Duits tongentheater

Karla Woisnitza_ZUNGE

Jacques Schmitz
Rainer Kirsch
Adolf Endler
Karl Mickel
Heinz Czechowski

Karla Woinsnitza, Die Zunge, Blatt 7 aus “Sieben Radierungen mit der kalten Nadel“, 1986, Kaltnadelradierung und Alugraphie auf Bütten, Auflagenhöhe 8, 43x40cm, gedruckt in Streupresse, Berlin, Foto: Jochen Wermann, Berlin. © Karla Woisnitza/VG Bild-Kunst Bonn,
http://www.bild-kunst.de.

Een gedicht en vijf vertalingen van Jacques Schmitz
Berlijn 2013

**

DE KIN
(voor Rainer Kirsch)

De tanden, schrijft een kollega
in de tong. Maar binnensmonds
monkelt nog liefde

Wat rozig was en zacht
van happig vlees, te wachten lag
op likken

De mond vol
ongehoorde dingen
niet in te slikken

Verbeten boodschap

(Met de kin getikt)

Jacques Schmitz, “Liefst een melkglazen spiegel”, Open Atelier het Klooster, Nijmegen,1989

*

DE TONG
(voor Christa Wolf)

God schiep het varken, schrijft een kollega, dat
Leefde gevaarlijk, omdat het rozig was
En zacht van vlees, zodat iedereen het at
Tot het wratten kreeg, eelt, stekels
En, zo gemuteerd, van louter harnas niet
Meer lopen kon, hyena’s vraten de rest. Zeggen
Wil mijn kollega: Weerloos is de mens
Dus vindingrijk, bedrijvig, heeft liefde nodig
Zijn naaste zelfs, maar weerloos
Zijn maakt moe, moezijn vraagt om veiligheid
Die orde verlangt, orde schept chaos
Die straffere orde oproept, ingemetseld
Zijn wij veilig en dood. Waarom zegt hij dat niet?
De tanden in de tong. Spreken, ach hoe.

Januar 1979

Rainer Kirsch, “Ausflug machen”, VEB Hinstorff Verlag Rostock, 1980

*

DUITS POPPENTHEATER

Legt z’n jasje af voor hij z’n mond opentrekt
Zodat je de hand kan zien, die hij op het hart drukt
Zodra hij tiert of dreigt, je kent dat wel
De tong spartelt, tot er schuim op de mond staat
Meneer Goliath de Harlekijn als voordanser

1966

Karl Mickel, “Odysseus in Ithaka”, Verlag Philipp Reclam jun., Leipzig 1976

*

DE AFGESNEDEN TONG

Daar mijn tong – ik geradbraakt aan ’t wiel
Opgeknoopt – die je weer uit de hand glipt,
Dit trillend flapje dat zalmrood aanloopt.
Als was de hand een mond, die zich snoert!

(Hand, die slechts wurgen kan, stilzwijgen doet.)

O zij en mij met het mes te snijden!
Een zege? – Ik zegevier zonder strijdgezang:
Hoor, als mijn stem, jouw brandend wapenarsenaal.
Iets kwam er, likkend, door de straat gesprongen.

Zo’n puntig vlammetje of saignant gelach…

1965

Adolf Endler, “Verwirrte klare Botschaften”, Rowohlt, Reinbeck bei Hamburg, 1979

*

RICHARD III

Van moord tot moord de weg naar boven, boven
Staat niemand in de weg, men is het zelf
En moet naar onder moorden, elke dolk
Is omkeerbaar en moet met zeven dolken
In toom gehouden, opdat hij toch niet omgekeerd
En zeven dolken verlangen negenenveertig
De dolk van de dolk z’n dolk, en tongen zijn
Omdat ze dolken richting geven, dolken
Het zicht van de top is de blik in de afgrond
En alle dode tongen, denkt men, spreken

Juni 1977

Rainer Kirsch, “Ausflug machen”, VEB Hinstorff Verlag Rostock, 1980

*

WAT MIJ BETREFT

Bevoegd als voogd
En toch
Altoos opgevoed door mijn voogden

Met losse tong
Mondig geworden
En toch
Steevast gemaand mijn mond te houden,

Tol ik
Nog altijd rondjes.

Zo op mezelf terug
Geworpen, in goed en kwaad,
Deel ik mee:

Wat mij betreft,
Ben ik zo ik.

De tong van de slang is
Geslepener dan de mijne,
De huid van de kameleon
Volmaakter aangepast aan
Elk gegeven heersend heden.

Mijn karaktertrekken, geef ik toe,
Zijn daarmee vergeleken gering: maar
Dat ik niet kruipen kan
En van kleur verschieten

Naar believen,
Is ook een gratie, waarvoor ik

Niemand anders hoef te danken,
Dan mijzelf.

Heinz Czechowski, “Was mich betrifft”, Mitteldeutscher Verlag, Halle-Leipzig, 1981.

***

Advertenties

Superman in boeien

De rem op de Energiewende 

Ineens is Sigmar Gabriel de sterke man. Hij heeft een zeer mager verkiezingsresultaat voor zijn partij in de formatie hooggetuned tot een overwinning. Trots toont de SPD-voorzitter nu zijn spierballen. Pronkt met z’n sixpack: Zes ministers voor de juniorpartner, evenveel als senior CDU. En vice-premier Gabriel heeft ook zijn eigen departement opgekrikt: Economische zaken is uitgebouwd met de exclusieve competentie voor de Energiewende. Onder Superman’s leiding komt er nu eindelijk vaart in het “project van de eeuw”, de energiepolitieke omwenteling, zo luidt de boodschap. Maar de superminister is lang niet zo machtig als hij er uitziet. In waarheid heeft een grote kolencoalitie de energieminister in de boeien geslagen.

In het regeerakkoord mocht de CDU haar stempel op het thema Energiewende drukken. Dat was voor CDU-onderhandelaar Peter Altmaier een makkie. NRW-premier Hannelore Kraft wilde namens de SPD de stroomprijsstijging afremmen en de fossiele energieproducenten de hand boven het hoofd houden. Ze lag daarmee op de lijn van de CDU. In Noordrijn-Westfalen zitten tenslotte de grote energiereuzen E.on en RWE, die garant staan voor vele tienduizenden banen in de fossiele energiewinning. En het eveneens door de SPD bestuurde Brandenburg wil om dezelfde reden  voorlopig ook niet af van de bruinkolenbouw. Zo werden CDU en SPD het makkelijk eens.

‘Groko voor grote concerns’

 De groene energie-omwenteling dreigt onder de Groko, de grote coalitie, pas op de plaats te maken en de fossiele energieproductie wordt voor langere tijd als “onontbeerlijk” vastgepind. Hubert Weigert, de voorzitter van de grootste vereniging voor milieu- en natuurbescherming BUND, vreest door het zwartrode regeerakkoord een “grote coalitie voor grote stroomconcerns”.

Na de atoomramp van Fukushima in maart 2011 kondigde kanselier Angela Merkel een spectaculaire ommekeer in het energiebeleid aan. De Duitse kerncentrales, waarvan de looptijden net waren verlengd, zouden toch weer sneller worden stilgelegd. En de christenliberale regering koerste daarom ineens op een snelst mogelijke overschakeling op groene energie. Vergeleken met het regeerakkoord van het nieuwe zwartrode kabinet lijkt dat inmiddels allemaal maar grootspraak.

‘Corridors’

Na de “klus van de eeuw” en de “grootste uitdaging sinds de Duitse eenwording” is de taal die er in de coalitieplannen wordt gebezigd een stuk minder ambitieus. Het akkoord staat stijf van de “corridors”, de “uitbouw-” en “ontwikkelingspaden”. De kosten en de doelstellingen, moeten “binnen de perken blijven”. De wegen naar de groene energierevolutie worden onder Merkel & Gabriel verlengd en versmald.

Echt voortvarend is de nieuwe regering eigenlijk alleen wanneer het gaat om de afslanking van de subsidie voor groene energie. Er moet snel een nieuwe wettelijke regeling komen. De huidige EEG-wet (Erneuerbare-Energie-Gesetz) garandeert de producenten van duurzame energie een vaste afnameprijs. De nieuwe, goedkopere regeling moet al met de Pasen rond zijn en over een half jaar in werking treden. De herziene wetgeving schrikt nieuwe investeerders in groene energie af en dat lijkt ook de bedoeling.

Vrijstellingstruc

Al voor de verkiezingen wilde Peter Altmaier een rem zetten op de stijgende stroomprijzen. In de ogen van de milieuminister was de EEG-wet de grote boosdoener, omdat de toeslagen voor de groene producenten worden doorberekend in de stroomprijs. Ook al maakt de groene subsidie in werkelijkheid niet eens de helft van die stijging uit. De subsidie wordt vooral door de gewone consumenten en het midden- en kleinbedrijf opgehoest. Veel grote ondernemingen worden – vanwege hun internationale concurrentiepositie – van zulke toeslagen vrijgesteld.

Die vrijstelling is omstreden. Veel van de concerns zijn helemaal geen energie-intensieve bedrijven en internationaal zou de regeling concurrentievervalsend zijn. De Europese Commissie heeft daarom een onderzoek naar deze Duitse vrijstellingstruc aangekondigd. Om Brussel nog net voor te zijn, verstuurde de demissionaire regering van CDU en liberale FDP al begin december – tijdens de formatie – nog even snel de vrijstellingen voor 2014. Normaliter gaat die lijst als een soort kerstgratificatie in de laatste week van december op de post. Het aantal verschoonde bedrijven groeit het komend jaar met 400 tot 500 ondernemingen. Al met al wordt het bedrijfsleven zo met ruim vijf miljard euro ontlast. Ook die miljarden moeten nu door de kleine stroomconsumenten worden opgebracht.

De SPD heeft met stilzwijgen ingestemd met dit cadeautje van de oude regering. Zoals de SPD ook de snelheidsbeperkingen op de weg naar een duurzame energieverzorging heeft geslikt. Sigmar Gabriel is de onderhandelingen met de CDU ingegaan met het idee dat het groene aandeel in de energie in 2030 tot 75 procent gestegen zou moeten zijn. Het regeerakkoord komt niet in de buurt van die doelstelling. De afspraak heeft de “Korridor“, het “uitbouwpad” eerder drastisch versmald: In 2025 zal het groene aandeel ergens tussen de 40 en 45 procent moeten liggen. Over meer dan twintig jaar tussen de 55 en 60 procent. Dat zijn doelstellingen die ver achterblijven bij wat ook de Wetenschappelijke Raad voor Milieuzaken niet alleen nodig, maar ook mogelijk acht.

Fossiel ‘ontwikkelingspad’

Met de schuchtere doelstelling van 45 groene procenten in de komende tien jaar bekent de SPD zich ook tot een fossiel aandeel van minstens 55 procent. Het regeerakkoord heeft het zelfs over een “ontwikkelingspad” voor de conventionele energiecentrales, die in een aparte paragraaf een “nieuwe rol” wordt toegedacht. De bruinkolen-, steenkolen- en gascentrales worden als “onontbeerlijk” bestempeld. Die passages worden gezien als een garantie voor de voorlopige voortgang van de fossiele energieverzorging. Niet alleen door de critici, maar evengoed door de grote energieconcerns, die zo bedankt worden voor hun intensieve lobby-arbeid tijdens de formatie.

De SPD heeft in de onderhandeling bovendien geaccepteerd dat de klimaatdoelen beknot worden. De vermindering van CO²-uitstoot met 40 procent in 2020 (vergeleken met 1990) staat nog altijd wel zo in het regeerakkoord, maar voor de jaren daarna wil deze grote coalitie zich niet meer vastleggen (was oorspronkelijk 55 procent per 2030). De milieubeweging heeft de afgelopen tijd gepleit voor een echte “klimaatbeschermingswet”, waarin de reductie van broeikasgassen wettelijk wordt vastgelegd. Zelfs een “Ausstieg” uit de kolenstroom zou een doelstelling kunnen zijn. De Linke willen dat in 2040 gerealiseerd hebben, de Groenen al in 2030. Zoiets is voor de kolenpartij SPD ondenkbaar.

Maar liefst vier milieuministers

Je kan wel zeggen dat de milieu- en klimaat-competentie zwaar vertegenwoordigd is in deze grote coalitie. Zo wemelt het in de nieuwe regering van maar liefst vier milieuministers. Angela Merkel was van 1994 tot 1998 milieuminister onder Helmut Kohl, Sigmar Gabriel was het van 2005 tot 2009 in de vorige Groko onder kanselier Merkel. De milieuminister van de afgelopen periode, Peter Altmaier, wordt nu als Kanzleramtsminister de nieuwe rechterhand van Merkel. De vierde, Barbara Hendricks (SPD), is vooral financiëel deskundig en moet zich als milieuminister nog inwerken.

De milieu-novice uit Noordrijn-Westfalen krijgt Jochen Flasbarth als staatssecretaris aan haar zijde. De afgelopen vier jaar was die president van  het Umweltbundesamt, de overheidsinstantie voor milieu- en klimaatbescherming. Die functie had Flasbarth te danken aan Sigmar Gabriel, toen nog milieuminister. Onder diens groene voorganger Jürgen Trittin was Flasbarth al op het milieuministerie werkzaam als afdelingchef natuurbescherming.

Öko-Kompetenz

Over een indrukwekkende “Öko-Kompetenz” beschikt ook de staatssecretaris die Sigmar Gabriel voor zijn eigen superministerie heeft binnengehaald. Rainer Baake is al 30 jaar lid van de Groenen en moet voor Gabriel de Energiewende toch nog tot een succes maken. Ervaring heeft hij genoeg. Baake was al twee keer staatssecretaris van milieu. De eerste keer – al aan het begin van de jaren ’90 – in de deelstaat Hessen onder de toenmalige milieuminister Joschka Fischer. Baake ontwikkelde de plannen voor de Duitse “Ausstieg” uit de kernenergie en werd in 1998 voor de tweede keer staatssecretaris, dit keer in de eerste regering Schröder onder milieuminister Trittin. Met zijn partijgenoot Trittin voerde hij de onderhandelingen over de “Atomausstieg” met de energiebedrijven. Rainer Baake geldt al jaren als de ware “Manager van de Energiewende”. Competenter kan niet.

Of die samenscholing van milieu- en energiecompetent personeel genoeg is om de Energiewende te redden? Vice-premier, superminister en partijvoorzitter Gabriel en zijn niet minder politiek gebodybuilde staatssecretaris Baake hebben ongetwijfeld het samengebalde gewicht om het een en ander door te drukken. Maar beiden zijn omsingeld door een kolencoalitie van de energiebedrijven, de werkgeversorganisaties, de vakbonden, de kolen-deelstaten NRW (SPD/Groenen), Brandenburg (SPD/Linke) en Saarland (CDU/SPD). En ze zijn stevig in de boeien geslagen door het regeerakkoord.