Poëzieweek 07

Over de oogst

Hangen gebundeld uit te drogen.
Gevallen halmen staan niet op. Het vlijm-
scherp oordeel door de zeis voltrokken,
volstrekt. Wat stond is neergelegd. Dit is
wat er staat: Hoe valt er op de oogst
te hopen – de boer neemt alles weg.

Mooi afgemaakt lig ik opgemaakt.
Te hooi, te gras geschreven, geklopte
aren, uitgelezen. Mooi droog. Achter
de oogst oog ik fraai. Een schamel fooi,
hoogstens oogsting.

*

oogsting – nalezing; na de oogst wordt de akker nog eens nagelezen en de laatste bruikbare resten verzameld. Zoals ook na de dood van een dichter alle nog verkoopbare restjes aan gedichten, probeersels, notities etc. bij elkaar worden geveegd. Altijd al, zo bijvoorbeeld in de Nalezing, onuitgegevene en verspreide gedichten van Hendrik Tollens (1780-1856).

Berlijn, 3 februari 2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s