Is liefde vuur

Sibylla_Schwarz

Sibylla Schwarz (1621-1638)

Is liefde vuur en kan dan ijzer buigen
ben ik vol vuur en vol van liefdespijn
waarvan mag dan het hart van mijn geliefde zijn?
was ’t van ijzer, en dus gereed zijn om me af te tuigen

was het van goud, ik zou het kunnen buigen
door mijn gloed; maar zo het vlezig zij
zo denk ik dan gelijk: het is een vlezig kei:
en kan een steen, als zij, mij ook niet overtuigen.

Is ’t enkel vrieskou, koud als sneeuw en rijp
hoe perst ze dan nog ’t sap der liefde uit mijn lijf?

Me dunkt: haar hart is als een harde stronk laurier
onaangeraakt door scherpte van een donderbijl
zij, Cupido, zij lacht alleen maar om jouw pijl;
en blijft onaangeroerd door ’t onweer hier.

 

*

Sibylla Schwarz is maar 17 jaar geworden, de jongste dochter van de Greifswalder burgemeester Christian Schwarz, en was toch een verbazingwekkend volwassen dichteres. Vandaag worden bij haar geboortehuis in die Noord-Duitse hansestad haar gedichten voorgelezen. Het is het begin van een waarlijk Sibylla-Schwarz-Jaar. Vandaag, 395 jaar geleden, kwam ze in Greifswald ter wereld. Voor maar een kort verblijf.

Midden in de dramatische slachtpartij van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) werd Sibylla Schwarz op 14 februari 1621 geboren (naar de toen geldende kalender, volgens onze huidige kalender dus op 24 februari, vandaag). Vriendschap en liefde, maar ook oorlog, geweld en de dood  – de thema’s van haar gedichten. Toen ze zes jaar oud was, bereikte de oorlog ook Greifswald. Op negenjarige leeftijd stierf haar moeder. En zelf overleed Sibylla Schwarz in de zomer van 1638 aan dysenterie. Op de trouwdag van haar oudere zuster, aan wie zij haar laatste gedicht had opgedragen.

Sibylla Schwarz was voor een meisje uit die tijd bijzonder geschoold. Ze las Latijn en begon op tienjarige leeftijd – kort na de dood van haar moeder – met het schrijven van gedichten. Ze leerde metriek en vorm uit het Buch von der Deutschen Poeterey (1624) van Martin Opitz. Haar leraar Samuel Gerlach verzorgde in 1650, twaalf jaar na haar dood, de postume uitgave van haar gedichten. Onder de titel Deutsche Poëtische Gedichte werd haar werk verzameld in twee delen van elk meer dan honderd verzen. Een tijd lang gold zij als “die pommersche Sappho”, maar raakte in de 18e eeuw in vergetelheid.

De Greifswalder germanist Michael Gratz (ook chefredacteur van het literair nieuwsmagazine Lyrikzeitung & Poetry News) heeft nu het Verzamelde Werk & Brieven van Sibylla Schwarz samengesteld. Het boek verschijnt in mei dit jaar bij uitgeverij Reinecke & Voß in Leipzig.

Advertenties

Jubiläumskette

1916_Marcel_Słodki_Cabaret-Voltairelev-aleksandrovitc-bruni-portrait-of-the-poet-ossip-mandelstam-1891-1938  dante

 Dadaisme 100, Mandelstam 125, Dante 750 (+1)

„Großartig ist der Vershunger der alten Italiener, ihr raubtierhafter, jugendlicher Appetit nach Harmonie, ihr sinnliches Verlangen nach Reim – il disio! (…) Was mich außerdem faszinierte, war die Infantilität der italienischen Phonetik, ihre herrliche Kindhaftigkeit, die Nähe zum Kleinkinderlallen, eine Art ewiger Dadaismus. (…) Die dadaistischte romanische Sprache rückt international auf den ersten Platz vor.“ (1933)
Ossip Mandelstam, Gespräch über Dante (Russisch und deutsch), Gustav Kiepenheuer Verlag, Leipzig und Weimar 1984. S. 11-13

*

Poëzieweek 07

Over de oogst

Hangen gebundeld uit te drogen.
Gevallen halmen staan niet op. Het vlijm-
scherp oordeel door de zeis voltrokken,
volstrekt. Wat stond is neergelegd. Dit is
wat er staat: Hoe valt er op de oogst
te hopen – de boer neemt alles weg.

Mooi afgemaakt lig ik opgemaakt.
Te hooi, te gras geschreven, geklopte
aren, uitgelezen. Mooi droog. Achter
de oogst oog ik fraai. Een schamel fooi,
hoogstens oogsting.

*

oogsting – nalezing; na de oogst wordt de akker nog eens nagelezen en de laatste bruikbare resten verzameld. Zoals ook na de dood van een dichter alle nog verkoopbare restjes aan gedichten, probeersels, notities etc. bij elkaar worden geveegd. Altijd al, zo bijvoorbeeld in de Nalezing, onuitgegevene en verspreide gedichten van Hendrik Tollens (1780-1856).

Berlijn, 3 februari 2016

Poëzieweek 06

bij dwingelo

in verdekte greppels under
cover grijp ik rijp-
groen en blader
in de ban van

[ kopland opland
achterberg en herz
berg bernlef toll
kien ]

de ring

bij dwingeloo, duik ik
daags, als dwarsligger
in loof, lees, stamp door
’t zompig land, vochtige
stront, soppend poetry
schlamm, spetter door
het mirrormere: geklets!

dan al dat gandalf
gemeuk – het komma, komma,
ah! komma geneuk – ’s nachts
gevloerd, gevledderd
lig ik buiten

[ luister naar ’t geruis
van cassiopeia, haar geknak
tekens niet veel anders
dan dat gepiep hier:

dat oorverdovend
dood stil zwijgend
engelgetrompetter ]

op m’n rug en ruk
mijn weerklank, ah!

kom

strooi sterren op
’t zwarte doek

heel & al
*

Berlijn, 2 februari 2016

bij dwingelo – bij het Drenthse dorpje Dwingeloo staat sinds 1956 de beroemde radiotelescoop, toen nog de grootste ter wereld.
kopland, rutger – pseudoniem van de Nederlandse dichter Rutger Hendrik van den Hoofdakker (1934-2012).
opland – pseudoniem van Rob Wout (1928-2001), Nederlands bekendste politieke tekenaar (voor mijn generatie in ieder geval).
achterberg, gerrit – een van de grootste Nederlandse dichters (1905-1962), schreef over de universele afluisterlocatie bij Dwingelo een van zijn mooiste gedichten: Dwingelo, Verzamelde gedichten, pag. 879, Querido, Amsterdam 1984.
herzberg, judith – een van de fijnste en meest subtiele Nederlandse dichteressen, geboren 1934 in Amsterdam.
bernlef, j. – pseudoniem van de Nederlandse dichter Hendrik Jan Marsman (1937-2012). Vertaalde ook de Zweedse Nobelprijswinner Tomas Tanströmer en de Amerikaanse dichteres Marianne Moore.
tolkien, j. r. r. – britse schrijver (1892-1973) van In de Ban van de Ring, fantasy-roman die in de flower-power tijd van de jaren zestig/zeventig razend populair was. Ook in die tijd niet echt mijn favoriete literatuur, maar in de passende bosrijke omgeving van Vledder wel te pruimen. Al heb ik de lijvige Engelse uitgave in het “lommerrijk” rond Dwingeloo nooit helemaal uitgelezen.
mirrormere – in de Nederlandse vertaling van De Ring het Spiegelmeer in het dal van het dwergenland Deemril. Durin, de eerste koning van het dwergenhuis der Durins, vestigde zich met zijn volk aan het Mirrormere toen hij in het water de sterren weerspiegeld zag – ah, een teken!
gandalf – de tovenaar uit De hobbit en In de ban van de ring. Gandalf is de raadgever van Frodo, de centrale held van De Ring. De tovenaar staat ook bekend als de vriend van alle Vrije Volkeren van Midden-Aarde. Gandalf was overigens (van 1964 tot 1971) ook een Nederlands vrijzinnig cultureel tijdschrift met veel taboedoorbrekend naakt en erotiek – ah!  vandaar…
vledder – een dorpje aan de Drenths-Friese grens, zo’n 10 km bij Dwingeloo vandaan. waar het ministerie van defensie vroeger een werkkamp voor dienstweigeraars had ondergebracht. In 1970 zat ik enkele maanden in Kamp Vledder en moest daar – voor straf? – met een schep gigantische boomstronken uitgraven en met een botte bijl prunussen hakken. Meer een bezigheidstherapie? We vluchtten meestal ver het bos in of doken in beloverde greppels om daar een paar uur vanallesennogwat te lezen, vooral ook Tolkien in passende omgeving.
vledder – etymologisch moerrassig veenland.
oorverdovend – paul davies, The Eerie Silence, Penguin, Londen 2011.

*

Poëzieweek 05

rinckschilfers

gedachtflarden, gedicht
splinters, voldaan
spaanders, lyriekmoe
ziek – strange,

waar gehakt wordt

en
passant galmen
s’tränsche gezangen

harmonika noire, daar
glimmen de kinder
hoofdjes

wild-cut kino
*

(statt besprechung, bedichtung: monika rinck , risiko und idiotie, kookbooks, Berlin 2015.)

Berlijn, 1 februari 2016