke gevangenen in het in 1933 door de nazi’s opgerichte concentratiekamp Börgermoor in het Noord-Duitse Emsland. De geciteerde regel is het slot van het laatste Moor-couplet: Doch für uns gibt es kein Klagen, / ewig kann’s nicht Winter sein. / Einmal werden froh wir sagen: / Heimat, du bist wieder mein. Jack Spicer geeft ook zijn tweede regel in het Duits, ook al is het geen citaat: Heimat. Heimat dichtbij – niet verweg, in de verte.

Mijn vertaling is gebaseerd op het Engelse origineel van Jack Spicer en de Duitse vertaling van Stefan Ripplinger. Die laatste schreef ook een kort maar interessant essay over Spicer en de Heilige Graal, getiteld Ein Gralsspiel. De 49 Graalsgedichten van Jack Spicer (Engels/Duits) en het essay zijn verschenen in het literair tijdschrift Mütze # 11, uitgegeven door Urs Engeler. Bij hem is het tijdschrift los (€ 6,-) en als abonnement voor maar € 30,- (vijf nummers, incl. verzendkosten) te bestellen.