Als was

Van Cyprus, die losbandige
meisjes, die hoerige wijfjes.
Hoornige rotsen voor de kust:
bronstige bullen.

Afkerig keert hij, Pygmalion, wendt
zich tot zijn werk: de kunsten-
maker, ach, je moet wat: avenidas,
flores, mujeres (verzinnen).

Die beeldige Galatea, gehouwen,
geslepen. Gestreeld
ivoor, gekneed.
In zijn vingers

als was. Wat verbeelding
al niet vermag. My!
Venus, Diana, perse
phone me, fair lady!

En dan liefst zo’n knap
kontje (als dat
mag…)

*




Dit is het eerste gedicht van de cyclus ‘metamorfosen‘ naar de Metamorfosen van de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso
(43 v. – 17 n. Chr.).

Deze tekst is vorig jaar geschreven tijdens de heftige discussies over het gedicht ‘Avenidas‘ van de boliviaans-zwitserse (konkrete) dichter Eugen Gomringer, dat in 2018 van de wand van een Berlijnse beroepsopleiding werd verwijderd. De studenten daar vonden het (eigenlijk nogal brave) vers veel te seksistisch.

Een woningbouwvereniging in het Berlijnse stadsdeel Hellersdorf heeft het Gomringer-gedicht nu weer in ere hersteld. Het prijkt vanaf heden weer en dan ook nog tweetalig – in de originele Spaanse versie en de Duitse vertaling – aan de wanden van een flat niet ver van de beroepsschool vandaan.



!


Advertenties

Einde van de wereld

Afbeelding kan het volgende bevatten: een of meer mensen


Er valt een wenen hier op aarde
Als was de lieve Heer net doodgegaan.
Drukkend hangt een donk're schaduw
Boven het open, verse graf.


Kom, laat toch nader ons verbergen...
Het leven drukt op ieders hart
Als zware, loden zerken.


Hé! Laat ons elkaar nog dieper kussen
Er klopt verlangen naar de wereld aan
Als zijn we zelf al doodgegaan.


Else Lasker-Schüler
*11.02.1869 - +22.01.1945


*

Is dit kunst

 

3.

Zie ze vliegen, Vogel. De schijn

van vrijheid. Het handtasje

van Sappho, vol

barbitos:  

                                      Frans/z

                                       ’n plasje!

In de verte: Barbies

onder neon, neonaten

onder barbie

                                         turaten

Is dit kunst

 

2.

De copywriter wijdt twee-

regelig zijn water, ’n stevig standje

lovesong, stijf, voor die

roomse, Rotter

                            damsel school:

 

  De lucht is blauw. Ik hou van jou.

Jézus noggantoe!  

 

Slick. Schrik. (sick)

 

Weidend onder manende

nonnen, de goddeloze

jonge stieren  

 

Er beißt nicht,

er will doch nur…

 

fff…

Is dit kunst

1.

Onder lakens, overgooiers, het hoofd. In handen.

Volle flessen, Heinz! Klaar voor de slag: Perform, ‘ns!

De zweep erover, Benzedrina! Zo gedoopt. Klaar

voor de Bühne: J. & F.

met lef & catch

                              -up elkaar

te lijf, slam, Schlamm avant.

Geboden: Bloed, bad, letter-

lijk. Slacht, af. De dichters

besmeuren het blanke, spick’n

spanken kokette, de kleine

bourgoisette – La Katinka

Ketchup, Aufhol-

                               / jacht onder lakens

Metamorfosen (7)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2017

Moedergodin uit Çatalhöyük; Kybele, wie weet (6000 jaar v. Chr.)

Wilde wijven

Of waren ’t de tast
bare Bacchanten, nonsens;
verleidelijke meiden, boze,
bezeten, bezatte.

Of Castraten, onbetaste klote!
tempeldienaars voor Kybele:
eigenhandig gekapte
transgeslachten.

Of die Maenaden (alt 68)
met hun drugs & sex & rock
& roll en al te luid
ruchtig getamboerijn.

Wie bracht dan Orpheus om?

Ach Orph, de sentimentele
spotvogel, de zanger die harde
brokken, rotsen, tot tranen
toe, tot klotsen bracht.

Geleende lyra of barbitos,
niet steeds dezelfde
leier, van Orpheus’ goddelijke
meneer, Apollomaatje.

Geen omkijken meer
naar Eurydike, naar dolle
opgewonden nimfen, naar
het wilde matriarchaat.

Orpheus’ draai: misogynist,
Magna Mater hater, anti
Bacchus nummers gebruld,
demonstratieve knapenliefde!

En dan als dank, omgerend,
aangerand, bacchante strijd
liederen, gespleten slangen
tongen, tuig, toch…

Het idee! De Ida-
berg en tempel terug!
Veroverd! Slot

akkoord: Apollo,
de wolfshond! Verjaagd,
Orph #youtoo,

met pek en veren, mestkar,
gekruiwaagd: hoogste tijd…

Het woest gejoel, wrakend:
Kybele’s wilde wijven

Geslepen messen, ja
Orpheus, dat krijg je dan

daarvan, ook al is ‘t
pas millennia later.

*

Metamorfosen (6)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

Het Hoofd van Medusa, Peter Paul Rubens (circa 1617)

Marmor, Stein und Eisen

Gekapt: de ongekamde
slangenkop, verschrikt,
gorgone afgrijselijk,
verstijft – #MeDusa

Gebroken: de marmeren
maagd aan het rotsblok,
geketend in steen
met ijzeren ketens

Gevallen: Zeus die
op sterfelijk stond, op
aardse dames viel, op
Danaë, niet alleen

Gemorst: Daar daalt
ogrotegod zo kleingedrukt
als Golden Shower – alweer
een zoon, Perseus

Gekoppeld: Marmor,
Stein und Eisen / los
gebroken, bandig:
Andromeda, maar hemels.

Gehuwd: Aber, onze liefde
niet –˃ eigendomsrecht.
De overval op trouw- , ‘n
groteske slachtpartij.

Gestenigd: Trekt Perseus
z’n Medusa98, versteent
hij vriend’ en vijanden –
met man en Mauser.

Gedicht: De party singer/
song/writer zingt alleen
nog voor de geesten aan
de oevers van de Styx

*

Metamorfosen (5)

Poezieweek 25 jan. – 1 feb. 2018

Koning Midas verguldt z’n dochter – Walter Crane, 1893

Goldgirl

Aan de klare bosbron, begeert
verguld de koning
kennis

aan een honey. Honger,
dorstend. Meer money,
dan wijs-

begeerte, goud: Alles!
Wat hij aanraakt: zijn avondmaal
edelmetaal…

strekt hij één vinger, één-
maal naar z’n dochter,
wespentaille, -lief: Goldgirl!

Short stories uit de Midasreeks – 5
sterren, uitroep in de marge
-tekens:

Ezelsoren!

Zingt ‘t, zoemt ’t rond,
wespennest -om Midas’
geheim: Luister

Vink!

Aristophanes’ old
comedy: Midas,
stiekem

IM!

*