Dichters huizen hogerop

Rotterdam id mist - Peter Schmidt

(naar Elke Erb)

Rotterdamse dichters ze
huizen in skylines.

Moeten alleen,
in hun betonnen torens, steen stevig
als eeuwen, van haven
lucht, van ’t adem
benemende uitzicht
op hoger, nog hoger

leven.

*

De Duitse dichteres Elke Erb werd in februari 1938 in de Eifel (West-Duitsland) geboren. Haar vader doceerde na de oorlog aan de universiteit van Halle (Oost-Duitsland) en emigreerde met zijn gezin in 1949 naar de DDR. Erb was als dichteres deel van de zogenaamde Saksische Dichterschool en van 1967 tot 1978 getrouwd met dichter en essayist Adolf Endler. Zij schreef o.a. de ironische tekst Dichters huizen in eeuwen (in de bundel Einer schreit nicht!, Verlag Klaus Wagenbach, Berlin, 1976) waarin zij de belazerde woonsituatie van ‘onwelgevalige’ DDR-dichters als Endler aan de kaak stelde: … onderdak vijf hoog, / Zonder bad, achterhuis, wc op de gang, maar zonnig. / Als de dichter Endler zijn hoofd uit het raam steekt, / Dan kijkt hij of de vuilnisbakken al zijn geleegd.
Elke Erb noemde haar tekst in 1990 – bij Endler’s 60ste verjaardag – een gedicht, dat een dubbele leugen demonteert. Ten eerste haalt het volgens haar de huichelachtige ophemeling van de kunst in de ‘socialistische’ samenleving en de ‘era‘ (de eeuwen, de tijdperken) als een begrip ter zelfbewieroking van de verordonneerde, geveinsde gemeenschapzin onderuit. En, secundo, wordt de sakrale stelling ontmaskerd dat de kunstenaar met het volksleven verbonden hoorde te zijn. Het gedicht laat zien hoe beroerd dat (DDR-)volk wel niet moet wonen en daarmee ook de werkelijke ‘volksverbondenheid’ van de dichter Endler. Heel anders dan die dichters, de ‘echte’, de gewaardeerden, die aan de norm voldoen en hem naar de rand van de DDR-samenleving verdrongen resp. midden in de ‘dieptes van het v.’. (In: Sondeur, Heft 7, oktober 1990).
Rotterdamse dichters daarentegen, dankzij hun traditionele volksverbondenheid (‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’), zoeken het luchtig in hun betonnen torens hogerop. Zij kunnen uit de hoogte roepen (‘je pleurt wat in de pan, als je koken kan‘ – Riekus Waskowsky), maar hebben het ook niet breed. Beleven de dieptes van torens. Van boven bekeken of ook van onderen: Meer perspectief dan pecunia.

Foto © Peter Schmidt

Advertenties

Himmelpfort

_MG_0077a

(voor Armando)

Opgedroogd dor
land, vergeeld gras

Rastering, roestige rand
langs het meisjeskamp

Noen nu, middaglicht
hemelhoog de zon

Schijnt als de hel
gesloten poort

Geen schaduw valt op
belaste bodem

Windstil stuift nergens

(stof meer op)
*

De Nederlandse dichter Armando (en schrijver, schilder, beeldhouwer) leeft en werkt in Potsdam, de hoofdstad van de Oost-Duitse deelstaat Brandenburg.
Himmelpfort is een klein dorpje in het noorden van die deelstaat, niet ver van het vroegere vrouwen-concentratiekamp Ravensbrück. Tussen Ravensbrück bij Fürstenberg/Havel en Himmelpfort liggen de resten van het KZ Uckermark, het vroegere, vrijwel vergeten meisjeskamp. Daar werden vanaf januari 1945 in de laatste paar maanden van de oorlog nog zo’n 3000 vrouwen en meisjes door de nazi’s vermoord.

Foto: © Beate Nelken

Huilen

Huilen. Ik moet nooit zo lachen om provocerende, kwetsende, beledigende, verachtelijke of gewoon grove grappen. Maar keiharde columns en cartoons over moslims, christenen of joden: Het moet mogen! Alleen, ik hoef er niet om te lachen. Ik was nooit zo’n grote fan van Charlie Hebdo, maar na deze zwarte dag voor de vrijheid van meningsuiting dus wel! Om te huilen.

ceci n'est pas une religionSommigen vatten deze getekende boodschap mogelijk op als een diskwalificatie van de islam op zich. Maar ze stappen daarmee in de provocerende val van de islamistische terroristen, die de haat willen aanwakkeren. Anderen laten zich daardoor de religieuze oorlog in trekken. Of grijpen hun kans om die juist aan te wakkeren en verklaren de islam de oorlog. Nodig en misschien wel moedig zijn eerder houding en optreden die de samenhang in onze samenleving verstevigen.

Nog niet zo lang (maar vier jaar) geleden schreef Tony Judt: “We zijn in een tijdperk van angst beland. Onzekerheid is weer een actieve factor in het politieke leven van de westerse democratieën. Die onzekerheid komt natuurlijk voort uit het terrorisme, maar ook – en dat is verraderlijker – uit de onnavolgbare snelheid waarmee de veranderingen zich voltrekken, angst dat we onze baan kwijtraken, angst dat we terrein aan anderen verspelen bij de steeds ongelijkere verdeling van bezit, en de angst om de greep op de omstandigheden en de dagelijkse routines kwijt te raken. En misschien is wel de allergrootste angst dat we niet de enigen zijn die de greep op ons leven kwijt zijn, omdat de gezagsdragers dat ook zijn, aan krachten waar ze geen invloed meer op hebben.”

Het is dus bemoedigend dat sommige van die gezagdragers ook in Nederland geloofwaardig en duidelijk hun mond opentrekken, zoals Achmed A., de burgemeester van mijn geboortestad. Maar vergeet ook niet al die andere, anonieme Rotterdammers in de buurten die daar dagelijks het cement van de maatschappelijke samenhang aanroeren. Mijn vriend Rieks W. bijvoorbeeld die gestaag en al sinds lang werkt aan het integreren van lastige wijken als Spangen en Charlois waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Of mijn kunstminnende vriend Han S. – natuurlijk met de pijp van René Magritte op z’n netvlies – die de tekening interpreteerde zoals die bedoeld is: “Tekenen, filmen, dansen, toneelspelen, dichten, schrijven, schilderen; niet schieten!”

Maar helaas is dit dan ook de dag dat Geert W. (op de Britse tv) de politici de schuld geeft van de terreur “die de grenzen opengooien voor immigranten”. Hoezo samenhang van de samenleving? Morgen dus gewoon weer vreemdelingenhaat, vluchtelingenverraad en de politieke handel in haatzaad? 8.01.2015

*