Voor vrienden visgedichten

Jacques Schmitz
Heinz Czechowski
Rainer Kirsch

 

Een gedicht en vier vertalingen van Jacques Schmitz, Berlijn 2013

**

ACHTER DE ELBE
( voor Heinz Czechowski)

In de vergiftigde Elbe
schrijft de karperkenner, leven
nog vissen; eetbaar
na weken weken en dan nog
alleen voor de beesten

Achter de Elbe vervetten
in Schweinskoteletten
de dromen, beloofde dis
(karper, groen, citroen)
niet aangericht

De mens, het onbereikbare
opgegeven, leeft nog op

Vleesdieet en schrijft

Alleen

(Voor vrienden visgedichten)

Jacques Schmitz, “Liefst een melkglazen spiegel”, Open Atelier het Klooster, Nijmegen,1989

**

VOOR MIJN VRIENDEN, ZOMER 1975

Spectaculaire doorbraken
Lukken ons niet.

Eenmaal per boot over de Elbe,
Strehla achter de rug.

Korte seconden geluk,
In verzen gebonden.

Opgegeven,
Wat niet bereikbaar is.

Doelloos,
Maar niet zonder hoop

Heinz Czechowski, “Was mich betrifft”, Mitteldeutscher Verlag Halle-Leipzig, 1981

Strehla im Rücken – Op bevel van Wehrmachtgeneraal Walther Wenck trok het 47ste Panzerkorps zich eind april 1945 terug uit het gebied rond Strehla. Aan de ene zijde van de Elbe waren de Amerikanen in aantocht, aan de andere de Russen. Om niet in Russische gevangenschap te raken bliezen Duitse soldaten op 22 april een noodbrug over de Elbe op. De meer dan vierhonderd vluchtelingen op de brug kwamen daarbij om het leven.

**

DIEET

In de door talloze riolen
Vergiftigde Elbe
Leven, zo lees ik vol ongeloof,
Nog vissen.

Een keer per jaar
Met reusachtige netten
In het havenbekken
Van Pieschen in Dresden gedreven,
Wordt het in de mazen
Spartelend zilver
In grote containers gevuld.

Dan,
In het zuivere water
Van een steengroeve
Enige weken gedrenkt,
Tenslotte genietbaar geworden,
Worden de vissen gedood en,
Tot vismeel vermalen,
Aan de varkens gevoerd.

Die echter,
Zo lees ik verder,
Mogen drie weken voor de slacht
Het vismeel niet meer eten,
Opdat hun vlees ook
Geschikt wordt voor ons eigen genot.

Heinz Czechwoski, “Was mich betrifft”, Mitteldeutscher Verlag Halle-Leipzig, 1981

Pieschen – Het sorbische dorpje Peschen bestaat al sinds 1292. Oorspronkelijk een vissersdorp, kreeg het een economische boom door de eerste Duitse spoorbaan tussen Dresden en Leipzig (1839) en twintig jaar later een eigen haven (1859). Kort daarop ontwikkelde Pieschen zich tot een arbeiderswijk van Dresden.

**

ERVARINGEN MET KARPERS
(Voor Renate en Wolfgang Brömme)

1
Mosselragout, vissoep, karper, gebraden, gekookt
Van oktober tot maart. Moeder
Verslikte zich steeds in een graat.
Vader sloeg haar sussend met vlakke hand op de rug.

2
Gekoesterd door mossige muurtjes
Lagen de vijvers: Ogen vol duistere
Melancholie: Slotvijver, Augustusvijver, Vrouwenvijver,
Aangelegd door August de Sterke.

Door het riet in december
Liepen wij met droge voeten op krakend ijs
Over het moeras naar ’t leeggevist gebied.
In open plassen overwinterden traag de karpers.

Schubkarpers, lederkarpers, spiegelkarpers –
Vlees dat smelt op de tong.
Niet te vergeten de zeelt, de barbeel, de voorn,
Geschubde gezellen, ver verwant
Met het vergeten witvisje, de modderkruiper, de bittervoorn.

3
In zeldzame dromen boomde ik met vissers
In een boot door ondiepe wateren. Met Boheemse monniken,
Roemeense boeren,
Visvijverbezitters in de Lausitz
Was ik in diepgaand gesprek over vervallen schuttingen,
Verdwenen muren, verzande vijvers.

4
De vierponder draag ik in een net naar de keuken, bereid
Tot het oeroud ritueel van de moord.
Potten en pannen zet ik klaar en keur
Voor de volledigheid nogmaals de specerijen:
Roemruchtige laurierblaadjes, krenten en rozijnen,
Amandelen, bitter en zoet, kruidnagels, knoflook,
Paprika, soepgroente, zout en citroen.

5
Dan komt de vis, stuiptrekkend nog, ik
Zeg, het mes geheven, de spreuk:
De vis, de vis / Springt in de kan,
Springt op de tafel / Springt in de pan.

Ingenaaid in de buik wordt het beste:
Lever en milt, hom of kuit, de darmen.
Langzaam in borrelend water, op heel kleine vlam
Hult de karper zich dan in ’t blauw en wordt gaar.

6
Dampend de witte aardappels,
Voorgewarmd de borden, met een krans
Van groene selderij, peterselie, citroen
Presenteert zich de vis. Klaar staat de Poolse saus.

In zilveren kandelaars branden de kaarsen.
De rode wijn goed van temperatuur.
Boter en mierikswortel, room, geraspte appel
Gemengd. Een feest voor de tong.

7
Mosselragout, vissoep, karper, gebraden, gekookt
Van oktober tot maart. Moeder
Verslikte zich steeds in een graat.
Vader sloeg haar sussend met vlakke hand op de rug.

Heinz Czechowski, “Schafe und Sterne”, Mitteldeutscher Verlag Halle (Saale), 1974

Renate Brömme – In 1936 in Halle geboren, kunstenares. Collages, grafiek en schilderijen. Bij het 500ste geboortejaar van Martin Luther maakte zij voor de Schloßkirche in Wittenberg twaalf glasvensters met portretten van de belangrijkste reformatorische scholieren van Luther. In 1967 leerde Renate Brömme de dichters van de “Sächsische Schule” kennen: Heinz Czechowski, Rainer en Sarah Kirsch. In 1963 trouwde ze met dr. Wolfgang Brömme.

**

ERNSTIGE WAARSCHUWING 75

De odendichter H. Czechowski, die
Veel van de wereld houdt, en haar daarom melancholisch
Bekijkt, sinds hij kan denken, heeft 5 jaar geleden
(Hij woonde toen in Trotha, dat is ver weg
Van hier, het centrum, waar ie nu woont, vlakbij
De Stadtgottesacker, waar de stadsgod zit
Van Halle, en, zo te zien aan de bladeren
In het voorjaar, die zijn vet en worden
Elk jaar minder, langzaam verpietert)
De dichter H. Czechowski dus heeft
Zeker 5 jaar geleden, toen we rode wijn dronken
In Trotha, nieuwgrijze voorstad, die van stille
Straten met huisjes, gras en grauwe wilgen
Uitloopt op vierhoekig nieuwbouwland
De huizen hoog, daardrin poppenhuisjes
Aan draden, of in, cocon cocon
De pop in de pop is de mens
Czechowski, zeg ik, heeft 5/6 jaar geleden
Toen we het bij een wijntje, en vreedzaam, hadden over
Geneugten van uiteenlopende aard
Ook over zijn kunst spraken om een karper
Zo toe te bereiden, zoals niemand dat kan
Behalve hijzelf dan; en alleen al bij de ingredienten
Verteld slechts, niet vertoond, liep ons
Het speeksel in de mond zoals bij Pavlov’s hond:
De mens een reflexdier. C., dik tevreden
Nodigde ons uit voor een karperdis tegen de tijd
(Dat zijn, zoals men weet, de maanden met een R)
Dat er karpers zouden zijn, net zo goed als stevig.
Sindsdien, als we elkaar zagen – theater, verhuizing
Bezoek, ziek kind, partijproces –
Was er aanvankelijk nog sprake van uitstel
En steeds wanneer ik Czecho sprak, en dat was vaak
Dacht ik aan karpers. Jarenlang. Elke prikkel
Vervlakt door herhaling of het uitblijven
Van dat wat je verwacht. Dus zou ik rustig kunnen zijn:
Zes jaren zijn zes jaren, bijna zeven.
En echt, ik ben ook rustig, je kent me toch.
Maar soms, wanneer ik karpers zie, dan denk ik
Aan die avond in Trotha, en het ongelofelijke
Voorgevoel in de mond (sindsdien heeft Czecho
2 Bundels met gedichten, 1 band met essays
Vertalingen, interviews, theaterstukken
En een langer werk over karpers eten
Met acht coupletten en vierregelig, maar rijmloos
Gepubliceerd) en dan wil ik, me herinnerend
Staand op zo iets stevigs als Mickel’s tafel
Uitroepen, luid, op z’n minst hoorbaar:
CZECHOWSKI, IN PLAATS VAN ODE’S AAN DE KARPER
GEEF ONS DE KARPER, NU! Dan breekt mijn stem.

1975

Rainer Kirsch, “Auszog das Fürchten zu lernen”, Rowohlt Verlag, Reinbek bei Hamburg, 1978

Mickel’s tafel – Kirsch verwijst hier naar het gedicht “Der Tisch” van Karl Mickel. Het gedicht stamt uit 1973 en werd o.a. gepubliceerd in de bundel “Eisenzeit”, Rotbuch Verlag Berlin, 1975.

**

Advertenties

Het nieuwe GOЯKI

GOЯKI  Gejubel bij de première. Buikdansen in de foyer. Curryworst in de tuin. Berlijn heeft een nieuw theater, een jong ensemble in een oud huis!

der_kirschgarten_nurkan_erpulat

Euforisch kwam de Tagesspiegel met deze woorden terug van de eerste première in het nieuwe Maxim-Gorki-theater. Maar het kan ook anders, meende de theaterman van de concurrent. In de Berliner Zeitung had die het nogal neerbuigend over een cabarettistisch-literaire liederenavond, een multicultureel medleyprogramma en een clichéematige protestdemo. De meningen zijn dus nogal verdeeld. Maar dat past bij een wakker ensemble dat het slaperig theaterbed van Berlijn wil opschudden.

Het is een bont gezelschap dat in november begon aan een zes weken durende serie waarmee de restart van het GOЯKI theater programmatisch werd neergezet. De verwachtingen waren hooggespannen. Tenslotte had Shermin Langhoff, de succesvolle intendant van het ‘postmigrantisch’ theater Ballhaus Naunynstraße in Kreuzberg, vorig jaar nog de eervolle uitnodiging om over te stappen naar de Wiener Festwochen afgewezen. In plaats daarvan koos ze voor het relatief kleine, Oost-Berlijnse Maxim-Gorki-theater in Mitte. Het visuele image van het ensemble werd een beetje opgepoetst met een linksgedraaide “Russische” R. Maar welke wendingen zou de in 1969 in het Turkse Bursa geboren Shermin Langhoff op de nieuwe bühne brengen?

Verrassend klassiek

De openingsserie begon verrassend klassiek. In ieder geval in de keuze van het stuk “De kersentuin” van Anton Tsjechov. Een maatschappijkritische komedie over de ondergang van de adel en de opmaat naar de revolutionaire overgangen van de Russische samenleving aan het begin van de vorige eeuw. Een meer dan honderd jaar oud stuk, al meer dan honderd keer gespeeld. De regisseur Nurkan Erpulat heeft van Tsjechov’s komedie vooral “Klamauk” gemaakt, vindt de ene criticus, een beetje veel tamtam dus. De andere recensent, die van de taz, meent dat deze enscenering niet nóg symbolischer kon zijn. Het stuk is een metafoor voor de “Epochenwechsel“, een veranderend tijdsgewricht waarin ook onze hedendaagse samenleving zich bevindt.

En dat geldt ook voor het GOЯKI zelf. Niet toevallig wordt in “De kersentuin” de adelijke Ranewskaja door Ruth Reinecke gespeeld. Zij is de enige actrice die van het oude Maxim-Gorki is overgebleven. Ranewskaja’s grootgrondbezit wordt opgekocht door een Lopachin, in deze enscenering een zakenman van Turkse afkomst, gespeeld door Taner Şahintürk. Een van de nieuwe (Turkse, Russische, Azerbaidzjaanse, Duitse en ga zo nog maar een tijdje door) acteurs die als collectief het oude Gorki hebben overgenomen. Zo wordt ook de overgangsmaatschappij aan het nieuwe theater belichaamd.

“Het is geen drama geworden, maar een komedie, hier en daar zelfs een farce”. Zo omschreef en verdedigde Anton Tsjechov zelf meer dan honderd jaar geleden zijn stuk. Nurkan Erpulat maakt Tsjechow’s komedie opnieuw tot een “laatste Heimat-avond van een uit het lood geslagen samenleving“, zo prijst het GOЯKI zelf zijn eerste productie aan.

Heimat-reeks

De hele opmaat-serie van het nieuwe toneelgezelschap gaat over Heimat, over wie waar thuishoort, over identiteit. Over een samenleving in de overgang. Over de mix van problemen die dat natuurlijk ook oplevert. Maar voor Shermin Langhoff en haar internationale ensemble gaat het al jaren niet meer over migratie en integratie. Die zijn dat station allang voorbij, ‘postmigrantisch’ dus. Ze zijn hier, ze zijn hier geboren of op z’n minst opgegroeid, ze zijn deel van deze overgangsmaatschappij, ze horen hier thuis. Met zo’n vanzelfsprekendheid claimen zij ook hun plek in het theaterlandschap.

Met die claim bedreef Shermin Langhoff de afgelopen jaren haar ‘postmigrantisch theater’ in Kreuzberg. Met dezelfde pretentie doet ze dat – met haar duo-intendant Jens Hillje – nu aan het kleinste onder de grote Oost-Berlijnse bühnen. En dat zonder de herkomst van het theater en zichzelf, de theaterleidster, te verloochenen. De Heimat-reeks waarmee het GOЯKI tot de Kerst opent, grijpt daarom ook terug op twee stukken die de highlights van zowel het Ballhaus en het Gorki waren.

De Kersentuin-regisseur Nurkan Erpulat was ook de man die met zijn furieuze enscenering van “Verrücktes Blut” (‘Krankzinnig bloed’) voor zichzelf en het Ballhaus Naunystraße in 2011 een doorbraak in de Duitse toneelwereld forceerde. In het stuk probeert een lerares op een “zwarte school” haar leerlingen met een geladen pistool in de hand het Duitse dichtwerk van Friedrich Schiller bij te brengen. Het GOЯKI heeft het stuk in haar openingsserie opnieuw opgenomen.

Overgangsmaatschappij

Ook het verleden van het Oost-Berlijnse Maxim-Gorki theater hoort tot de erfenis van het nieuwe huis. Een jaar voor de val van de Muur beleefde het theaterstuk “De Overgangsmaatschappij” van de Oost-Duitse schrijver Volker Braun daar in de DDR zijn première. Toen pas, want Braun had zijn stuk al in 1982 geschreven maar het was tot november 1988 verboden. Het toneelstuk over de ondergang van de “reëel-socialistische” DDR sluit perfect aan bij “De kersentuin”, het openingsstuk van het nieuwe GOЯKI. Het theaterstuk van Braun bouwt trouwens voort op Tsjechow, diens “De drie zusters” stond model.

De relaunch van het toneelstuk van Volker Braun is ook een eerbetoon aan de toenmalige regisseur Thomas Langhoff, die met de opvoering van het stuk in het Maxim-Gorki theater voor een sensatie zorgde. De vorig jaar aan kanker overleden theaterman (73) was een van de grote Duitse regisseurs. Op zijn sterfdag, 2 februari 2012, stond in het Berliner Ensemble trouwens Tsjechow’s “Kersentuin” in Langhoff’s regie op het programma.

In december gaat Braun’s “Overgangsmaatschappij” in het GOЯKI in z’n tweede premiere, dit keer in de regie van Thomas Langhoff’s zoon Lukas. En zo knoopt diens vrouw, intendant Shermin Langhoff geb. Özel, in haar nieuwe theater alle draadjes van de overgangsmaatschappijen aan elkaar. In de openingsweken is het nieuwe Gorki niet alleen post-, maar ook nog eens ostmigrantisch!