Is dit kunst


5.

Is Ger da? Nee; wel: her man!

Heinz? Gene (gêne), de Rotebman

zegt: “Is dit kitsch

of kan dat /

(weg?”)

*

Advertenties

Is dit kunst


4.

Ach, alles van waarde.

Tegen de wand. Geveegd.

Een fondante façade, op

gezet, brokkelt allengs

af, ach

                     weerloos

Aan de kant. Roteb

ruimt de rest

wel.

Is dit kunst

 

3.

Zie ze vliegen, Vogel. De schijn

van vrijheid. Het handtasje

van Sappho, vol

barbitos:  

                                      Frans/z

                                       ’n plasje!

In de verte: Barbies

onder neon, neonaten

onder barbie

                                         turaten

Is dit kunst

 

2.

De copywriter wijdt twee-

regelig zijn water, ’n stevig standje

lovesong, stijf, voor die

roomse, Rotter

                            damsel school:

 

  De lucht is blauw. Ik hou van jou.

Jézus noggantoe!  

 

Slick. Schrik. (sick)

 

Weidend onder manende

nonnen, de goddeloze

jonge stieren  

 

Er beißt nicht,

er will doch nur…

 

fff…

Is dit kunst

1.

Onder lakens, overgooiers, het hoofd. In handen.

Volle flessen, Heinz! Klaar voor de slag: Perform, ‘ns!

De zweep erover, Benzedrina! Zo gedoopt. Klaar

voor de Bühne: J. & F.

met lef & catch

                              -up elkaar

te lijf, slam, Schlamm avant.

Geboden: Bloed, bad, letter-

lijk. Slacht, af. De dichters

besmeuren het blanke, spick’n

spanken kokette, de kleine

bourgoisette – La Katinka

Ketchup, Aufhol-

                               / jacht onder lakens

Metamorfosen (7)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2017

Moedergodin uit Çatalhöyük; Kybele, wie weet (6000 jaar v. Chr.)

Wilde wijven

Of waren ’t de tast
bare Bacchanten, nonsens;
verleidelijke meiden, boze,
bezeten, bezatte.

Of Castraten, onbetaste klote!
tempeldienaars voor Kybele:
eigenhandig gekapte
transgeslachten.

Of die Maenaden (alt 68)
met hun drugs & sex & rock
& roll en al te luid
ruchtig getamboerijn.

Wie bracht dan Orpheus om?

Ach Orph, de sentimentele
spotvogel, de zanger die harde
brokken, rotsen, tot tranen
toe, tot klotsen bracht.

Geleende lyra of barbitos,
niet steeds dezelfde
leier, van Orpheus’ goddelijke
meneer, Apollomaatje.

Geen omkijken meer
naar Eurydike, naar dolle
opgewonden nimfen, naar
het wilde matriarchaat.

Orpheus’ draai: misogynist,
Magna Mater hater, anti
Bacchus nummers gebruld,
demonstratieve knapenliefde!

En dan als dank, omgerend,
aangerand, bacchante strijd
liederen, gespleten slangen
tongen, tuig, toch…

Het idee! De Ida-
berg en tempel terug!
Veroverd! Slot

akkoord: Apollo,
de wolfshond! Verjaagd,
Orph #youtoo,

met pek en veren, mestkar,
gekruiwaagd: hoogste tijd…

Het woest gejoel, wrakend:
Kybele’s wilde wijven

Geslepen messen, ja
Orpheus, dat krijg je dan

daarvan, ook al is ‘t
pas millennia later.

*

Metamorfosen (6)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

Het Hoofd van Medusa, Peter Paul Rubens (circa 1617)

Marmor, Stein und Eisen

Gekapt: de ongekamde
slangenkop, verschrikt,
gorgone afgrijselijk,
verstijft – #MeDusa

Gebroken: de marmeren
maagd aan het rotsblok,
geketend in steen
met ijzeren ketens

Gevallen: Zeus die
op sterfelijk stond, op
aardse dames viel, op
Danaë, niet alleen

Gemorst: Daar daalt
ogrotegod zo kleingedrukt
als Golden Shower – alweer
een zoon, Perseus

Gekoppeld: Marmor,
Stein und Eisen / los
gebroken, bandig:
Andromeda, maar hemels.

Gehuwd: Aber, onze liefde
niet –˃ eigendomsrecht.
De overval op trouw- , ‘n
groteske slachtpartij.

Gestenigd: Trekt Perseus
z’n Medusa98, versteent
hij vriend’ en vijanden –
met man en Mauser.

Gedicht: De party singer/
song/writer zingt alleen
nog voor de geesten aan
de oevers van de Styx

*

Metamorfosen (5)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

Koning Midas verguldt z’n dochter – Walter Crane, 1893

Goldgirl

Aan de klare bosbron, begeert
verguld de koning
kennis

aan een honey. Honger,
dorstend. Meer money,
dan wijs-

begeerte, goud: Alles!
Wat hij aanraakt: zijn avondmaal
edelmetaal…

strekt hij één vinger, één-
maal naar z’n dochter,
wespentaille, -lief: Goldgirl!

Short stories uit de Midasreeks – 5
sterren, uitroep in de marge
-tekens:

Ezelsoren!

Zingt ‘t, zoemt ’t rond,
wespennest -om Midas’
geheim: Luister

Vink!

Aristophanes’ old
comedy: Midas,
stiekem

IM!

*

Metamorfosen (4)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

Houtsnede uit Duitse vertaling van Boccaccio’s “De molieribus claro” (druk 1474)

Alle 14 raak

De muzenbron, poetry slok op
de Parnassus, of toch gewoon
maar ’n fonteintje: een kelkje
klaterwater.

Ook Amphion dronk / drong
zijn Niobe. Greep haar – zo
vaak z’n lier: dronken
bezongen!

Niobe, de poes, zelf
ingenomen met haar schaar:
veertien kittens, maar liefst.

Kat dan Leto om haar schamele
tweeling. Schampert: Schaars!
Dan spannen dus Titanen-
kids hun bogen: pijlen
wolk:

Alle veertien, ach, allen
aangeschoten – én
raak!

Amphion zelf geschonden,
Niobe ook tot / dode
steen (not yet marble).

Ach, Achelous… Nu nog
vloeien witte tranen
dwars door Hellas.

Och! Stomdronken
dichters, dodendans
met trauer

fahne…

*

Metamorfosen (3)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

Apollo en de Horae, Georg Friedrich Kersting (1822)

Jachtgebied

Phoebus, Apollo, valt niet ver
van z’n stam: doorkruist
Zeus’

jachtgebied: Bij bosjes!
Die nimfen – bij bergen
met hun spleten en hunker
holen in de buurt
van Delphi.

Lichtvoetig volgt het jong
de geile geur van angst
zweet, die ’t godenkroost
voor wierook houdt.

Het spoor dat de delphische
maagd daar achterlaat, lokt hem
naar haar caverne; ver-

volgt haar, Castalia,
tot de – voort, voort!
vluchtige, dat kalf,
verdronken;

volgt haar vlug, heel
het jaar door, elk uur
te voet.

De dichter met zijn tiere
lier, z’n jeukend
neusje, loopt:

zijn pijl achterna, noodt
haar

gedwongen.

*